• blad nr 16
  • 16-10-2010
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

 

Komt het nog goed met het pensioen?

Er gaat geen dag voorbij of er staat wel iets in de krant over problemen bij pensioenfondsen. Wat is er precies aan de hand? En vooral: Komt het nog goed met ons pensioen? “De vergrijzing en de lage rente, dat zijn de problemen die we nu moeten oplossen”, zegt AOb-bestuurder Ton Rolvink.

Tekst Wilma van Hoeflaken

Iedere keer komt het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) met nieuwe cijfers waaruit blijkt dat de levensverwachting van Nederlanders nog meer toeneemt. Menigeen zal dat goed nieuws vinden, maar voor pensioenfondsen is het ronduit slecht nieuws. Zij moeten nog langer pensioenen uitkeren. Maar Ton Rolvink, die namens de AOb in het bestuur van pensioenfonds ABP zit, zegt: “We hebben al een belangrijke stap gezet in de richting van een oplossing van het vergrijzingsprobleem.” Hij doelt op het akkoord van werkgevers en vakbonden in de Stichting van de Arbeid. Zij willen in 2020 de aow-leeftijd verhogen naar 66 jaar en de aow-leeftijd vervolgens mee laten stijgen met de levensverwachting. Als het aan de AOb ligt, houdt de pensioenleeftijd straks gelijke tred met de aow-leeftijd. “Dat moet je gelijktrekken”, vindt Rolvink, “want hoe wil je je aow-gat vullen als je met 65 en 3 maanden stopt met werken en pas op 66 aow krijgt?”
Hij vertelt er meteen bij dat dit standpunt niet door iedereen bij de FNV wordt gedeeld. “Die discussie voeren we nog. Maar het zou gunstig zijn voor het pensioen. Mensen bouwen een jaar langer pensioen op en de uitkeringsperiode wordt een jaar korter.”

Lage rente
Het tweede probleem dat Rolvink noemt, is de lage rente. Pensioenfondsen moeten hun toekomstige verplichtingen berekenen op basis van de actuele marktrente. Naarmate die rente lager is, stijgen de verplichtingen van de fondsen. En daarmee daalt hun dekkingsgraad, want dat is de verhouding tussen het vermogen en de verplichtingen van het fonds.
Wettelijk moeten pensioenfondsen een dekkingsgraad hebben van minstens 105 procent. Daar bovenop eist de wet een buffer. Voor het ABP betekent dit dat de dekkingsgraad minimaal 125 procent moet zijn. Door tegenvallende beleggingsresultaten als gevolg van de bankencrisis, daalde de dekkingsgraad van honderden pensioenfondsen gigantisch. De fondsen, waaronder het ABP, moesten vorig jaar een herstelplan indienen bij de toezichthouder, De Nederlandsche Bank (DNB). In dit plan geven ze aan hoe ze weer uit het dal denken te komen.
Volgens demissionair minister van Sociale Zaken Donner verloopt bij verschillende fondsen het herstel te traag en moeten zij korten op de pensioenen. Voor het ABP geldt dit niet. Het herstel verloopt volgens schema, maar dat kan zomaar omslaan. “Het ABP is in 2008 20 procent van zijn vermogen kwijtgeraakt door slechte beleggingsresultaten, maar door de goede resultaten in 2009 en dit jaar is dat probleem helemaal opgelost”, zegt Rolvink. “We kampen echter als gevolg van die crisis met een rente die kunstmatig laag gehouden wordt. Dat is een voordeel als je een huis koopt en hypotheekrente moet betalen. Het is ook een voordeel voor de staatsschuld van de overheid. Maar voor pensioenfondsen is het een enorm probleem.”
De fondsen lobbyen momenteel om de verplichtingen op een andere manier te laten berekenen. Het ABP pleit ervoor om, net als in veel andere landen, uit te gaan van de (hogere) rente op bedrijfsleningen en niet van die op overheidsobligaties. De FNV wil een meerjarige rente hanteren. Hoe dan ook, als de rekenrente met 1 procent zou stijgen, gaat de dekkingsgraad van het ABP met zo’n 12 procent omhoog. Een daling van de rente met 1 procent, doet de dekkingsgraad echter ook weer hard dalen. Net als de toegenomen levensverwachting. Nieuwe CBS-cijfers eind augustus betekenden een daling van meer dan 4 procent.

Indexatie
In 2010 werden de pensioenuitkeringen van onderwijspersoneel voor een klein deel geïndexeerd. Of dat in 2011 ook gebeurt, hangt af van de dekkingsgraad op peildatum 31 oktober 2010. Het risico van niet of gedeeltelijk indexeren is groot. Bij een dekkingsgraad tussen 105 en 125 procent indexeert ABP gedeeltelijk, daarboven volledig, daaronder niet. “Toen we vorig jaar besloten gedeeltelijk te indexeren, leidde dat tot onplezierige gesprekken met DNB”, zegt Rolvink. “Zij vonden het herstel te pril, maar wij wilden niet marchanderen met onze eigen afspaken over indexatie. Ik kan me voorstellen dat we dit keer vooraf overleggen met DNB.”
Het achterwege laten van indexatie of deels indexeren is een maatregel die gepensioneerden direct in hun portemonee treft, maar mensen die werken hebben er ook last van. “Veel mensen vergeten dat, maar de pensioenaanspraken van degenen die hun pensioen nog aan het opbouwen zijn, worden evenmin geïndexeerd”, zegt Rolvink. “Alleen hebben werkenden een grotere kans op herstel, vooral naarmate zij jonger zijn.”
Hij vertelt hoe lastig het is om uit te leggen dat er niet of nauwelijks wordt geïndexeerd. “Het ABP streeft naar een jaarlijks rendement van 7 procent. We zitten nu op 8 of zelfs 9 procent. Het fonds is nog nooit zo rijk geweest als nu. Ga dan maar eens uitleggen dat je toch niet mag indexeren.”

Afstempelen
Moeten gepensioneerden er rekening mee houden dat het ABP de pensioenen gaat korten, in jargon: afstempelen?
“Dat is het laatste wat het ABP-bestuur wil”, zegt Rolvink. “Maar als onze dekkingsgraad op 31 december 2010 onder de 94 ligt, moeten wij een nieuw herstelplan maken. Daarin moeten wij afstempelen als mogelijkheid opnemen.” Wat dat in euro’s per maand betekent is lastig aan te geven. “De een heeft een pensioen van een paar honderd euro per jaar en de ander heeft misschien wel dertigduizend euro”, zegt Rolvink. “Bij afstempelen moet je rekenen op een verlaging van je pensioen met 5 tot 10 procent.” Hij benadrukt dat het dan niet bij afstempelen blijft. “Het zullen niet alleen de gepensioneerden zijn die de rekening betalen. Maar omgekeerd moeten de gepensioneerden ook niet verwachten dat de werkenden alles gaan betalen. Als we maatregelen moeten nemen, kijken we naar alle groepen.”
Wat betekent dat?
“Je kunt de pensioenpremie verhogen, maar dat is een bot wapen geworden. Je moet de premie enorm verhogen wil je effect zien. Dat kun je werkenden niet aan doen, want dan gaat hun besteedbaar inkomen achteruit”, zegt Rolvink. “Met alle gevolgen voor de economie, want dan geven ze minder uit.”
Wat is dan de oplossing?
“Je kunt de pensioenopbouw verlagen of de pensioenaanspraken aanpassen.”
Moet onderwijspersoneel zich zorgen maken over het pensioen?
“Het is verstandig erover na te denken en om te kijken naar je uniform pensioenoverzicht. Voor sommige mensen kan het nodig zijn zelf iets te regelen. Die fiscale ruimte is er vaak en die wordt weinig benut. Maar onderwijspersoneel kan zeker een goed pensioen opbouwen. Dat beeld wil ik beslist overeind houden.”

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.