• blad nr 17
  • 30-10-2010
  • auteur R. Wisman 
  • Mijn leerling & ik

 

Rolf & Werner

De elfjarige Rolf sprak in het begin van groep 6 zelden meer dan twee woorden na elkaar. Dankzij de inspanningen van Meester Werner Joling maakt hij nu samengestelde zinnen en is een ‘rugzak’ niet meer nodig. “Je bent te goed geworden.”

Rolf mag van meester Werner op de stoel van de directeur zitten vandaag (“die is er toch niet”). “Hoe voelt het om de directeur van de BWB-school te zijn”, grapt hij.
Rolf glimlacht van oor tot oor. “Leuk”, zegt hij. De BWB-school (Burgemeester Wessels Boer) is de dorpsschool in Dalen. Rolfs oudere broers gingen er naartoe en al zijn vriendjes gaan ernaar toe. Rolf begon er ook toen hij vier was, maar aan het eind van groep 1 moest hij vanwege een taalachterstand naar het speciaal onderwijs in Zwolle. Om binding te houden met de kinderen in zijn dorp kwam hij iedere week minimaal een dag naar zijn school in Dalen. Eind groep 4 keerde hij met ambulante begeleiding (rugzak) fulltime terug op de school. Na een jaar wennen in groep 5 kwam hij in groep 6 bij meester Werner terecht. Zijn eerste indruk van Rolf?
“Een lieve, rustige jongen die in nieuwe situaties niet veel van zich laat horen.” Tegen Rolf. “Als ik je iets vroeg, gaf je zo kort mogelijk antwoorden terug: ‘ja’, ‘nee’, ‘leuk’, ‘goed’.”
Rolf beaamt het met een innemende lach. Hij vindt meester Werner ‘leuk’ en ‘grappig’. Wat ze gingen doen samen? “We gingen zinnen maken”, zegt hij. Rolf is een beetje zenuwachtig voor het interview, daarom vult de meester het verhaal aan.
De vragen ‘wie, wat, waar, wanneer’ hielpen Rolf samengestelde zinnen te maken. Na het weekend vroeg de meester bijvoorbeeld: “Waar ben je geweest? Met wie?” En dan zei Rolf: “Zaterdag heb ik met mijn team gevoetbald tegen VIOS.”
Voorheen zei hij hooguit: “Ik heb gevoetbald.”
En daarvoor zei hij liever niets, behalve een ‘ja’ op de vraag: Heb je gevoetbald?
Tegen het eind van groep 6 werden de zinnen steeds langer.
“We hebben dit weekend gevoetbald tegen VIOS en we hebben met 2-1 verloren.” Ook besteedde meester Werner aandacht aan de woordenschat. Met de hele klas, want Rolf is niet de enige op school met minder woordenschat dan verwacht.
Werner tegen Rolf: “Wat was ook alweer dat woord dat je maar niet kon onthouden?”
Rolf: “Delfstoffen.”
“En weet je nu nog wat het betekent”, vraagt Werner.
“Olie”, zegt Rolf. Hij zal het waarschijnlijk nooit meer vergeten.
Rolf zat het hele jaar vooraan in de klas, zodat de meester regelmatig even kon controleren of hij een opdracht begrepen had.
Van intern begeleider Jet kreeg Rolf vaak een woordendoosje mee naar huis, om betekenissen van woorden te leren. Moeder Annet oefende die dan met hem. “Het moeilijkst vindt hij om uit te leggen wat iets betekent”, zegt zij. “Hij heeft moeite om de woorden te vinden.”
Ook gaat hij naar de logopedist, omdat de klanken waarbij de tong het gehemelte moet raken, zoals n, t, d, r, niet automatisch goed uit zijn mond rollen. En slikken gaat ook niet zoals het hoort.

Opener en zekerder
Bij meester Werner maakte Rolf desondanks een groeispurt. “Je bent opener geworden, en zekerder van je zelf”, zegt hij tegen zijn leerling. “In het begin had je niet zoveel te vertellen in de kring. Gaandeweg het jaar kwam je los en begon je steeds meer uit jezelf te vertellen. Aan het eind van groep 6 deed je lekker mee.”
Taal, lezen en schrijven, vindt Rolf inmiddels wel ‘leuk’, maar zijn lievelingsvak is knutselen. Hij bouwt ook graag met lego. Hij wil later timmerman worden, net als zijn vader. Werner toont het doosje met verschillende soorten hout (van eik en beuk tot hardhout) dat Rolf via zijn vader regelde. In de klas vertelde hij over waar de verschillende houtsoorten voor gebruikt worden. “Dat vond je eng, maar dat ging prima, hč?”
Rolf knikt. Hij zit nu in groep 7 en doet alle vakken mee op hetzelfde niveau van de klas. “Jij bent eigenlijk te goed geworden”, zegt Werner tegen Rolf. De rugzak is zelfs niet meer nodig, volgens het herindicatietraject. De meester heeft er een dubbel gevoel bij. “Het is een heel mooi resultaat, super voor Rolf. Maar het is jammer dat de extra hulpmiddelen hierdoor wegvallen. Die ondersteuning heeft Rolf juist zo ver gebracht.”
Moeder Annet: “Rolf bloeide op bij meester Werner. Een enthousiaste, spontane leerkracht die de extra ondersteuning in de klas integreerde. Dat gaf Rolf het gevoel dat hij niet de enige was.”
Na het intensieve jaar houdt Werner hem nog wel in de gaten. Na de zomervakantie was zijn eerste vraag aan Rolf op het schoolplein: Hoe was Legoland?
Rolf glimde van trots dat zijn meester daaraan dacht: “Gaaf!”

{citaatje}
@C1:‘Maar het is jammer dat de extra hulpmiddelen wegvallen. Die ondersteuning heeft Rolf juist zover gebracht’

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.