• blad nr 17
  • 30-10-2010
  • auteur Y. van de Meent 
  • Redactioneel

 

Scholen beleggen 2,5 miljard op onprofessionele wijze

Schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs hadden eind 2008 samen bijna 2,5 miljard euro belegd. Ze hebben door de kredietcrisis geen grote verliezen geleden, blijkt uit onderzoek van de Onderwijsinspectie. Dat is meer geluk dan wijsheid, want de meeste schoolbesturen hebben geen verstand van beleggen.

Onderwijsinstellingen mogen geld dat ze tijdelijk overhebben beleggen, mits ze dat risico-arm doen. Het ministerie van Onderwijs heeft daarvoor regels opgesteld, die na de IJslandse bankencrisis zijn aangescherpt. Uit onderzoek van de Onderwijsinspectie blijkt dat schoolbesturen zich aan die regels houden.
Eind 2008 hadden de scholen samen 2,5 miljard euro belegd. Dat bedrag is de afgelopen jaren fors toegenomen. In het basisonderwijs is het belegde vermogen in drie jaar met 60 procent gestegen, het voortgezet onderwijs deed vijf jaar over dezelfde groei.
Toch is beleggen in het basisonderwijs nog wat minder populair dan in het voortgezet onderwijs. De helft van de besturen primair onderwijs laat aanzienlijke vermogens op een gewone betaalrekening of spaarrekening staan. Eind 2008 hadden basisscholen gezamenlijk ruim 1,3 miljard euro op bankrekeningen geparkeerd. In het voortgezet onderwijs belegt 80 procent van de scholen en staat er minder geld op betaalrekeningen: 550 miljoen euro.
Geld vastzetten op spaardeposito’s is veruit de gebruikelijkste vorm van beleggen, maar de scholen hebben daarnaast bijna 600 miljoen euro aan obligaties in hun bezit. Door de kredietcrisis zijn obligaties flink in waarde gedaald, soms met wel 75 procent. Schoolbesturen moesten obligaties daardoor voor minder dan het aankoopbedrag in de boeken zetten. Meestal blijft het echter bij een boekhoudkundig verlies, want aan het einde van de looptijd krijgt een obligatiehouder altijd het ingelegde bedrag terug. Alleen scholen die eind 2008 geld nodig hadden en hun obligaties voor het einde van de looptijd moesten verkopen, hebben echte verliezen geleden. Volgens de Onderwijsinspectie gaat het om 2 procent van de schoolbesturen. Omdat scholen hun geld ook niet bij IJslandse banken hadden gestald, zijn de gevolgen van de kredietcrisis beperkt. Eén school is door het faillissement van de Nederlandse dochter van Lehman Brothers wel 2 miljoen euro kwijtgeraakt.
Het had allemaal veel slechter kunnen aflopen, gezien het gebrek aan kennis dat scholen tentoonspreiden. Een paar grote besturen hebben specialisten in huis, maar driekwart van de besturen vertrouwt blindelings op de beleggingsadviseur van de huisbank. Die blijkt soms producten te adviseren die volgens de regels helemaal niet zijn toegestaan. ‘Gezien het totale belegde vermogen van ruim 2,5 miljard, zou een meer professionele invulling van de treasury-functie wenselijk zijn’, stellen de onderwijsinspecteurs in hun eindrapport.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.