- blad nr 17
- 30-10-2010
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Nieuwe staatssecretaris doet ook de leraren
Hij noemde voormalig minister Ronald Plasterk ‘minister van feesten en partijen’. Voor die bijnaam hoeft hij zelf naar alle waarschijnlijkheid niet bang te zijn. In de cultuursector moet 200 miljoen bezuinigd worden, daar valt weinig te vieren, hoogstens zullen er gezelschappen en orkesten ten grave gedragen worden.
Halbe Zijlstra (1969) werd geboren in Oosterwolde (Friesland) en woont momenteel in Utrecht, waar hij ook gemeenteraadslid was. Hij studeerde marketing aan de Hanzehogeschool in Groningen en vervolgens sociologie aan de universiteit in diezelfde stad. De afgelopen drie jaar was hij in de Tweede Kamer onder andere woordvoerder voor hoger onderwijs en wetenschap, hij zat voor de VVD in de commissie-Dijsselbloem over onderwijsvernieuwingen.
De combinatie van onderwerpen die Zijlstra in zijn portefeuille heeft is maar één keer eerder voorgekomen, zo ontdekte nieuwssite Scienceguide, en wel bij staatssecretaris Aad Nuis in het kabinet-paars I.
Het ministerie moet het dus met een staatssecretaris minder doen. Minister Marja van Bijsterveldt neemt nu het primair en voortgezet onderwijs en de bve voor haar rekening. Daarnaast doet zij van cultuur de mediapoot.
Zijlstra werkte na zijn studie in 1996 als accountmanager bij een autoleasemaatschappij. In 2001 werd hij directeur van een projectmanagementbureau, waar hij zich bezighield met een managementsysteem bij Shell.
Toen hij aantrad als staatssecretaris liet hij direct weten liefhebber te zijn van Metallica en dat hij niet graag zware boeken las. Hij is buitengewoon ambtenaar burgerlijke stand in Utrecht, omdat hij het ontzettend leuk vindt om huwelijken af te mogen sluiten, vooral van vrienden. Zijlstra neemt het lerarenbeleid voor zijn rekening. Daar heeft hij nog een hele kluif aan. Weliswaar bleef het geld van het Convenant Leerkracht overeind in het regeerakkoord, ondertussen wordt voor ambtenaren wel de nullijn doorgevoerd in 2010 en 2011. Dat betekent dat er op een investering van 1,1 miljard euro weer 550 miljoen bezuinigd wordt.