- blad nr 12
- 26-6-2010
- auteur R. Voorwinden
- Redactioneel
Meer tweetalig onderwijs voor vmbo-leerlingen
Zomaar een lesje in het Engels geven haalt weinig uit
Geen ‘verzorging’ maar ‘food’. Geen ‘techniek’ maar ‘design and technology’. Geen aardrijkskunde of geschiedenis maar ‘social studies’. Geen biologie, natuur- en scheikunde maar ‘science’. En geen ‘beeldende vorming’ maar ‘arts’. De leerlingen in een vmbo-brugklas van het Groot Goylant in Hilversum volgen ongeveer de helft van hun lessen in het Engels.
Het Groot Goylant was in 2004 het eerste vmbo dat startte met tweetalig onderwijs. Daar werd destijds mee begonnen om het aanbod van de overkoepelende scholengroep compleet te maken. “We hadden al een internationale school en een school met tweetalig havo/vwo”, zegt directeur Ineke Bruinsma van Groot Goylant. “De voorzitter van het bestuur wilde het plaatje compleet maken.”
Tweetalig onderwijs – zoals de meeste scholen heeft Groot Goylant het Engels als tweede taal gekozen - is handig voor vmbo-leerlingen die een internationaal beroep willen, zoals ict’er of een baan in het toerisme. Verder is tweetalig onderwijs ook een kwestie van profilering. Bruinsma: “Er zijn meerdere vmbo’s in deze regio en dan kiest ieder een eigen profiel. Wij zijn onder andere veel aandacht aan internationalisering gaan besteden en daarbij past tweetalig onderwijs.”
Strenge eisen
Natuurlijk is zo’n vreemde taal vaak ook bedoeld om leerlingen te trekken, zegt Onno van Wilgenburg van het Europees Platform, de organisatie die het tweetalig onderwijs in Nederland coördineert. “Maar als je het alleen doet om leerlingen te werven, red je het niet. De invoering is een enorme operatie, bijvoorbeeld omdat de docenten vaak moeten worden bijgeschoold. Je moet het echt doen omdat je een goede kwaliteit onderwijs wilt aanbieden – alleen dan in het Engels of het Duits.”
Groot Goylant trekt met haar tweetalig onderwijs elk jaar vijftien tot twintig leerlingen. Daar zit soms een zoon of dochter bij van een internationale werknemer, een expat. “Maar verder zijn het heel gewone leerlingen, die gemotiveerd zijn om Engels te leren”, zegt Bruinsma. Er zitten de laatste jaren ook wel eens leerlingen van allochtone afkomst tussen. “Dat is niet zo veel. Maar op ons hele vmbo is ook slechts zo’n 15 procent van de leerlingen van allochtone afkomst.”
Als een school tweetalig onderwijs wil gaan aanbieden, moet de taalvaardigheid van docenten uiteraard voldoen aan strenge eisen. De meeste docenten halen daarom het certificaat Cambridge Advanced English. Verder volgen de leraren vaak een cursus Classroom English, waarin onder andere het orde houden aan bod komt. Bijna alle docenten gaan bovendien twee weken op taalcursus naar Engeland.
Ook de didactische kant van tweetalig onderwijs moet niet worden vergeten. Want tweetalig onderwijs is meer dan gewoon je les in het Engels (of een andere taal) geven, zegt coördinator Van Wilgenburg van het Europees Platform. “Zomaar een lesje in het Engels geven haalt weinig uit. Als docent in bijvoorbeeld aardrijkskunde moet je ook gaan letten op het Engels dat je leerlingen gebruiken. Hoe geef je ze daarbij corrigerende feedback? Het gaat in je les voortaan om twee zaken: om je vak èn om de vreemde taal.”
Vertaalde methodes
Op Groot Goylant hoefden geen docenten te worden omgeschoold bij de start van het tweetalige onderwijs. Er werden docenten van de internationale school ingezet, die allen native speaker in het Engels zijn. En de Nederlandse docenten die in het tweetalig onderwijs gingen lesgeven, waren al bevoegd voor Engels.
Om het keurmerk tweetalig onderwijs (zie kader) te behalen moet in havo en vwo minimaal de helft van de lessen volledig in het Engels worden gegeven. In het vmbo is dat dertig procent van de lestijd. “Sommige vmbo’s hebben in de onderbouw geen losse vakken meer”, verklaart Van Wilgenburg. “Daar werken ze in leergebieden en met projecten.”
Op het Groot Goylant wordt deze norm ruim gehaald, zegt Bruinsma. Het is zelfs nog niet duidelijk of deze school het keurmerk nog wel wil gaan behalen. “We denken er nog over, we zijn al zo veel verder dan die 30 procent.”
Ook het lesmateriaal moet bij tweetalig onderwijs uiteraard in de vreemde taal zijn. Dat hoeft geen probleem te zijn: er zijn genoeg vertaalde methodes op de markt. Van Wilgenburg: “De lesmethode ‘getal en ruimte’ is er bijvoorbeeld ook als ‘numbers and space’. Uitgeverijen hebben dit gat in de markt inmiddels wel ontdekt.” Het nadeel van die vertaalde methodes is echter, zo vindt hij, dat de vertalingen niet altijd denderend zijn. “En ze houden soms weinig rekening met de taalontwikkeling van de leerlingen. Aan het begin van de methode moet de vreemde taal simpeler worden gebruikt dan aan het einde.”
Verder ontbreekt in de vertaalde Nederlandse methodes vaak het internationale perspectief. Van Wilgenburg: “Wij adviseren om naast de vertaalde methodes extra materiaal te gebruiken. Vul het aan met krantenartikelen uit buitenlandse kranten, of een filmpje van internet.” Groot Goylant heeft de methodes voor het vmbo gewoon uit het buitenland gehaald, vertelt Bruinsma. Bijvoorbeeld voor geschiedenis. “De oude Grieken of Egyptenaren kun je prima in het Engels behandelen. En voor Floris V en andere Nederlandse items hebben we apart lesmateriaal.”
Vooral onderbouw
Op de meeste scholen wordt het tweetalig onderwijs vooral in de onderbouw gegeven. Daarna loopt het aantal lesuren in de vreemde taal sterk terug, er moet immers worden toegewerkt naar het examen dat gewoon in het Nederlands is. De leerlingen halen naast dat examen dan wel vaak een internationaal certificaat voor de Engelse taal. Groot Goylant heeft gekozen voor het Anglia-certificaat, waarbij geen literatuur wordt getoetst. Bruinsma: “In het vmbo gaat het toch vooral om vaardigheden.”
De Engelstalige brugklas van het Groot Goylant is breed samengesteld: er zitten leerlingen in met een advies voor basis-, kader- en de gemengd theoretische leerweg. Het leuke is dat aan het einde van de brugklas relatief veel leerlingen naar de hogere leerwegen gaan, zegt Bruinsma. “Engelstalig onderwijs werkt door in het hele onderwijs. Want leerlingen moeten bijvoorbeeld strategieën toepassen om een tekst snel te gaan begrijpen. Daar heb je niet alleen bij Engels voordeel van.”
Aan het einde van het vmbo stromen de leerlingen van Groot Goylant door naar de havo of een roc. En er zijn steeds meer roc’s die ook Engelstalig onderwijs aanbieden. Bruinsma: “Toen we in 2004 begonnen was er nog bijna niets op dat gebied. Nu hebben veel roc’s bijvoorbeeld een opleiding International Business Studies. Dat is echt een mooie doorstroomroute voor onze leerlingen. Al is hun taalniveau in het Engels vaak al hoger dan ze na drie jaar op het roc zouden moeten hebben.”
Het Groot Goylant heeft ook steeds meer contact met basisscholen. Bruinsma: “Er zijn inmiddels dertien basisscholen aangesloten bij onze scholengroep. Een aantal daarvan gaat de komende jaren 10 tot 15 procent van het onderwijs in het Engels verzorgen.” Daardoor zal de instroom in het tweetalig onderwijs van het Groot Goylant verder toenemen, verwacht Bruinsma. “Basisscholen denken vaak automatisch dat tweetalig onderwijs alleen voor havo- en vwo-leerlingen geschikt is. Het zou te hoog gegrepen zijn voor vmbo-leerlingen. Maar die kunnen echt heel erg talig zijn – daar gaan die basisscholen nog wel achter komen.”
{Kader 1}
Het keurmerk
In 1989 startte de eerste school in Nederland met tweetalig onderwijs. In het jaar 2000 was het aantal gegroeid tot 26. In 2003 hebben de scholen, verenigd in het Landelijk netwerk tweetalig onderwijs, de ‘Standaard tweetalig onderwijs’ opgesteld.
Scholen die aan deze norm willen voldoen, worden in het vierde jaar na de invoering van tweetalig onderwijs gevisiteerd door het Europees Platform. Als het onderwijs aan de normen voldoet, zoals een minimaal aantal lesuren in de vreemde taal en goedgeschoolde docenten, krijgt de school de titel ‘Tweetalig onderwijs (TTO) juniorschool’. Na het zevende jaar volgt een nieuwe visitatie, waarna de school een volwassen TTO-school wordt.
Op dit moment voldoen 49 scholen aan een van beide keurmerken. Minstens evenzoveel scholen zijn bezig om naar de standaard toe te werken.
{Kader 2}
Twintig scholen starten tweetalig vmbo
Komend schooljaar starten vijf vmbo-scholen met het aanbieden van tweetalig onderwijs in het vmbo. Zo’n zestien andere vmbo-scholen volgen in de loop van 2011 en 2012. Op het tweetalig vmbo krijgen leerlingen jaarlijks 30 procent van de lestijd in het Engels.
Tweetalig onderwijs wordt tot nu toe voornamelijk gegeven op havo en vwo. “Maar juist ook voor toekomstige lassers of hotelmedewerkers is het van groot belang dat je een taal als Engels of Duits goed beheerst”, verklaarde demissionair staatssecretaris Marja van Bijsterveldt bij de aftrap van het plan, in juni dit jaar. Tweetalig onderwijs geeft volgens haar ook vmbo-leerlingen een streepje voor, nu de arbeidsmarkt steeds internationaler wordt.
De meeste scholen kiezen bij tweetalig onderwijs voor de combinatie Nederlands en Engels. Enkele scholen in de grensstreken bieden Nederlands en Duits aan.