- blad nr 1
- 15-1-2011
- auteur R. Wisman
- Redactioneel
José & Bea
De eerste cursusavond kwam José Schoonenberg (55) chaotisch (“Ik kon het niet vinden!”), en iets te laat de klas binnen, herinnert docent journalistiek Bea Kalter (36) zich.
Die eerste indruk compenseerde ze direct met de boeiende verhalen over haar werk als technisch oogheelkundig assistent in het ziekenhuis in Beverwijk. Bea: “Als ze vertelde, zat iedereen ademloos te luisteren, waardoor zelfs ik soms de tijd vergat.” Diepe indruk maakte het verhaal over haar zus die na een ernstig auto-ongeluk in coma raakte.
José: “De verpleegkundige zei tegen mij: Zorg dat je dit deel van haar leven in kaart brengt, zodat ze het kan verwerken als ze bijkomt uit haar coma.”
Filmen lag voor de hand. Dat was – naast cabaret - al jaren een passie van José. José maakte een film, maar het werk bleef ongezien. “Mijn zus is niet meer in staat de beelden die ze ziet te verwerken. Ze functioneert weer, maar haar persoonlijkheid is verdwenen.”
Toen kort daarop twee van José’s cabaretmaatjes overleden, besloot ze meer tijd te besteden aan het maken van (korte) films. Omdat ze het serieus aan wilde pakken, klopte ze aan bij Bea die cursussen journalistiek gaf in de regio Zaandam.
Vanuit je hart
José volgde zowel de beginnerscursus als die voor gevorderden, en kwam tot een verrassende ontdekking. “Ik dacht dat ik gewichtige woorden moest gebruiken om een verhaal journalistiek van waarde te maken. Van Bea leerde ik dat het daar niet om gaat.”
Bea: “Je geeft een verhaal juist meer gewicht als je het vanuit je hart vertelt.”
José: “Van jou leerde ik om in woord en geschrift dicht bij mezelf te blijven. Ook ben ik beknopter gaan schrijven. Ik geef vaak veel uitleg uit angst niet begrepen te worden.”
Bea: “Mondeling wijd je uit, en dat is prima. Maar op papier is het zaak je tot de essentie te beperken.”
José noemt Bea “compact” en haar manier van lesgeven “plezierig, transparant en beeldend”.
José: “Bea had ankertjes waardoor ik de uitleg over de theorie van een journalistiek verhaal ook daadwerkelijk kon onthouden, zoals bijvoorbeeld de vijf w’s om een verhaal aan op te hangen: wie, wat, waar, wanneer en waarom. Ook kwam ze met aansprekende voorbeelden om te illustreren wat de bedoeling is van een journalistiek verhaal. Bijvoorbeeld: de zwemmer die Olympisch goud behaalde nadat hij van leukemie genezen was. Zijn prestatie krijgt meer betekenis in het licht van de ziekte die hij overwon. Dat is een interessante insteek.”
Ze delen dezelfde humor. José spreekt over galgenhumor als manier om met het leven om te gaan. “Bea begrijpt die humor en kan met zoveel plezier over bloopers praten dat je bijna zin krijgt om er zelf een te maken”, lacht ze.
Ook vinden ze elkaar in een optimistische levensinstelling. Bea: “Journalistiek is meestal kritisch en negatief. Wij neigen naar het positieve.” Met oog voor de realiteit. In de ethische discussie over het reanimeren van José’s zus denken beiden dat het misschien beter was geweest niet te reanimeren.
José: “Mijn zus had niet willen zijn zoals ze nu is. Ze woont in een tehuis en lijdt met lange ij.”
Oude geest
De cursus verzorgde Bea in dienst van de stichting Welsaen. Naast cursussen verzorgde Bea eerst ook de coördinatie van 22 kleine nieuwsredacties in de Zaanstreek, maar begin dit jaar kreeg ze te horen dat haar baan wegbezuinigd werd. José stak haar een hart onder de riem. Ze zei: “Bea, er komt altijd wel weer iets nieuws op je pad.” En: “Wij gaan elkaar nog zien.”
Een paar maanden later hing José al aan de telefoon. Of Bea mee wilde denken over het in beeld brengen van patiëntvriendelijkheid in het ziekenhuis.
Het idee dat ze samen ontwikkelden viel in de smaak. En ook de samenwerking tussen de dames liep gesmeerd (Bea bedacht het format, José deed de uitvoering), hoewel ze niet in dezelfde levensfase zitten. Bea heeft jonge kinderen, die van José zijn de deur al uit. Dat Bea de docent was, terwijl José twintig jaar ouder is, speelde ook geen rol. “Volgens mij heeft Bea een oude geest”, lacht José.
Bovendien, zegt Bea: “Alle cursisten hadden meer levenservaring dan ik. Het was voor mij de eerste keer dat ik een cursus gaf. In plaats van een schijn van zelfverzekerdheid op te houden, stelde ik me kwetsbaar op. ‘Ik ben niet ervaren in het geven van cursussen, dus ik vind het behoorlijk spannend’, zei ik. Er viel daardoor een last van me af.”
José: “Het was een sterke binnenkomer.”
Bea startte een schrijfbureau (wieschrijftdieblijft.com) en werkt nu samen met José aan het in beeld brengen van bedrijfsmissies. In de toekomst willen ze meer levensverhalen gaan maken, zoals een productie over ouders die regelmatig wanhopen vanwege de zorg voor hun twee autistische kinderen.
Bea: “Wat ons bindt is een liefde voor verhalen die draaien om de innerlijke kracht en drijfveren van mensen.”