- blad nr 17
- 30-10-2010
- auteur L. Douma
- Redactioneel
Seksuele opvoeding op de basisschool
Gefriemel in de poppenhoek
‘Jongen (7) misbruikt klasgenotes’, ‘Seksschandaal vergiftigt Emmer-Compascuum’, ‘Leerling (8) verdacht van misbruik op school’, ‘Jongens schuldig aan onzedelijk gedrag’, ‘Peuter weg van kinderdagverblijf na seksueel gedrag’, ‘Woerden in rep en roer over misbruikzaak’, ‘Kleuter weer in de fout’.
Zomaar wat krantenkoppen uit de afgelopen jaren. Seksspelletjes – ook als ze binnen de ‘normale’ seksuele ontwikkeling van kinderen vallen - kunnen uitgroeien tot hetzes. Jonge kinderen worden van school gestuurd. Soms zien ouders zich zelfs gedwongen te verhuizen.
“De boel kan behoorlijk uit de hand lopen wanneer er onvoldoende kennis en geen open klimaat is op school”, vertelt Channah Zwiep. Zij is pedagoog en deskundige op het gebied van de seksuele ontwikkeling van jonge kinderen. “Opvoeders zien de signalen niet of willen die niet zien. Als kinderen dan op een gegeven moment wel iets vertellen over seksueel gedrag, schrikken ouders zich kapot en reageren ze boos. Dat is voor een kind het signaal met de vingertjes te gaan wijzen. Dat kind zal dan niet snel zeggen zelf met het spel begonnen te zijn. Ouders gaan op hoge poten naar school. Die probeert de boel te sussen. Maar het kan snel uit de hand lopen en dan is een belletje naar de krant snel gemaakt.”
Volgens Zwiep is seks nog steeds een moeilijk onderwerp om aan te kaarten. “Het is een taboe dat met name jonge kinderen überhaupt seksuele gevoelens hebben. Dat heeft onder andere te maken met een diepgewortelde angst voor seksueel misbruik. Er wordt vaak gezegd dat extreem seksueel gedrag van kinderen een indicator is voor seksueel misbruik. Dat kan in sommige situaties ook zo zijn, maar hoe vaak ik wel niet verontruste ouders spreek die bang zijn dat hun kind van alles heeft meegemaakt. Die ten onrechte de opvang verdenken of de school. En dan vraag ik of daar verder signalen voor zijn. ‘Nee, maar mijn zoon zit steeds aan zijn piemel’. Ouders weten niet dat dat volkomen normaal gedrag is.”
Normaal
De onwetendheid wordt mooi geďllustreerd op de Vraagbaak seksuele opvoeding van Ouders Online. Het archief telt maar liefst 346 vragen, alle voorzien van een antwoord. ‘Is plassertikkertje onschuldig of niet? (4-5 jr)’, ‘Mijn zoon heeft een meisje gevraagd om haar onderbroek uit te doen. Is dat normaal? (9 jr)’, ‘Mogen kleine kinderen bloot buiten spelen? (3-6 jr)’.
Op de lange lijst met vragen valt er eentje wel heel erg op: ‘Ons zoontje (3) is niet geďnteresseerd in zijn geslachtsdeel. Is dat normaal?’. Hoe een kind zich ook gedraagt, ouders maken zich zorgen over de seksuele ontwikkeling en hebben geen flauw idee wat ‘normaal’ is.
Voor leerkrachten is dat vaak niet anders. “Zij weten niet welk seksueel gedrag bij welke leeftijd past”, vertelt Anke Visser van het Project Preventie Seksuele Intimidatie (PPSI) van het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum. “Wij hebben in Nederland een bijzondere waterscheiding: het onderwijs gaat over het hoofd en de GGD over het lijf van kinderen. Maar de leerkracht heeft toch maar mooi hoofd čn lijf in de klas zitten.”
De leerkracht moet daar wat mee, vinden deskundigen. Visser: “Kleuterjuffen weten vaak uit ervaring wel welk seksueel gedrag normaal is, maar nogal eens ontbreken duidelijke afspraken hoe hier als onderbouwkrachten mee om te gaan in de groep.”
“Natuurlijk is de ouder in eerste instantie verantwoordelijk voor de seksuele opvoeding van zijn kind”, meent psycholoog en seksuoloog Sanderijn van der Doef. “Maar de inbreng van de leerkracht is heel groot. Een grote groep ouders is niet thuis
in seksuele opvoeding. Dan zijn er ook nog ouders die vinden dat seksualiteit niet hoort op de basisschool. Juist voor de kinderen van zulke ouders kan een leerkracht veel betekenen. Leerkrachten hoeven ook niet te zwaar te tillen aan die taak. Ze hoeven het niet over heel expliciete zaken te hebben. Ze moeten hun leerlingen gewoon normen en waarden bijbrengen. En een klimaat scheppen waarin kinderen vragen over seksualiteit durven te stellen.”
“Vanaf groep 1 zou er aandacht voor seksuele vorming moeten zijn”, vindt ook pedagoog Zwiep. “Met kleuters kun je bijvoorbeeld bespreken hoe de verschillende lichaamsdelen genoemd worden. Sla daarbij de geslachtsdelen niet over. Stel regels op. Bijvoorbeeld dat ze elkaar best mogen aanraken, maar dat ze hun onderbroekjes dan aan moeten houden. In groep 5/6 zou je het onderwerp seksualiteit aan discriminatie kunnen koppelen. Leg je leerlingen uit dat iedereen anders is, en dat ‘homo’ geen scheldwoord is.”
Praat ook als team over seksualiteit. Van der Doef: “Soms is het nodig in schoolverband afspraken te maken. Grenzen liggen voor iedereen anders. Maar als school moet je een eenduidig beleid hebben.”
Ontdekkingstocht
Wat alle experts zeggen: doe niet te krampachtig over seks. Visser van het PPSI: “Wanneer een jongetje in de kring bijvoorbeeld steeds met zijn hand in zijn broek zit, moet je gewoon tegen hem zeggen: Dat doen we niet waar iedereen bij is. Net zoals je dat zegt bij neuspeuteren.”
Maar, waar de deskundigen het ook over eens zijn: ga bloedserieus met klachten om. “Ik ben betrokken geweest bij een geval waar een ouder zelf als kind iets naars had meegemaakt. Vader diende op school een klacht in toen zijn dochtertje met bloed in haar onderbroek thuiskwam. Het bleek dat zij in de poppenhoek had gespeeld met een jongetje waarmee zij ‘al jaren’ omging, haar ouders waren met die van hem bevriend. Dat vriendje had een potlood in haar vagina geduwd, waarna zij was gaan bloeden. De juf vergoelijkte de situatie wat. Het was natuurlijk niet goed wat er gebeurd was, maar die twee spelen altijd zo leuk samen en het is niet meer dan normaal dat kinderen op seksuele ontdekkingstocht gaan. Daarop werd vader woest”, memoreert Visser. En de vertrouwenspersonen en de schoolleiding moesten in actie komen. “Hij wilde zekerheid dat zijn kind veilig was op school. In dit soort gevallen kan de boel behoorlijk escaleren. Luister dus goed wanneer ouders een klacht hebben, stel je begrijpend op. En zeg vooral concrete maatregelen toe om het weer veilig te maken in de groep, voor kind čn ouders. Zeg dat je extra op zult letten, zorg ervoor dat kinderen niet samen naar het toilet gaan. Of maak de poppenhoek meer overzichtelijk.”
Waar scholen voor moeten uitkijken is verkettering. Psycholoog Van der Doef: “Wanneer jonge kinderen seksspelletjes doen, wordt er steeds meer gedacht in termen van daders en slachtoffers. Maar ik vind dat er alleen maar slachtoffers zijn als er incidenten zijn met kinderen onder de twaalf jaar. Het is belangrijk om seksueel gedrag niet meteen in de criminele sfeer te trekken, maar grenzen duidelijk te maken en criteria te verhelderen.”
Als een incident wel uit de hand loopt, is het van belang daar met alle kinderen op school over te spreken. Pedagoog Zwiep: “Een hetze geeft een heel verkeerd signaal aan kinderen, namelijk dat seks absoluut niet mag. Dat het vies en onbespreekbaar is.” Van der Doef: “Zo’n onderwerp gaat toch rondzingen op school. En dus is het van belang kinderen ook op de positieve kanten van seksualiteit te wijzen.”
“Je moet als leerkracht op een heel praktisch niveau met seksuele behoeften omgaan”, stelt Visser. “Kinderen mogen elkaar niet slaan, ze mogen ook niet iets bij elkaar naar binnen steken. Leer kinderen vooral ook ‘nee’ te zeggen.”
{kader 1}
Wat is ‘normaal’?
Kleuters houden van het bekijken en aanraken van elkaars en eigen lichaam. Ze spelen doktertje, vadertje en moedertje. Vaak voltrekt dat zich buiten het zicht van volwassenen omdat de kleuters een signaal hebben gekregen dat dit soort spelletjes niet passen in de sociale code van de school.
Bij kinderen tussen de zes en acht jaar gaat verliefdheid een rol spelen, zonder dat daar volwassen seksuele gevoelens aan gekoppeld worden. De belangstelling voor elkaars lichaam wordt minder openlijk, omdat ze zich bewuster worden van de sociale norm. Tekeningen maken van geslachtsorganen of het gebruiken van ‘vieze’ woorden is heel spannend.
Wanneer kinderen tussen de acht en tien jaar oud zijn wordt verliefdheid wel gekoppeld aan lichamelijk contact. Kinderen gaan tegen elkaar aan zitten of lopen hand in hand. De groepsnorm is gericht op heteroseksualiteit. Kinderen maken ‘grapjes’ over homo’s. En masturbatie neemt toe, vooral bij jongens. Zij kunnen dit ook groepsgewijs doen. Kinderen kunnen ook flink uitdagen op deze leeftijd, bijvoorbeeld schuttingwoorden roepen of de juf op de billen slaan als ze langsloopt.
In de prepuberteit, als kinderen tussen de tien en twaalf zijn, groeit de belangstelling voor volwassen seksualiteit. Kinderen gaan strelen en tongzoenen. Wanneer zij kans zien, zoeken ze pornografische beelden op. Ook neemt de behoefte aan privacy toe.
Voor dit overzichtje is gebruikgemaakt van het PPSI-informatieblad ‘Seksueel gedrag op de basisschool’, gratis aan te vragen bij de PPSI-helpdesk: 030 2856762, ppsi@aps.nl
{kader 2}
Tips
• Spreek af welke woorden voor geslachtsdelen wel en niet zijn toegestaan op school.
• Een veelvoorkomend misverstand is dat het vertrouwen schept bij leerlingen als een leraar gebruikmaakt van voorbeelden uit zijn persoonlijke ervaring. Leerlingen willen over het algemeen niet ‘geconfronteerd’ worden met relationele of seksuele ervaringen van hun leerkracht.
• Praten over nare ervaringen doen kinderen alleen als ze ook praten over de leuke dingen rondom seksualiteit.
• Wat geldt voor neus en oor, geldt ook voor vagina en anus: stop er niets in. Zorg dat kinderen dit soort regels kennen. En benader een vagina of anus niet anders dan een neus of oor, wanneer je het erover hebt.
• Bagatelliseer klachten van ouders nooit. Zo ontstaan hetzes.
• Maak afspraken met het team over hoe om te gaan met doktertje spelen, vader en moedertje spelen, en dergelijke. En, minstens zo belangrijk, zorg dat leerlingen die afspraken en regels kennen.
{kader 3}
Lastig?
Seksualiteit op de basisschool blijkt een ingewikkeld onderwerp. Het Onderwijsblad had over dit onderwerp ook graag leerkrachten aan het woord gelaten. Niemand wilde echter meewerken, of alleen onder pseudoniem maar dat ging de redactie te ver. De ene school zei niets met het onderwerp te doen, de andere gaf toe zelf nog te veel te worstelen met de materie om er iets zinnigs over te kunnen zeggen.
Gelukkig zijn er hulpmiddelen. Zo organiseert Rutgers Nisso Groep elk jaar de Week van de Lentekriebels. Dit schooljaar is dat van 21 tot en met 25 maart 2011. Het programma is geschikt voor groep 1 tot en met 8. In elke groep wordt aandacht besteed aan relationele en seksuele vorming, passend bij de leeftijd. Ga naar www.weekvandelentekriebels.nl
In de Week van de Lentekriebels wordt ook gebruikgemaakt van het lespakket Relaties en Seksualiteit. Dit lespakket bestaat uit vier katernen, wat aangevuld kan worden met een katern voor multiculturele klassen, en is geschikt voor alle groepen: Relaties en Seksualiteit, Sanderijn van der Doef, uitgeverij ThiemeMeulenhoff, ISBN 9789006641004, €92,30, te bestellen via www.meulenhofeducatief.nl
Het PPSI heeft op zijn site veel informatie hoe om te gaan met seksueel gedrag onder kinderen op school: www.ppsi.nl
Zowel Sanderijn van der Doef (www.sanderijnvanderdoef.nl) als Channah Zwiep (www.kindenzo.nl) hebben een praktisch boekje uitgebracht over ‘normaal’ seksueel gedrag:
Kleine mensen, grote gevoelens. De seksuele opvoeding van kinderen, Sanderijn van der Doef, uitgeverij Ploegsma, ISBN 9021618907, €14,95.
Wat is wijsheid? Seksuele opvoeding van jonge kinderen, Channah Zwiep, uitgeverij SWP, ISBN 9088501513, €12,50.