• blad nr 17
  • 30-10-2010
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

Theresa

Ze heeft van alles overleefd: idealisme en amateurisme in buurthuizen, echte professionalisering, nepprofessionalisering, concurrentie door beunhazen en zelfs de inburgeringswet. Geen pok of mazel kreeg Theresa klein.
Meer dan dertig jaar heeft ze Nederlands gegeven aan buitenlanders. In augustus was het elk jaar weer spannend. Bestond Theresa’s baan nog en, zo ja, in welke gedaante? Van welke instelling naar welk bijgebouw zou ze dit jaar mogen fietsen? Wie zou er nu weer voor onbepaalde tijd overspannen zijn?
Dit jaar zag het er goed uit. Ze mocht een afdeling helpen opzetten voor de alfabetisering van mensen die daar om verlegen zitten. Een mooie vluchtroute uit de inburgering die na een kort leven al weer op instorten staat.
Ze begon eind augustus. “Dit is misschien wel de Titanic, maar wij zijn in ieder geval een leuk orkest”, grapte ze in het kersverse team. Begin oktober kreeg ze te horen dat er geen geld meer is.
Toen hield zelfs Theresa het voor gezien. Ze moet iets anders vinden. Maar wat? Het voortgezet onderwijs? Ze heeft altijd met volwassen mensen gewerkt. Die zeggen eigenlijk nooit kutwijf of kankerhoer. Zij kan daar slecht tegen.
De logische route voor haar soort leerkracht is die naar het mbo. Maar daarover wordt onder haar collega’s alleen met gefluisterd afgrijzen gesproken. Chaos, studenten die niets willen, beroerde methodes, etnische botsingen, het management een wanhoop. Gruwelberichten bereiken de getergde Mohikanen in het volwassenenonderwijs, afkomstig van verkenners die al eerder de overstap hebben gewaagd.
Balancerend op een richeltje dat voor- noch achteruitkijken toelaat, koos Theresa toch maar voor vooruit. Eerst in arren moede, maar later bijna overmoedig. Jongeren zijn toch leuk en spannend? En kan je niet beter werken op een bouwplaats dan in een ruïne? Leve de toekomst! Toch?
Ze solliciteerde. Maar de mbo-school in kwestie besloot de zaken vooral niet rooskleurig voor te stellen en daar zat wel iets moois in. Ze had aangebeld bij een pikzwarte school. De verhouding met de leerlingen is niet makkelijk, meldde een lid van het ontvangende groepje.
Wat zou Theresa doen als een leerling een les onophoudelijk verstoort? Een paar keer terechtwijzen en daarna eruit sturen, dacht Theresa. Niet de bedoeling. De docent moet het in zijn eigen lokaal oplossen. Hoe? Opvoeden, opvoeden, opvoeden. Hoe? Dat is niet makkelijk te zeggen. Theresa bezocht voor de grondigheid ook nog een les. Na een behoorlijk begin verzandt het samenzijn in lawaaierig gelanterfant.
Er zijn problemen met boeken die niet passen bij de school. Trouwens, allerlei materiaal is wel nodig maar niet aanwezig, kreeg Theresa verder nog te horen.
Maar er zullen ervaren collega’s zijn waar ik mee kan overleggen, hoopte Theresa. De meest ervaren collega in de vierkoppige sectie werkt hier acht maanden, was het antwoord. Kort geleden liep een docent drie weken na binnenkomst alweer gillend weg.
Dus ging Theresa maar weer even terug naar het richeltje.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.