• blad nr 16
  • 16-10-2010
  • auteur R. Wisman 
  • Redactioneel

Omgaan met probleemgedrag 

Leerkrachten moeten hun ego opzij zetten

Probleemleerlingen bestaan niet. Leraren die daarvan spreken, hebben een gebrek aan vaardigheid en moeten zich nodig bijscholen, vindt René Reumerman, een oud-gymdocent die onlangs promoveerde op de omgang van expertleerkrachten met probleemgedrag. “Een goede leerkracht heeft geen gedragsvraagstukken.”

‘Aan mijn leraren’, schrijft u voorin uw proefschrift ‘Expertleerkrachten in de omgang met probleemgedrag’. Waarom draagt u het aan hen op?
“Bij verschillende leerkrachten was ik in mijn jeugd een probleem, omdat ik niet ‘gewoon’ aan het werk ging. Ik zat te dagdromen of vertoonde oppositioneel gedrag (‘wie ben jij dan wel, eikel’). Op de middelbare school kon ik het hoogpolige tapijt van de directeur uittekenen. Bij sommige leerkrachten verzette ik echter bergen. Zij waren experts in de omgang met mij. Ik denk dat zij vertrouwen hadden in mijn capaciteiten en mijn kritiek opvatten als toetsing van wederzijdse kennis en vaardigheden. Een confrontatie hoeft niet automatisch oppositie te betekenen. Later, als docent bewegingsonderwijs, vroeg ik me af hoe het komt dat de ene leerling gevoeliger is voor wat ik zeg dan de ander. Toen ik de kans kreeg op dit onderwerp te promoveren, solliciteerde ik meteen.”

Om de expertleerkracht te definiëren vroeg u honderd intern begeleiders waaraan zij experts herkennen. Hoe is de expert te herkennen?
“Een expert stelt hoge eisen aan zichzelf in een probleemsituatie, durft zijn eigen tekortkomingen en beperkingen aan collega’s te bekennen en legt de nadruk op het positieve. Een expert oordeelt niet over een leerling, maar stelt zich afwachtend en observerend op. Een expert zal bijvoorbeeld nooit beschuldigend roepen ‘jij ook altijd’. In plaats van ‘jij bent een gedragsproblematische leerling’ zegt een expert ‘ik vind jouw gedrag niet in orde’, waarna hij met de leerling, de klas, de ouders, collega’s en deskundigen reflecteert op een probleemsituatie om deze leerling te helpen. Een goede leerkracht heeft wel gedragsvraagstukken maar geen probleemleerlingen, omdat hij de vraagstukken effectief oplost.”

Wat is er mis met leerkrachten die wel probleemleerlingen hebben?
“Iedere leerkracht heeft soms moeite met gedrag van leerlingen. Dat komt doordat je naar het totaal kijkt. Je streeft naar prestatieverbetering van de gehele klas. Als één leerling de prestaties van de klas doorkruist omdat je hem niet in het gareel kunt krijgen, kun je hem wel gedragsproblematisch gaan noemen. Maar hoe is het dan te verklaren dat diezelfde gedragsproblematische leerling bij een andere leerkracht wel meedoet in de les? Je moet dus niet de leerling problematiseren, maar het zien als een situatie waar je geen oplossing voor hebt. Je hebt onvoldoende mogelijkheden of vaardigheden om een gedragsvraagstuk op te lossen en daardoor worden het gedragsproblemen. Leerkrachten met gedragsproblematische leerlingen komen vaardigheden tekort.”

Wat was het uitgangspunt van uw onderzoek?
“Dat expertleerkrachten geen gedragsproblematische leerlingen hebben, omdat ze goed weten te doseren bij het omgaan met leerlingen op het gebied van relatie, competentie, autonomie. Ofwel: genegenheid bieden waardoor een leerling zich welkom voelt, feedback geven die een leerling een competent gevoel geeft en een zekere mate van – gecontroleerde – vrijheid.”

En klopte dat ook?
“Ja. Onze experts waren tegen bijna alle leerlingen vriendelijk en gaven meer vrijheid en positieve feedback. Het idee dat ze daarin op leerlingniveau differentieerden bleek echter te mooi om waar te zijn. Ze waren vriendelijk en positief in zijn algemeenheid. Daardoor hadden ze geen problemen met leerlingen.”

U werkte zeventien jaar als docent bewegingsonderwijs op een basisschool. Was u zelf een expertleerkracht?
“In ieder geval niet met de onderbouw. Als ik de kleuters van het gymgebouw terug naar school bracht, was het altijd een zooitje. Ik overschatte ze. Dat kunnen ze wel, dacht ik. Bij de juf die met een klein stemmetje zei ‘heb je je vetertjes al vast’ liepen ze keurig in een rij twee aan twee. Zij gaf de feedback en genegenheid waar de kinderen behoefte aan hadden.
Met de bovenbouw kon ik lezen en schrijven. Gedragsproblemen die zich voordeden, wist ik op te lossen. Een leerling was een keer zo boos dat hij mij in het bijzijn van alle andere leerlingen uitschold voor klootzak. Kennelijk had ik hem voor de zoveelste keer als duo ingedeeld met een jongen waar hij absoluut niet meer mee wilde samenwerken. Ik was me van geen kwaad bewust. Ik stelde hem en mezelf vragen: Hoe lossen we dit op? Ik heb de situatie, een momentopname, niet groter gemaakt dan zij was. De situatie was geëscaleerd en het probleem alleen maar groter geworden als ik had gedacht: Ik laat mij door jou geen klootzak noemen. Leerkrachten moeten hun ego, in de vorm van eigen behoeften, opzij zetten. Op het moment dat je gezichtsverlies lijdt - iemand noemt je klootzak in de klas – heb je je fout al gemaakt. Dan moet je gaan kijken: Wat wil deze leerling eigenlijk? En niet: Wat wil ik nu?”

Leiden lerarenopleidingen hier nu voldoende voor op?
“Ik zou graag gastcolleges geven over dit onderwerp. Ik vind dat er veel meer aandacht moet komen voor orthopedagogiek: hoe leer je gedragingen van kinderen lezen? Als leerkracht moet je op dertig kinderen kunnen reflecteren. Je moet de specifieke behoeften van ieder kind zien. Hoe ver ben jij? Kan ik je ergens mee helpen?”

Niet alle leerkrachten zullen blij zijn met deze boodschap.
“Nee, maar het moet wel gezegd worden. Het leraarsberoep is een hele opgave. Als docent ben je nooit af. Ook de experts uit mijn onderzoek niet. Ze zijn goed, maar kunnen nog beter worden. Hoe kan ik beter worden? Die vraag moet je je als leerkracht blijven stellen.”

{noot}
In juni verscheen het proefschrift van René Reumerman: Expertleerkrachten in de omgang met probleemgedrag. Het proefschrift is verkrijgbaar via: http://dare.uva.nl/document/175553 of mail met
r.reumerman@uva.nl

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.