• blad nr 20
  • 11-12-2010
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

 

Kinderen op bijles om juf te ontzien

Bedrijfjes die bijlessen aanbieden schieten als paddenstoelen uit de grond. Ook basisschoolleerlingen worden er bijgespijkerd. Omdat scholen ongewild tekortschieten, zeggen ouders. “Ga er maar aanstaan, maatwerk leveren in een groep met dertig leerlingen.”

Tekst Mandy Pijl

Na een val met haar step, waarbij ze haar lever scheurde, liep Iris Balder (11) vijf jaar geleden een leerachterstand op. Ze werd geopereerd, lag twee weken in het ziekenhuis en moest drie maanden herstellen. In die periode kon ze niet naar school.
“Haar juf kwam bij ons thuis lesgeven, om te voorkomen dat Iris lesstof miste. Maar Iris was nog snel moe en had een verminderd concentratievermogen. Ze pikte niet alles op”, vertelt haar moeder Alice Balder. “Toen ze weer naar school ging, merkte ze dat ze veel dingen niet beheerste.”
Een particuliere leerkracht spijkerde Iris in bijlessen bij. Hoewel Iris haar achterstand heeft ingelopen, krijgt ze nog steeds bijles. “Omdat ze veel had gemist, durfde ze haar vinger nooit op te steken in de klas. Ze was bang dat ze het toch niet wist. De bijlessen geven haar zelfvertrouwen. Uitleg vooraf helpt enorm.”
De school vindt het volgens Balder wel prettig dat hun leerling die hulp extern krijgt. “De juf heeft vaak vier tot vijf kinderen aan de instructietafel die ze in een kwartier extra uitleg moet geven. Zo’n kwartier is zo voorbij, ze kan niet elk kind de aandacht geven die het nodig heeft.”

Onstuimig
Het aantal bedrijven dat bijlessen en huiswerkbegeleiding aanbiedt, groeit. Het onderzoeksrapport Geld buiten de school van bureau Research voor Beleid, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Onderwijs, spreekt zelfs van een onstuimige groei.
Die conclusie is onder meer gebaseerd op de toename van het aantal vestigingen van de 77 onderzochte bedrijven. Vijf jaar geleden hadden die bedrijven samen 37 vestigingen. Inmiddels zijn dat er 148.
Hoewel vooral ouders van leerlingen in het voortgezet onderwijs geld aan externe begeleiding uitgeven, zo’n 57 tot 69 miljoen euro, doen ook ouders van basisscholieren dat. Hun bestedingen bedragen zo’n 4 tot 19 miljoen euro per jaar.
Vera Oudenaarden van Junior Coaching uit ’s-Graveland zou het niets verbazen als dat bedrag de komende jaren stijgt. Ze geeft bijlessen, huiswerkbegeleiding en Cito-trainingen aan basisschoolleerlingen en constateert een toenemende vraag van ouders. Oudenaarden heeft inmiddels een wachtlijst.
Het zijn vooral ouders van ‘gemiddelde kinderen’ met een ‘gemiddeld leerniveau’ die zich bij haar melden. “Hun kinderen voelen zich onzeker over een bepaald onderdeel. Ze hebben bijvoorbeeld een keer de plank misgeslagen en worden al zenuwachtig bij het woord toets. Bijles helpt dan. Het kind krijgt individuele begeleiding waarbij hij even geen concurrentie heeft van bollebozen die meteen met hun vinger omhoog zitten.”
Ook Martin Beeldsnijder van Touring Teacher in Almere geeft lessen waarbij hij kinderen veel individuele aandacht kan geven. Hij doet dat in groepjes van hooguit zes leerlingen. “Als ouders op tijd bij me komen, liefst als hun kind in begin groep 7 zit, is de kans groot dat hij door mijn lessen in het leerlingvolgsysteem van een C naar een B gaat. Met persoonlijke aandacht, een positieve insteek en een hart onder de riem lukt dat in 70 procent van de gevallen.”
Met dat streven, het wegwerken van C-scores, gaf Consuela Lont haar zoon Jamal (11) op voor bijlessen. Aanleiding was de entreetoets in groep 7, die uitwees dat Jamal op het niveau zat van vmbo basis of kader. Terwijl hij volgens zijn moeder meer in zijn mars had.
“Ik was boos. Jamal is geen uitmuntende leerling en hij hoeft echt niet naar het gymnasium. Maar ik was niet van plan me neer te leggen bij de mening van de intern begeleider die vond dat ik hem niet moest pushen. Misschien was dit wel zijn niveau, zei ze. Ik wist dat hij beter kon. Sinds hij bijles heeft, maakt hij volgens zijn juf een goede kans om na groep 8 naar de theoretische leerweg te gaan.”

De dupe
Pusherig wil hij het niet noemen, maar kritisch zijn ouders zeker, meent Beeldsnijder. Hij beschouwt dat als een pluspunt. “Ik vind het volkomen logisch. Ouders hebben over het algemeen een reëel beeld van hun kind en dan is het niet gek dat ze er alles aan willen doen om ervoor te zorgen dat hij het niveau haalt dat bij hem past. Mensen die hun domme kind per se op het gymnasium willen hebben, kom ik echt niet tegen.”
Maar is het niet de taak van scholen om een kind de begeleiding te bieden die het nodig heeft? Jacqueline Walvisch – haar zoon Camiel (10) krijgt bijles - vindt dat de school en ouders een gezamenlijke taak hebben. “Het is net zo goed de taak van ouders om samen met hun kind te bekijken wat hij moeilijk vindt, en er alles aan te doen om hem daarbij te helpen.”
Alice Balder is het met haar eens. “Sommige ouders vinden dat de school verantwoordelijk is voor hoe het met hun kinderen gaat. Maar als het niet goed gaat, kun je daar niet altijd de juf de schuld van geven.”
“Natuurlijk zou het prachtig zijn als ik overbodig was”, zegt Oudenaarden. “Maar scholen schieten nu eenmaal tekort. Overigens geheel buiten hun schuld om. Ze signaleren leerproblemen, maar kunnen daar vervolgens niet mee aan de slag vanwege geldgebrek.”
En het is niet alleen een financiële kwestie. “Alleen al aan de administratie voor zorgleerlingen hebben leerkrachten hun handen vol”, zegt Oudenaarden, die een dag per week werkzaam is als leerkracht in een groep 5. “Ga er maar aanstaan, maatwerk leveren in een groep met dertig leerlingen.”
Oud-basisschoolleerkracht Jeanet Meijs, bestuurslid van de vereniging Beter Onderwijs Nederland, herkent wat Oudenaarden zegt. “De toenemende vraag naar bijlessen heeft alles te maken met de matige kwaliteit van het onderwijs. Weer Samen Naar School is daar een oorzaak van, maar ook het feit dat er te weinig effectief les wordt gegeven. Te veel tijd wordt verspild aan andere zaken dan de basisvakken taal en rekenen. Bovendien stromen steeds meer mbo’ers door naar de pabo, die het hbo-niveau niet aankunnen. De pabo past daar zijn niveau op aan, waardoor er leerkrachten voor de klas komen die het vak niet in de vingers hebben. Slechte en goede leerlingen zijn daar de dupe van, en dan is het niet verwonderlijk dat ouders hun heil in bijlessen zoeken.”

Smak geld
Woordvoerder Harm van Gerven van de PO-raad vindt het te kort door de bocht om te zeggen dat het toenemend aantal aanbieders van bijlessen veroorzaakt wordt doordat het onderwijs van een slechte kwaliteit zou zijn. “Dat het zo slecht gesteld is met die kwaliteit blijkt niet uit rapportages van de Onderwijsinspectie. Maar het is wel zorgelijk als ouders voor privélessen kiezen omdat ze zien dat scholen de begeleiding van leerlingen niet aankunnen.”
Daarnaast kan die ontwikkeling zorgen voor een tweedeling, die de onderzoekers van Research en Beleid omschrijven als een scheiding tussen de haves (ouders die activiteiten bekostigen die tot betere schoolprestaties leiden) en have nots (ouders die machteloos toezien hoe scholen niet het beste halen uit hun kinderen, die daardoor lager op de maatschappelijke ladder eindigen).
De onderzoekers constateren dat van zo’n tweedeling nog geen sprake is. Jacqueline Walvisch vraagt zich bovendien af of de angst voor zo’n scheiding terecht is. “Het klinkt alsof ouders van wie de kinderen bijles hebben, dat met gemak betalen. Terwijl vijftig euro per uur, en dat vier keer maand, ook voor ons een smak geld is. Maar dat hebben we ervoor over, omdat hij daardoor straks wel naar een gemiddelde school kan met gemiddelde leerlingen zoals hij.”

{portret 1}
‘Eerst was ik niet zo slim in rekenen’

Camiel Hiddinga (10) zit een keer per week op bijles voor spelling en rekenen.

“Min, gedeeld door en keer. Die sommen vond ik erg lastig, en daarom moest ik naar bijles. In het begin vond ik het niet zo erg leuk om na school ook nog bijles te krijgen. Nu vind ik het juist wel leuk, omdat het er veel rustiger is dan in de klas. In de bijles kan ik me veel beter concentreren en ik snap de dingen nu beter. Spelling en rekenen gaan beter. Alleen de gedeeld-door-sommen blijven lastig. Ik ben nu zelfs wel blij met de bijles, omdat het toch wel goed is als ik later beter kan leren. De meeste kinderen in mijn klas vertel ik niet dat ik ernaartoe ga. Ze hoeven niet te weten dat ik eerst niet zo slim was in rekenen.”

{portret 2}
‘Soms snap ik dingen die anderen nog niet weten’

Iris Balder (11) krijgt een keer per week bijles in spelling en rekenen. Ook krijgt ze een keer week Cito-training.

“Voordat ik bijles had begreep ik heel veel niet wat anderen wel wisten. Ik moest vaak bij de juf komen die me sommige dingen steeds weer moest uitleggen. Ik vond dat heel vervelend. Ik wilde het liefst op het niveau van de andere kinderen zitten. Sommige kinderen begonnen te kreunen als ik iets niet snapte. ‘Jemig, weet je dat nóg niet’, riepen ze dan. Nu weet ik vaak hetzelfde als de anderen en voor toetsen krijg ik goede cijfers. Soms leer ik alvast vooruit en snap ik al wat anderen nog niet weten. En heel soms denk ik dan in mezelf: ‘Weet je dat dan nóg niet?’”

{portret 3}
‘Als ik naar een goede school ga, kan ik later een eigen huis kopen’

Kenneth Milton (10) heeft elke zaterdag bijles waar hij rekenen en spelling oefent.

“Ik vind het leuk om bijles te hebben, want zo kan ik goede cijfers voor school halen. Daar ben ik heel blij mee. In groep 6 haalde ik slechte cijfers voor spelling. Nu ben ik van ‘matig’ naar ‘goed’ gegaan. In de klas ben ik nog wel eens zenuwachtig, in de bijles niet. Daar krijg ik uitgelegd hoe het moet. In de klas moet ik zelf uitzoeken hoe het moet. Sommige kinderen lachen me uit omdat ik bijles krijg. Maar daar trek ik me niks van aan. Want ik kan straks naar een goede school gaan. Ik denk de mavo. En dan kan ik een betere baan krijgen en genoeg geld verdienen om later een eigen huis te kopen.”

Dit bericht delen:

© 2020 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.