• blad nr 20
  • 11-12-2010
  • auteur J. van Aken 
  • de Vereniging

 

Omgaan met verschillen

Leerlingen met adhd, pdd-nos en Gilles de la Tourette passeerden allemaal de revue tijdens de AOb-bijeenkomst over omgaan met verschillen. De omgang met leerlingen met leer- en gedragsproblemen valt onderwijspersoneel zwaar.

De vragen wie, wat, waar, wanneer en waarom, bieden zijn autistische zonen structuur en overzicht, merkt Jan Geugies. Hij begeleidt ‘speciale’ kinderen en jongeren, maar sprak op 25 november in Arnhem vooral als ouder. “De vijf w’s maken heel duidelijk wat er gaat gebeuren. Wie: Jos en de rest van de klas. Wat: rekenen. Wanneer: het derde lesuur. Waar: iedereen op zijn eigen plek en Jos op zijn speciale werkplek. Hoe: met je werkboek, schrift, potlood en liniaal. Dan heb je er als leerkracht een uur lang geen omkijken naar.”
Voorspelbaarheid en veiligheid zijn het belangrijkste voor deze leerlingen, bevestigt Wilco Meijer, die werkt met lwoo-leerlingen met leer- en/of gedragsproblemen in het vmbo. Leerlingen met pdd-nos nemen alles letterlijk en kunnen daardoor onvoorspelbaar reageren, zegt hij. Geugies heeft een treffend voorbeeld: “Een leerkracht zei ‘was je handen even in de wc’ en trof een leerling aan met de handen in de wc-pot in plaats van bij de wasbak.” Lees je in over deze leerlingen, adviseert Meijer. “Als je ze begrijpt, kun je een betere aanpak vinden.” Werk samen met collega’s. “Je hebt afdelingsbeleid nodig om problemen op te lossen.”

Stapelgek
Die benodigde schoolbrede aanpak, waarbij iedere docent dezelfde regels hanteert, krijgen veel scholen niet van de grond. “Scholen hebben er veel moeite mee om structuur te bieden en een gezamenlijk standpunt uit te dragen”, gaven twee ambulant begeleiders aan nadat de vijftig aanwezigen in groepjes uiteen waren gegaan om ervaringen en tips uit te wisselen. Een van de aanwezigen prees de Brede Aanpak Gedrag, dat voor een basisaanpak binnen de school zorgt. “Er worden regels opgesteld over wat gewenst gedrag is en hoe die schoolbreed gehandhaafd worden.”
Voor andere leerlingen is het belangrijk om duidelijk te maken wat er met een zorgleerlingen aan de hand is. Een vmbo-docent vertelde dat acht van haar negentien mentorleerlingen een diagnose als pdd-nos, adhd en Gilles de la Tourette hebben. “We hebben kinderen een presentatie laten houden over hun aandoening. Als leerlingen weten wat er speelt, zijn ze vaak opgelucht omdat ze begrijpen wat er aan de hand is.”
In het basisonderwijs kan de nood met zorgleerlingen hoog oplopen. Een autistisch jongetje drijft zijn leerkracht van groep 3/4 tot wanhoop. “Gillen, gillen, bijna dagelijks gaat het mis. Compleet stapelgek word je ervan en het is zo zonde voor andere kinderen.” Een collega heeft tot ongeloof van de aanwezigen een meisje met adhd en een IQ van 57 in de klas. “Haar ouders willen haar graag bij ons op school houden en die keuze hebben ze”, zegt ze berustend.
De school zou ouders verplicht naar het speciaal onderwijs willen verwijzen. Een directeur koos voor een radicale oplossing. “Ouders van een kind dat volgens ons naar het speciaal onderwijs moet, zet zij onder druk door te dreigen een melding wegens kindermishandeling te doen als ze de leerling op school laten. Het gaat ver, maar het werkt”, constateert de leerkracht.

{noot}
De uitkomsten van deze en eerdere bijeenkomsten wil de AOb gebruiken om de Tweede Kamer te informeren over de gevolgen van de bezuinigingen op passend onderwijs. Daarnaast is het idee om volgend jaar een conferentie te organiseren over omgaan met verschillen.

Dit bericht delen:

© 2020 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.