- blad nr 1
- 15-1-2011
- auteur A. Kersten
- Redactioneel
Onderwijsbudget verschuift naar materiële kosten
Met die verschuiving is zo’n 3,7 miljoen euro gemoeid, het equivalent van zo’n 66 voltijds docenten. Dat concludeert advies- en administratiekantoor Onderwijs Service Groep (OSG) in Assen op grond van een analyse over de periode 2006 (de invoering van de lumpsumfinanciering) tot en met 2009. OSG verwerkte de financiële cijfers van alle 24 besturen in Noord-Nederland waarvoor ze afgelopen jaren de administratie voerde. Het betreft een kleine 350 scholen met 42 duizend leerlingen in gebieden met demografische krimp. De bevindingen, die dateren van november en aan de besturen zijn meegedeeld, schetsen volgens de opstellers een ‘tamelijk somber beeld voor de toekomst’.
Hoewel de personeelskosten zijn gestegen, wordt er verhoudingsgewijs minder aan personeel uitgegeven. Het aandeel materiële kosten in de totale uitgaven steeg met 1,6 procent, oftewel zo’n 3,7 miljoen euro. Zo zijn de uitgaven voor administratie, beheer en bestuur (abb) flink toegenomen, van 10 naar 14 miljoen euro. De verklaring zit hem vooral in de verzelfstandiging van een aantal besturen en de toegenomen omvang van stafbureaus. Ook het onderhoud van schoolgebouwen en de energierekening zijn stijgende kostenposten. Vanwege het dalende leerlingaantal zullen besturen de komende jaren in de uitgaven moeten snijden.
In haar analyse heeft de Onderwijs Service Groep alleen rijksbijdragen meegeteld. Een aantal besturen ontvangt een gemeentelijke vergoeding voor beheer- en administratiekosten, maar die tijdelijke inkomsten zijn buiten beschouwing gelaten. “Steeds meer geld gaat naar materiële zaken omdat daar onvoldoende geld voor binnenkomt”, verklaart Dick Henderikse, bovenschools directeur bij stichting Marenland (28 openbare basisscholen in de gemeenten Appingedam, Bedum, Delfzijl, Loppersum en Ten Boer). Mede op zijn verzoek heeft OSG de financiële analyse gemaakt. “De rijksoverheid zou haar belofte moeten nakomen om de bekostiging voor materiële zaken op het niveau van de uitgaven te brengen.” Zijn eigen bestuur kampt met “een onoplosbaar tekort” op de materiële kosten. “Daardoor moeten we ook bezuinigen op het personeelsbudget. Dat betekent dat we op den duur minder mensen voor de klas kunnen zetten.”
“Dat de rekening doorschuift naar het primaire proces is een slechte zaak”, reageert AOb-rayonbestuurder Eugenie Stolk. “Het kan niet de bedoeling zijn dat tekorten op management, onderhoud of energie voor rekening komen van de klas. Dat heeft uiteindelijk gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs.”
Volgens Stolk moeten besturen de oplossing ook bij zichzelf zoeken. “Er gaat veel geld naar het optuigen van stafbureaus na een verzelfstandiging. Dat zijn kosten die voorheen voor een groot deel bij de gemeente zaten. Nu moet het direct uit het budget voor onderwijs komen. Besturen moeten zich afvragen of het echt niet een stuk efficiënter kan met die bovenschoolse kosten.”