• blad nr 20
  • 11-12-2010
  • auteur L. Douma 
  • Redactioneel

 

Nieuwe school stopt pubers niet direct in hokje

De overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs verloopt nog steeds verre van vlekkeloos. Lang niet ieder kind komt op de goede plek terecht. Op verschillende plaatsen in het land worden initiatieven genomen om de overgang soepeler te laten verlopen. De geboorte van een nieuw soort school waarin groep 7 en 8 onder hetzelfde dak terechtkomen als brugklassers. “In de puberteit moet je leerlingen niet met zwaarwegende keuzes plagen.”

De overgang van basis- naar middelbare school is voor veel leerlingen een ware cultuurshock. Van een compacte, overzichtelijke school moeten ze naar een leerfabriek waar totaal andere regels gelden. Sommigen krijgen zelfs amper tijd om aan de nieuwe school te wennen, want dan worden ze alweer naar een ander schooltype geschoven. De afstroomcijfers zijn namelijk fors. “In de regio Tilburg wisselen ongeveer zeshonderd leerlingen in klas 1, 2 of 3 van onderwijstype”, weet Martin Heeffer, directeur van jenaplanschool Rennevoirt in Berkel-Enschot.
Afstroom komt hard aan bij leerlingen, vooral die van havo naar vmbo. Vaak moet zo’n leerling dan ook nog naar weer een nieuw gebouw. ‘Het voelt als een afgang. Alsof je hebt gefaald’, zei een scholier er recent over in Trouw.
Jaarlijks stroomt ongeveer 7 procent van de 3-havo-leerlingen af naar het vmbo, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het aantal leerlingen dat van 3-vwo naar de havo moet, is nog iets groter. In 2008/2009 stapte 8 procent van de jongens over van 3-vwo naar de havo, bij de meisjes was dat bijna 9 procent.
Dit probleem is zeker niet nieuw. Op tal van plekken lopen al jarenlang projecten voor een zogenoemde warme overdracht. Ook in Tilburg bestaan zulke samenwerkingsverbanden tussen basis- en voortgezet onderwijs. “Maar warme overdracht betekent nog steeds overdracht. Je doet je leerlingen aan een ander over en trekt vervolgens je handen ervan af. Dat moet anders”, zegt Heeffer.

Hoger plan
De besturen en medezeggenschapsraden van de Stichting Tangent (waarvan Heeffers school deel uitmaakt) en scholengemeenschap 2College signaleren verschillende problemen. “Dat de afstroomcijfers zo flink zijn komt doordat wij in Nederland te vroeg determineren. Als elfjarige moet je hier al voor een bepaald schooltype kiezen, word je al in een hokje gestopt. En dat drukt een zwaar stempel op de rest van je onderwijscarričre, zeker nu de overstapmogelijkheden verder beperkt raken. Want opstromen is lastig”, verklaart Heeffer. “Daarnaast zijn leerlingen vanuit de basisschool gewend les te krijgen in een pedagogische context, terwijl de context in het voortgezet onderwijs meer vakgericht is. Dat maakt de overgang voor leerlingen moeilijker.”
Aan die twee dingen wil Heeffer wat doen. “Wij willen de keuze voor determinatie wat uitstellen. En we willen de overgang van basis- naar middelbare school makkelijker maken. Dat houdt in dat we in groep 7 en 8 meer vakgericht te werk willen gaan, zoals ze dat op de middelbare school doen. Maar het betekent ook dat we in de brugklassen meer pedagogisch aan het werk gaan.”
Waar Heeffer dit wil doen? Op de nog op te richten tienerschool, bedoeld voor kinderen tussen de tien en veertien jaar, die of te jong zijn om te weten wat ze willen of in groep 7 en 8 toe zijn aan wat meer uitdaging dan de basisschool kan bieden. Het is een school die de keuze voor een vervolgopleiding twee jaar uitstelt. Het moet er mogelijk zijn vakken op verschillende niveaus te volgen. “Ben je goed in rekenen, dan doe je dat op havo-niveau. Ben je minder goed in taal, dan kun je dat op vmbo-tl-niveau doen”, legt Heeffer uit. De initiatiefnemers van de tienerschool gaan ervan uit dat de kinderhersenen in die extra twee jaar dusdanig gerijpt zijn dat de leerlingen een beter gefundeerde keuze kunnen maken. Ook de extra aandacht en tijd voor loopbaanbegeleiding moeten hieraan bijdragen. De leerlingen worden niet meteen in klassen gezet waar iedereen op ongeveer hetzelfde niveau zit. En dat zal ze op een hoger plan brengen, verwacht Heeffer. “Wie niet goed is in rekenen, kan zich optrekken aan een kind dat dat wel is. En wie sociaal minder ontwikkeld is, kan veel leren van een kind met meer sociale vaardigheden. Op de tienerschool verwachten wij dat kinderen doordat ze niet meteen in hokjes worden gestopt, meer van elkaar zullen leren.”

Papieren school
In samenspraak met lerarenopleiding Fontys wordt gekeken of een opleidingstraject voor ‘tienerleraar’ haalbaar is. “In groep 7 en 8 beginnen kinderen al wat te puberen. Leraren zijn daar niet altijd op voorbereid. In het voortgezet onderwijs vinden leraren het lesgeven aan pubers ook niet altijd even gemakkelijk”, vertelt onderwijsadviseur Lenie van Lieverloo van de KPC Groep, die als procesbegeleider betrokken is bij de tienerschool. “Het is belangrijk dat leraren begrijpen hoe een kind in elkaar zit. Dat pubers zich bijvoorbeeld wel eens verslapen door hun andere slaapritme en dat ze minder gevoelig zijn voor straffen. Leraren zouden anders geschoold moeten worden.”
De tienerschool is nu alleen nog maar een papieren school. Als alle plannen doorgaan, zal op 1 augustus 2012 een eerste groep 9 (de eerste brugklas) starten. Aanvankelijk was het de bedoeling dat er voor de tienerschool in een nieuwe wijk een nieuw gebouw zou komen. Maar de bouw heeft te lijden onder de crisis. En dus zal de school in eerste instantie gehuisvest worden in een tijdelijke voorziening.

Grenzen
Ook op andere plaatsen in het land worden initiatieven als in Tilburg ontwikkeld. In Gorinchem bijvoorbeeld bestaan plannen voor een tienercollege. “Ons uitgangspunt is tweeledig”, vertelt Mariska van Wijngaarden, projectleider van het tienercollege en werkzaam voor de Stichting Logos die in dit project samenwerkt met Scholengroep de Hoven. “Enerzijds willen we wat doen voor de groep kinderen voor wie de determinatie te vroeg is. Anderzijds willen we het onderwijssysteem tegen het licht houden en aan innovatie doen.”
Ook het tienercollege richt zich op kinderen tussen de tien en veertien jaar. “In principe is iedereen welkom. Maar voor kinderen die het in het huidige systeem goed doen is het tienercollege denk ik niet nodig. Ik kan me voorstellen dat een uitgesproken praktijkleerling of een uitgesproken vwo’er minder op zijn plek is bij ons. Ook is het tienercollege niet bedoeld voor kinderen met bijvoorbeeld een cluster 4-indicatie.”
Het tienercollege hoopt in 2012/2013 te starten. Van Wijngaarden: “Uiteindelijk hebben we een groter doel voor ogen en willen we onderwijs bieden voor kinderen tussen de twee en veertien tot zestien jaar. Binnen die droom krijgt het tienercollege dan een plek. Maar eerst moet het college de deuren openen.” Daar zitten nog wel wat haken en ogen aan. “Binnen de huidige wetgeving is het tienercollege niet eenvoudig te realiseren. Dus daar zullen we over in gesprek moeten.”
Ook de tienerschool loopt tegen de grenzen van de wet aan. Heeffer: “De Onderwijsinspectie heeft aangegeven dat je niet zomaar een dependance van een middelbare school kunt openen in een basisschool. Ik maak me daar nog niet al te druk over. Ik ga voor het pedagogisch concept, voor het juridische deel komt wel een oplossing.” Van Lieverloo van KPC Groep benadrukt dat zij er niet op uit zijn de wet ter discussie te stellen. “We willen handelen binnen wettelijke kaders en zijn niet uit op een stelselwijziging.”

Doeners
Bovendien is er al een voorloper die het wel binnen de grenzen van de wet heeft gered: de 10 tot 14 school in Zeist. “Met de wetgeving hebben wij geen problemen ondervonden”, vertelt projectleider Marjan van den Haak. “De 10 tot 14 school is een samenwerkingsproject van een stichting voor primair en een stichting voor voortgezet onderwijs. Onze leerlingen van tien en elf jaar staan gewoon ingeschreven bij een basisschool, de oudere leerlingen bij een middelbare school. De 10 tot 14 school bevindt zich op dit moment nog in het gebouw van een basisschool. Wij houden ons aan het reguliere onderwijsprogramma, maar vullen dat anders in. In groep 8 maken leerlingen bijvoorbeeld gewoon de Cito-toets. We hebben goede contacten met de onderwijsinspecteurs van zowel primair als voortgezet onderwijs.”
De school heeft dezelfde soort uitgangspunten als de tienerschool en het tienercollege. Het verschil zit hem erin dat de 10 tot 14 school zich nadrukkelijk richt op doeners. Van den Haak: “In het onderwijs staat het werken met boeken voorop. Daarnaast ligt er een grote nadruk op prestatie. Vanaf groep 6/7 wordt de druk alleen maar opgevoerd omdat de Cito-toets dan in zicht komt. De 10 tot 14 school is voor kinderen met een normale begaafdheid die de aansluiting bij dit soort onderwijs niet kunnen vinden.”
“Tot en met groep 6 komen de doeners wel mee op de reguliere basisschool. Maar in groep 7/8 komt de nadruk steeds meer te liggen op de basisvakken. Je ziet doeners dan ongelukkig worden”, licht Aafke Bouwman toe. Zij houdt zich bij CPS onderwijsontwikkeling bezig met aangepaste leerwegen. “Op de 10 tot 14 school mogen ze eerst al doende de stof leren beheersen om hem daarna te laten beklijven in het hoofd. Dus eerst handen en hart, dan hoofd.”
De 10 tot 14 school is sinds vorig schooljaar geopend. De eerste groep startte met tien leerlingen. In het tweede jaar zitten nu elf kinderen. Het CPS heeft onderzoek gedaan naar de resultaten van de eerste groep. Na een jaar zijn de prestaties bij taal, begrijpend lezen en rekenen verbeterd. Uit interviews blijkt dat leerlingen het werken met hun handen, het contact met hun docenten en de medeverantwoordelijkheid voor hun taalontwikkeling als erg prettig en stimulerend ervaren. Of deze positieve resultaten te danken zijn aan het onderwijsconcept of de kleinschaligheid van de school, durft Bouwman niet te zeggen. “Daar zal verder onderzoek naar gedaan moeten worden.”
De komende jaren zal daar voldoende gelegenheid voor zijn. Bouwman kan zo nog vijf initiatieven opsommen voor kinderen tussen de tien en veertien jaar. Begrijpelijk, vindt Van Lieverloo van de KPC Groep: “In groep 8 zijn ze soms gewoon nog te jong om zulke zwaarwegende keuzes te maken, daar moet je ze in de puberteit niet mee plagen.”

{kadertje}

Vroeg of laat

In het rapport Vroeg of laat van maart 2010 adviseert de Onderwijsraad om ervaring op te doen met scholen voor elf- tot veertienjarigen. ‘De raad pleit voor een ander soort juniorcolleges die het goede van het primair onderwijs (zelfstandigheid van leerlingen, samenhang van vakken, één of twee leerkrachten) en het voortgezet onderwijs (inhoudelijke diepgang, volwassener sfeer) combineren’, schrijft de raad. ‘Er is gebleken dat het programma van groep 8 te licht is en dat het potentieel van leerlingen niet optimaal wordt benut. Bovendien vertonen kinderen op jongere leeftijd puberaal gedrag, waardoor zij de basisschool eerder dan vroeger ontgroeien.’

Dit bericht delen:

© 2020 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.