• blad nr 16
  • 16-10-2010
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

Harry

Hij zit in een klas met wel zes of zeven andere alfajongens. De meesten zijn nog klein, maar je ziet ze balanceren op de drempel van de grote groeispurt, bang en stoer.
Zes of zeven haantjes is een boel. Er is veel geduw, gelach en geschreeuw in de frontlijn. De overige jongens klonteren er omheen en proberen af en toe iets met een tot mislukken gedoemde grap. De paar meisjes in het gezelschap kijken naar het plafond en bespreken zachtjes hun eigen zaken – zoetjes scherpen ze hun klauwtjes, niet altijd lief, maar wel onhoorbaar.
Wat die meisjes allemaal bespreken, weet ik niet. Wat Harry zegt, is altijd duidelijk: “Jajaaa! Altijd ik! Ze legt nooit iets uit, vindt u het gek dat ik dan kwaad word! Vindt u het gek! Nou moet ik zeker weer nablijven! Als u maar niet denkt dat ik ga nablijven! Dikke vinger! Met juf die-en-die valt helemaal niet te praten. Die schreeuwt alleen maar! Jajaa! Lange neus!!” En dat heel hard en zonder ophouden. Als ik mijn mond opendoe om iets te zeggen, valt hij meteen in: “Jaja! U luistert nooit! Dan luister ik ook niet.”
Harry komt makkelijk boven de andere haantjes uit, maar het levert hem geen statusverhoging meer op. Hij haalt het vak van haantje onderuit met zijn getier, vinden de anderen. Harry luistert naar niemand, ook niet naar klasgenoten. Humorloos verdedigt hij zich achter een muur van gebrul tegen de ene na de andere nooit ingezette aanval.
Even dacht ik hem wat beter te begrijpen, een week of wat geleden. Hij moest weer eens nablijven, op gezag van meerdere docenten die het ’helemaal met Harry gehad’ hadden. Alleen overgebleven smolt hij en vertelde dat hij de stof vaak heel moeilijk vindt en daar gek van wordt. We spraken af dat hij voor bepaalde vakken bijles gaat krijgen. Opgelucht gingen we naar huis.
De volgende schooldagen ging het wat beter. Harry’s volume ging omlaag en zijn frustratiedrempel een tikje omhoog. De bijles werd geregeld, de feiten nageslagen en opgeslagen. Harry blijkt de basisschool te hebben ervaren als een kwaaie droom waarin hij niets begreep en niets kon. In de theorievakken blijft zich dat wreken. Maar Harry is razend enthousiast over het werk in de keuken en wil per se slagen op deze school. Ik zoog me vol optimisme.
Kort daarop was alles bij het oude. Getier en geschreeuw, een wanhopige tekenjuf, een radeloze juf Engels, een mentoruur waarin iedereen zijn best deed naar anderen te luisteren behalve Harry: “Jajaa! Lange neus.”
Deze cyclus moet ik eindelijk eens goed opslaan. Hoe vaak heb ik dit de afgelopen jaren al niet meegemaakt: Woedend kind maakt me boos, woedend kind smelt onder vier ogen, gesmolten kind maakt moeder in me wakker, mijn boosheid smelt ook en in die gesmolten bende denkt moeder in me dat zorg kind niet alleen helpt maar ook aardig maakt. Dat laatste is alleen op de lange duur waar. Soms. Als we geluk hebben. Intussen moet ook een kind waarvan de kwaadheid begrijpelijk is, op zijn of haar donder krijgen als het zich misdraagt.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.