- blad nr 17
- 30-10-2010
- auteur . Lachesis
- Column
Brein
’t Is af, zeggen ze tegelijkertijd. Echt waar, vraag ik ongelovig, laat maar eens zien dan. Tom en Arnold klikken een viertal pagina’s open. Lukraak vliegen er een aantal onderwerpen voorbij die in de verte wat met het oude Egypte te maken hebben. Het is slordig, onvolledig en wemelt van de rood onderstreepte woorden. Het is bovenal kort. Ik pak de kaart waarop de stappen voor het maken van een presentatie staan. Beide heren verschieten van kleur. Oef, vergeten juf. Overnieuw, gebied ik. Er welt een luid gekreun op. Ah nee hè, daar hebben we geen zin in, er zijn nog zoveel andere leuke opdrachten. Niks mee te maken, grom ik, overnieuw!
Een aantal leerlingen is in verband met hetzelfde project een piramide aan het plakken. Nadat ze uit de losse pols een grote driehoek geknipt hebben en op het papier geplakt hebben kijken ze me tevreden aan. Zo goed? Nee, natuurlijk niet, antwoord ik. O jee, maar wat moet er dan nog meer bij, vragen ze verbaasd. Heb je de opdrachtenkaart goed gelezen, vraag ik. Drie hoofden schudden bedrukt van nee. Toch helpt de reprimande niet veel. Ik moet nog zeker drie keer flink kritiek geven voordat ze een werkstuk maken dat mijn goedkeuring kan weg dragen.
Het grootste deel van de meisjes studeert een Egyptische dans in. Deze dans zal voor een groot publiek uitgevoerd worden. Als ik na een paar keer oefenen vraag of ze aan mij willen laten zien wat ze ingestudeerd hebben, kijken ze me wazig aan. O ja, die dans…, nou die dans gaat niet door hoor juf. Geen zin meer. Een minuut later dansen er onvrijwillig hevig verbaasde danseressen door het lokaal. Jeetje, mogen ze dat niet zelf beslissen dan? Raar hoor.
Hoewel het niet het eerste jaar is dat ik zo’n strijd voer tegen de onmetelijk luchtige aanpak van de doorsnee leerling is het wel het eerste jaar dat het me met een modelklas overkomt. De andere jaren kon ik nog denken: ach, druk stel, veel zorgleerlingen. Maar dit stel is slim, vrolijk, aandachtig, rustig. Hoe kan het dan dat ze categorisch lijkt te weigeren een beetje aandacht aan het eindresultaat te besteden? Tekeningen, handenarbeidwerkjes, oefeningen bij gymnastiek, verhaaltjes, werkstukken op de computer, bibliotheekboeken uitlezen, alles ademt halfslachtigheid. Steeds sneller klinkt de wens of ze nu dit mogen doen of dat mogen laten. Hersenonderzoeker Susan Greenfield, werkzaam aan de universiteit van Oxford, trok onlangs aan de bel. We weten eigenlijk helemaal niet wat het effect op de lange termijn is van de komst van de computer, schrijft ze. Wellicht stijgt het gemiddelde IQ en kunnen mensen sneller informatie verwerken, maar het vluchtige zoeken naar kennis via de computer zou ook heel goed het vermogen om echt te leren aan kunnen tasten. Deze dreiging, zo gaat Greenfield wat onheilspellend verder, zou wel eens net zo’n grote dreiging als de klimaatverandering kunnen zijn. Maryanne Wolf, cognitief neurologisch onderzoeker aan de Tufts universiteit in Massachusetts, waarschuwt al net zo hard. De circuits die in het brein betrokken zijn bij intensief lezen en nadenken over dat wat je gelezen hebt, zouden met de komst van zoekmachines, videogames en de sociale netwerken wel eens langzaam kunnen afsterven bij volwassenen en niet meer fatsoenlijk ontwikkeld worden bij kinderen. We zullen dit moeten onderzoeken, schrijft ze, en we zullen dit vooral bij kinderen moeten onderzoeken. Hoewel deze voorspellingen hier en daar wat al te somber lijken – iedere diepgaande verandering trekt immers onheilsprofeten aan - denk ik soms stiekem dat ik als schooljuf de eerste tekenen van die teloorgang al zie. De constante stroom prikkels waar mijn leerlingen aan bloot staan, resulteert steeds vaker in een groot aantal halfproducten. De enige remedie is een stevige roep om kwaliteit. Tegen de stroom in.