• blad nr 20
  • 11-12-2010
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

 

Carrièremogelijkheden beter dan prestatiebeloning

Leraren werken niet harder als je ze een zak met extra geld voorhoudt. Wie een leraar wil stimuleren, kan hem beter meer carrièremogelijkheden bieden. Dat is de gedachte achter enkele Nederlandse experimenten op dit gebied. In Amerika heeft prestatiebeloning in het onderwijs inmiddels een gevoelige klap gekregen. ‘Dit is tijdverspilling.’

Goed nieuws voor leraren van het Brabantse Ons Middelbaar Onderwijs: zij kunnen doorgroeien naar schaal LE. En nee, heus niet alleen de eerstegraders. De hoogste salarisschaal in het onderwijs, die vrijwel overal is gereserveerd voor managers, is bij OMO ook haalbaar voor vmbo-docenten.
OMO wil namelijk topdocenten gaan belonen. Maar dan niet met een systeem van prestatiebeloning uit het bedrijfsleven, waar botweg meer geld moet leiden tot meer resultaten. “Bij zo’n systeem heb ik op zijn zachts gezegd bedenkingen”, vertelt Eugène Bernard, voorzitter van de raad van bestuur van OMO. “Je kunt docenten bijvoorbeeld echt niet beoordelen op het examenresultaat van hun leerlingen. Want onderwijs is een groepsproces. En je kunt docenten ook niet beoordelen op de resultaten die de leerlingen op de proefwerken bij die docent halen: in die resultaten zit jaarlijks gewoon teveel fluctuatie.” En zo’n beoordelingssysteem kan ook strategisch gedrag van docenten in de hand gaan werken. “Ik heb een groot vertrouwen in leraren, maar als je een beloning uitlooft gaan mensen daar naartoe werken. Zo gaat dat nu eenmaal.”
Aan de andere kant wil OMO toch goede leraren belonen. “Gelijkheidsdenken, egalitarisme, is de vijand van ambitie”, vindt Bernard. “En ambitie is de motor van kwaliteitsverbetering.” Vandaar dat goede docenten nu de mogelijkheid krijgen om door te groeien in hogere salarisschalen. “Het gaat om topdocenten, die heel goed onderwijs geven. En die ook buiten hun klas actief zijn, die onderwijs ontwikkelen en collega’s inspireren.”
Maar is er wel objectief vast te stellen wie die topdocenten zijn? Bernard moet grinniken om die vraag. “We stellen in het onderwijs elke dag vast of leerlingen wel of niet aan een norm voldoen. Of ze een voldoende of onvoldoende halen, en welk cijfer ze krijgen - tot op de tiende punt nauwkeurig. Waarom zou het ons dan niet lukken om docenten te beoordelen?”
Bernard geeft wel toe dat een volkomen objectieve beoordeling moeilijk is. “Maar je kunt de subjectiviteit zo klein mogelijk maken. Ik adviseer managers bij het beoordelen van docenten ook collega’s van die docenten te betrekken. Hoe meer subjectieve meningen je bij elkaar hebt, hoe objectiever het wordt.”
Bij OMO zijn inmiddels de eerste beoordelingstrajecten gestart. Maar dit beloningssysteem lijkt dus, goed beschouwd, niet op een traditionele prestatiebeloning, waar meer geld moet leiden tot meer prestaties. Het heeft meer weg van de functiemix: het systeem waarbij sinds kort in het hele onderwijs topdocenten kunnen worden beloond met een hogere salarisschaal.

Teambonus
Het Koning Willem I College, een mbo-school in Den Bosch (12 duizend leerlingen, 1.200 medewerkers), zou enkele jaren geleden wel gaan experimenteren met meer traditionele prestatiebeloning: goed presterende teams zouden er een bonus kunnen krijgen. Maar na veel gedoe over de criteria en de hoogte van de bonussen is dat plan weer losgelaten: het Koning Willem I College is overgestapt op individuele prestatiebeloning.
Ook in dit geval niet in de vorm van bonussen, vertelt collegevoorzitter Coen Free. Nee, de nieuwe vorm van prestatiebeloning is gebaseerd op het oude systeem van de ‘hoofdakten’. Bij dat systeem, dat enkele decennia geleden in gebruik was, haalden leraren steeds nieuwe bevoegdheden die recht gaven op meer salaris. “We hebben dat oude idee vertaald naar 2010”, zegt Free. “Maar het principe blijft hetzelfde: wie zich professionaliseert, wordt beloond.”
In de praktijk werkt dat als volgt. Leraren in schaal 10 kunnen diverse speciaal ontwikkelde leergangen volgen, onder andere op het gebied van examinering, competentiegericht onderwijs en het gebruik van informatiesystemen. Wie die leergangen met goed gevolg aflegt kan in schaal 11 komen.
Leraren in schaal 11 kunnen een professional master-opleiding volgen bij hogeschool Fontys. En wie die opleiding afrondt en de kennis goed toepast in de klas, kan naar schaal 12. Leraren in schaal 11 of 12 kunnen ook een academische master volgen bij de Open Universiteit, die uitzicht geeft op schaal 13. “Bij schaal 13 praat je over een zeer behoorlijk managerssalaris”, zegt Free. “Terwijl de docenten met zo’n salaris gewoon in de klas blijven. Dat is het mooie van dit systeem: je kunt carrière maken en toch leraar blijven. Wij noemen het ‘toptalenten bij de les en in de klas’, en we zijn ervan overtuigd dat dit systeem zal leiden tot beter onderwijs.
Waar zien wij zo’n principe ook? Inderdaad: alweer in de functiemix. Want ook daar wordt scholing beloond, en ook daar kunnen leraren carrière maken terwijl ze voor de klas blijven staan. De beloningssystemen van OMO en het Koning Willem I College lijken dus meer op een soort turbo-functiemix dan op de traditionele prestatiebeloning uit het bedrijfsleven.

Almere
Een van de weinige plaatsen in Nederland waar ervaring is opgedaan met het echt toekennen van individuele bonussen aan leraren, is Almere. De medewerkers van de Almeerse Scholen Groep (vijftig basisscholen en acht scholen voor voorgezet onderwijs) komen elk jaar in aanmerking voor een bonus van maximaal 1500 euro bruto.
Opvallend is dat er geen algemene regels zijn opgesteld welke prestaties er precies beloond worden. Dat bepaalt elke individuele school, in samenspraak met de MR. “De ene school keert een bonus uit aan een docent die een tijd lang een moeilijke klas heeft overgenomen”, vertelt collegevoorzitter John van der Vegt. “Een andere school beloont iemand die twee weken in de vakantie keihard heeft gewerkt om de verhuizing van de school rond te krijgen. Of iemand die veel tijd heeft gestoken in het ontwikkelen van nieuw onderwijs. Of iemand die gewoon een heel goede leraar is.”
De regeling is twee jaar geleden ingevoerd, en tot nu toe wordt de bonus tussen de 130 en 200 keer per jaar toegekend. Het bedrag verschilt: het kan gaan om de maximale beloning van 1500 euro, maar ook om bijvoorbeeld 250 euro, 30 procent van de bonussen mag worden toegekend als teambonus. “We hebben daar een maximum voor afgesproken, omdat we graag echt individuele prestaties willen belonen”, zegt Van der Vegt. “Als je alleen maar teams beloont, beloon je in feite niemand. Tenminste, niet persoonlijk.”
Uit een enquête onder docenten blijkt dat het toekennen van de bonussen wordt gewaardeerd: ruim de helft van de leraren wil dat het bonussysteem gehandhaafd blijft. Het systeem levert in de praktijk ook weinig scheve ogen op. Iedereen ziet blijkbaar heel goed wie er een bonus verdient, en waarom. De mensen die de bonus krijgen, voelen zich volgens de enquête ook heel erg gewaardeerd.
De grote vraag is echter of leraren door die blijk van waardering ook harder gaan werken. Of liever: of ze harder gaan werken omdat ze dan wellicht, aan het einde van het jaar, een blijk van waardering krijgen. Van der Vegt vermoedt van wel. “Maar de enquête geeft op dit punt geen duidelijke uitkomsten. Op de vraag ‘zet de bonus aan tot het leveren van extra prestaties’ antwoordt 56 procent ontkennend.”

Amerika
De vaag of leraren harder gaan werken voor een zak met geld, is vorige maand wel beantwoord in het buitenland. En dan niet in Israel, het land dat steeds als voorbeeld wordt genoemd voor prestatiebeloning in het onderwijs. Want daar is, meer dan tien jaar geleden, eens een experiment uitgevoerd dat scheen te werken, maar dat sindsdien niet meer is herhaald. Nee, de nieuwste, keiharde cijfers over prestatiebeloning in het onderwijs komen uit Amerika.
Daar boden economen van het gerenommeerde National Center on Performance Incentives behoorlijke bonussen aan wiskundeleraren. Als de leerlingen goed zouden scoren op een aantal testen, viel er voor de leraren tussen de 5 duizend en 15 duizend dollar te verdienen. Wat bleek: leerlingen van leraren die niet aan het bonussysteem meededen, haalden vergelijkbare cijfers als leerlingen van leraren die wel aan het systeem meededen. Prestatiebeloning heeft dus geen enkel effect.
‘We besteden een heleboel tijd aan het ontwikkelen van manieren om prestatiebeloning voor leraren in te voeren’, verklaarde een vertegenwoordiger van de onderwijsbond in Nashville (de stad waar het experiment werd uitgevoerd) in de pers. ‘Het lijkt er op dat dat tijdverspilling is.’
Professor Diane Ravitch van New York University, auteur van diverse bestsellers over onderwijs, grijpt het experiment aan om prestatiebeloning te hekelen. ‘Mensen gaan ervan uit dat leraren lui zijn en alleen in beweging komen voor extra dollars’, schrijft zij op haar blog. ‘Dat valt dus wel mee. Leraren moeten gewoon goed beloond worden – maar niet met prestatiebeloning.’
Zouden ze in Amerika wel eens van de functiemix hebben gehoord?

{kadertje met logo Onderwijs in de top 5}
Onderwijs in de top vijf, niet op nul

Het kabinet-Rutte bezuinigt op onderwijs: nul euro netto investeringen en een nullijn op de salarissen in 2010 en 2011. De AOb is een campagne begonnen om die plannen van tafel te krijgen. Wanneer je Nederland in de top vijf van kenniseconomieën wil hebben, kun je het onderwijs niet op nul zetten. Dan moet er juist geïnvesteerd worden in meer en beter onderwijspersoneel, moet onderwijsgeld rechtstreeks naar de klas en moeten die klassen ook kleiner. Rondom de onderwijsbegroting waren er acties tegen de bezuinigingen op educatie en passend onderwijs. In december en januari bezoeken AOb’ers zoveel mogelijk scholen om uitleg te geven over de AOb-alternatieven voor het beleid van dit kabinet. Kom luisteren, geef jouw mening en laat de AOb weten hoe je je in wilt zetten om ervoor te zorgen dat het kabinet investeert in onderwijs. En afziet van plannen als de bezuinigingen op passend onderwijs en het mbo, de nullijn en de invoering prestatiebeloning. Op www.toponderwijs.nu vind je alle informatie, nieuws en blogs over de actie. Je kunt via die site mee discussiëren, de AOb uitnodigen en actiemateriaal downloaden. De AOb is ook actief op twitter: www.twitter.com/toponderwijs en facebook: www.facebook.com/pages/toponderwijs-NU.

Dit bericht delen:

© 2020 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.