• blad nr 20
  • 11-12-2010
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

Tatta-zweet

Wat ziet Alicia als ze mij ziet? Als ik dat wist, zat ik op de steen der wijzen. En dat zit ik duidelijk niet. Ik stel me deze vraag natuurlijk alleen maar omdat ik merk dat Alicia een hekel aan me heeft. Ik weet niets van haar en zij weet niets van mij. Maar ik heb geen hekel aan haar, zij wel aan mij. Waarom? Omdat ik in haar ogen oud ben? Omdat ik blank ben? Omdat ik, als ik niet oppas, te moeilijke woorden gebruik? Omdat ik wel hoge eisen stel, maar slap ben in het afdwingen? Omdat wat ik voor redelijkheid verslijt voor haar afstandelijkheid betekent? Denkt ze dat ik haar minacht? Of minacht ze mij? Hoort zo iemand als ik in haar wereld niet te bestaan? Heeft ze een hekel aan alles wat in haar ogen niet thuishoort in haar leven? Of blijkt uit deze laatste vragen alleen maar dat ik haar inderdaad minacht? Maar ik minacht haar helemaal niet, dat weet ik zeker. Ik begrijp haar alleen niet.
Wat zie ik als ik Alicia zie? Een groot, mooi Surinaams meisje dat altijd omringd is door andere Surinaamse meisjes. Als ze een lokaal binnenstampen, roepen ze bijvoorbeeld: ‘Het ruikt hier naar tatta-zweet’, naar het zweet van Nederlanders.
Alicia kan hard werken in de les. Ze is sterk. Als ze wil is ze gedisciplineerd en besluitvaardig. Maar ze kan ook vreselijk giechelen en hard praten en veel doen met een haarborstel, mobieltje, kam, crème, speldjes. Daar zeg ik dan wat van. En dan wordt Alicia in mijn ogen onredelijk boos. Onredelijk in de zin dat ik niet begrijp waarom het zo idioot boos moet.
Kaolo, roept ze. Oftewel: poepgat. En ma pampang. Oftwel: mijn bil. Het zijn naar de betekenis interessante scheldwoorden, heel anders dan de Nederlandse. Maar als je het in Suriname roept tegen een oudere dame word je onmiddellijk voor een rechtbank van oma’s en tantes gedaagd. Die oma’s en tantes doen dan iets vreselijks met zo’n kind, heb ik me ooit laten vertellen door een Surinaamse collega. Sindsdien reageer ik heel streng op poepgat en bil, in de hoop zo dicht bij een Surinaamse oma uit te komen als mij gegeven is. Het is zaak de daarna oplaaiende oorlog zo snel mogelijk te winnen. Dat lukt de laatste tijd vrij aardig.
Nooit kijkt Alicia me aan alsof zij en ik in dezelfde wereld leven. Ze kan – op zijn best - heel even de indruk wekken blij te zijn met een compliment voor haar werk. Maar de weerzin wijkt niet uit haar ogen. Niets in haar wil toenadering. Dat komt eigenlijk niet veel voor op school, bedenk ik me nu. Bijna al het ijs ontdooit. Maar niet dat van Alicia.
Dat moet me vooral niets kunnen schelen. Die oma’s kan het ook niets schelen wat Alicia vindt.

Dit bericht delen:

© 2020 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.