• blad nr 19
  • 27-11-2010
  • auteur E. Went 
  • Redactioneel

De ongeduldige internetgeneratie wil zelf kiezen 

Het Nieuwe Werken komt eraan

Met één ding tegelijk bezig zijn, werken met statisch leermateriaal en dag in, dag uit op dezelfde plek in hetzelfde lokaal zitten: de ongeduldige multitaskende internetgeneratie gruwt ervan. Dus: ruim baan voor Het Nieuwe Werken in ‘s lands onderwijssysteem. “Laat leerlingen zelf uitkiezen waar zij leren en welke lessen nuttig zijn om te volgen.”

In het project Natuurlijke leeromgevingen onderzoekt het SURFnet/Kennisnet Innovatieprogramma hoe principes uit Het Nieuwe Werken (HNW) geadopteerd kunnen worden door het onderwijs. Volgens projectleider Nieske Vergunst zal het onderwijs namelijk niet aan een grondige herijking kunnen ontkomen: “De internetgeneratie van na 1990, opgegroeid met computers, internet en mobiele devices, hecht namelijk enorm aan keuzevrijheid en individualiteit. Bovendien is deze generatie ongeduldig. Een flexibele leeromgeving is dan veel natuurlijker dan het huidige onderwijssysteem, dat voornamelijk is ingericht op één ding tegelijk doen en op dagelijkse verplichte aanwezigheid in een klaslokaal of schoolgebouw.”
En laat dat nu net het grote verschil zijn met Het Nieuwe Werken. Dat verschijnsel, dat in razend tempo opgang doet in het bedrijfsleven, gaat er vanuit dat kennisuitwisseling en kennisoverdracht dankzij de huidige stand van de techniek tijd- en plaatsonafhankelijk kan plaatsvinden. Ofwel: leren kan overal. Thuis, in de kroeg, op straat, op leerpleinen desnoods, en zeker niet meer noodzakelijkerwijs alleen in het bedompte klaslokaal onder het toeziend oog van een alwetende docent. Vergunst: “Dat betekent niet dat er meteen een verbod moet komen op klassikale lessen en verplichte aanwezigheid. Maar voor bepaalde activiteiten zouden scholen op een flexibele manier met lestijden en leslocaties kunnen omgaan.”
Zo vindt zij er iets voor te zeggen dat scholen (een deel van) hun lokalen gaan indelen op soort activiteit in plaats van op schoolvak of schoolklas. Met, om maar wat te noemen, stiltelokalen, groepswerklokalen, lokalen voor klassikale lessen, ontmoetingsruimtes, multimedialokalen en lokalen voor creatieve activiteiten. Vergunst: “Leerlingen zouden in zo’n schoolsituatie zelf projectmatig naar een bepaald doel kunnen toewerken. Onder begeleiding van een docent kiezen ze welke lessen nuttig zijn om te volgen en welke niet en waar ze hun kennis tot zich nemen.”

Sparringpartner
Van docenten vereist dit dat ze ingrijpend anders gaan werken. Bijvoorbeeld met online videolessen. Vergunst: “Dat is veel efficiënter dan jaarlijks dezelfde lesstof te moeten herhalen. Een docent neemt een keer een les op en speelt daarmee veel ruimte vrij om leerlingen op individuele basis te helpen met het verwerken van die informatie. Zo wordt de leerkracht meer een coach en sparringpartner dan een docent. Met leerlingen maakt hij resultaatafspraken, waarna zij er zelf voor moeten zorgen dat ze die ook halen.”
De winst is volgens haar evident: “Leerlingen van de internetgeneratie zullen leren op deze manier veel uitdagender vinden. De organisatie van het onderwijs sluit immers beter aan op hun behoeften. En docenten hoeven niet langer lessen af te draaien voor klassen waarvan de helft niet zit op te letten. Docenten die meegaan met hun tijd en met de technologische ontwikkelingen van hun leerlingen, zullen bovendien meer aansluiting hebben en kunnen hen daardoor ook veel beter individueel begeleiden. Het docentschap wordt dan echt een andere baan.”

Ontmoetingsplek
Marcel Kesselring is ‘directeur van buiten’ van de Aloysiusbasisschool in Maasland. Mede vanwege een verleden in het bedrijfsleven heeft hij Het Nieuwe Werken al jaren geleden stevig omarmd als ‘een begaanbare, interessante weg voor de toekomst’. Kesselring: “Wat je ziet is dat het bedrijfsleven in een razend tempo experimenteert met Het Nieuwe Werken. Scholen gaan de gevolgen daarvan merken. Zo worden ouders bijvoorbeeld flexibeler in hun beschikbaarheid voor school. Daar kunnen wij van profiteren en de banden flink aanhalen.” Ook voor de inrichting van leerprocessen op zijn school ziet hij mogelijkheden: “De school als leerinstituut zie ik niet zo snel verdwijnen. Maar wel is er dankzij technische innovatie veel meer mogelijk met lestijden en online ondersteuning van leerlingen. Ik zou me bijvoorbeeld kunnen voorstellen dat we in de toekomst ’s avonds van zeven tot acht huiswerkbegeleiding gaan geven in een virtuele klas. Nu is de schoolorganisatie vooral ingericht op zichtbaarheid. Ik zou liever op resultaten willen sturen. De school wordt dan veel meer een ontmoetingsplek.”
De komende maanden gaat hij met zijn team werken aan een nieuw schoolplan. “Dat doen we in drie stappen: we kijken naar onze successen uit het verleden, naar hoe we de dingen doen in het heden en we richten ons vizier op de toekomst. Wat vraagt de moderne samenleving van ons? En wat kunnen technologische ontwikkelingen zoals de iPad en het gebruik van sociale media betekenen voor ons onderwijs? Het Nieuwe Werken zal in dat proces uitgebreid aan bod komen, dat is zeker.”

Binden en boeien
Renate Mijling is senior consultant bij Veldhoen + Company, een organisatieadviesbureau dat samen met het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS) scholen helpt bij het uitdenken van hedendaagse leerconcepten. Vaak resulteert dat in het bedenken van adviezen over het organiseren van smart working en smart buildings die dit ondersteunen. Mijling: “Wat wij zien is dat de huidige generatie leerlingen veel beeldender is ingesteld dan voorgaande generaties. Denk maar aan de populariteit van YouTube. Kinderen van nu leren echt anders dan vroeger. Abstracte theorieën kunnen ze minder makkelijk tot zich nemen. Dus moeten scholen dat in hun onderwijsprocessen inbrengen.”
Hoe? Scholen zouden om te beginnen vanuit de visie op hedendaags leren moeten kijken wat de functie van hun gebouw is en welke waarde zij toekennen aan de fysieke activiteiten die er nu maar ook in de toekomst plaatsvinden. Mijling: “Vervolgens moet het mogelijk zijn om een grotere diversiteit aan voorzieningen in te bouwen. Met gebieden waar leerlingen individuele activiteiten kunnen doen, waar ze kunnen samenwerken, waar docenten met hen een-op-een gesprekken kunnen voeren, en met ruimtes waar zij praktijksituaties kunnen oefenen.”
Dat de rol van de docent dan meteen ook verandert is onontkoombaar, stelt Mijling. “Nu ligt het accent op kennisoverdracht. Straks wordt de docent veel meer procesbegeleider, die leerlingen leert eigen keuzes te maken en hen bijbrengt dat ze daarin een eigen verantwoordelijkheid hebben. Dat wordt in hun toekomstige baan ook van ze verwacht. Docenten gaan als het ware op individueel niveau binden en boeien en de virtuele en fysieke omgeving draagt hier positief aan bij.”

Eng
Dat vereist dan uiteraard wel dat zij openstaan voor Het Nieuwe Werken. Mijling: “Ouderen kunnen van jongeren veel leren. Docenten moeten daarvoor wel uit hun traditionele rol stappen en erkennen dat zij niet langer alle kennis en kunde hebben. Dat is best eng. Maar wie daarvoor openstaat en bereid is in de belevingswereld van de internetgeneratie te stappen, zal zien dat er spannende, nieuwe mogelijkheden ontstaan.”
Bovendien: een alternatief is er niet, stelt zij. “Het Nieuwe Werken is er al. Overal. Het is de toekomst. En dus moeten scholen leerlingen daarop voorbereiden. Bovendien is dit al hoe leerlingen werken. Ga je daar niet in mee, dan mis je hun belevingswereld en de aansluiting met het bedrijfsleven. Deze ontwikkelingen buiten de deur houden, zal daarom niet eens lukken.”
{kader}
Steeds flexibeler
Het Nieuwe Werken is een andere manier van werken en samenwerken, ondersteund door de laatste technologie. In Het Nieuwe Werken gaan mensen en organisaties flexibeler om met arbeidstijd en werkomgeving. Medewerkers krijgen de ruimte en de vrijheid om zelf te bepalen hoe zij willen werken, waar zij dat willen doen, wanneer en met wie. Hierdoor voelen mensen zich prettiger en worden organisaties productiever. Het Nieuwe Werken is mogelijk dankzij allerlei recente technologische ontwikkelingen in de ict.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.