• blad nr 12
  • 26-6-2010
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

Er waren momenten dat ik op het punt stond gillend het pand te verlaten 

Opeens ben ik de baas

Economiestudent Tim Gouw volgde het afgelopen jaar de educatieve minor. Naast colleges over pedagogie en het puberbrein liep hij stage op het Wolfert College, een 'zwarte school' in het centrum van Rotterdam. Observerend achter in de klas. Maar hij gaf ook economie aan drie derde klassen vmbo.

Tekst Tim Gouw Beeld

Daar sta je dan als 21-jarige economiestudent. Collegezaal verruild voor klas. Van toehoorder ergens achterin, naar vol in de spotlights voor het bord. En eindelijk kan ik weer gelegitimeerd zeggen dat ik naar ‘school’ ga in plaats van de ‘uni’.
De bel gaat en langzaam stroomt het lokaal vol met leerlingen die even een verbaasde blik mijn kant op werpen, waarna ze neerploffen aan een tafel en door de klas beginnen te schreeuwen, hun oordopjes nog in de oren. Als ik naar de deur loop om een groepje dat buiten staat en met elkaar in gevecht lijkt te zijn, naar binnen te manen, vraagt een meisje met een metalen knobbeltje door haar tong of ik vandaag les ga geven. Bevestigend knik ik haar toe: “Ik ga een poging wagen.”
Mijn opdracht was simpel. Dé manier om erachter te komen of je geschikt bent voor het onderwijs is het te ervaren. Dus betreed het strijdtoneel en probeer dat zonder al te veel kleerscheuren – maar in ieder geval met opgeheven hoofd – weer te verlaten. Dan kan ik achteraf altijd zeggen dat ik het geprobeerd heb maar dat het toch niet helemaal ‘mijn ding’ is. Van didactiek wist ik niets, van pedagogie evenmin. Eén dag in de week kreeg ik daarom uitleg over lesdoelen, werkte ik aan mij interpersoonlijke competenties en reflecteerde mezelf drie slagen in de rondte. De overige dagen probeerde ik de leerlingen van drie derde klassen vmbo iets bij te brengen over economie. Van mijn stagebegeleider, een zij-instromer die tien jaar geleden het bedrijfsleven verliet voor de pubers waar hij nu dagelijks mee werkt, had ik carte blanche gekregen: ‘Meneer Gouw, the floor is yours.’

Weer pizza?
Het is verrassend hoe gemakkelijk ik me conformeer aan het leraar-zijn, zodra ik eenmaal voor de klas sta. Opeens ben ik de baas, ook al is er geen enkel wapenfeit dat erop wijst dat ik daartoe capabel zou zijn. Ik besluit het spelletje gewoon mee te spelen. Met veel bluf, maar tegelijkertijd wakend voor mijn geloofwaardigheid. Vanaf nu ben ik meneer Gouw in de klas, en al snel blijkt dat er van mij wordt verwacht dat ik het buiten het lokaal ook ben. Rustig even boodschappen doen behoort tot het verleden, aangezien de halve vulploeg erop staat een ‘boks’ te krijgen van hun nieuwe docent. En achter de kassa tref ik meestal Ayesha of Kylie die beiden niet schromen mij van voedingsadviezen ('Weer pizza?! U moet wel gezonder eten hoor!') en extra Sneeuwwitjepoppetjes te voorzien. Kortom, leraar ben je klaarblijkelijk 24 uur per dag.
Nu de klas mijn nieuwe werkterrein is geworden, wordt er natuurlijk van mij verwacht dat ik de kinderen wat bijbreng. Zodra de oordopjes uit zijn – bij meisjes meestal goed verborgen onder een hoofddoekje – en mobieltjes van tafel, kan ik met mijn les beginnen. Althans, dat dacht ik. In het begin kost het mij veel stemvolume en gezwaai om de aandacht eventjes naar mijzelf te verleggen. En er zijn absoluut momenten dat ik op het punt stond gillend het pand te verlaten. Soms lijkt het wel een cursus anger management, waarbij ik als deelnemer tot het uiterste getergd word. Weet je je hier staande te houden, dan lukt het je overal, is mij toevertrouwd. Trek het je vooral niet persoonlijk aan en onthoud dat de aanhouder wint!
Langzaam maar zeker krijg ik het vertrouwen van de leerlingen. Door wat van mezelf te geven en mij in te leven. Zo stil als tijdens mijn les over de verzekering van de billen van Jennifer Lopez is het waarschijnlijk nog nooit geweest.

Zendingswerk
Op een ochtend komt het verschrikkelijke nieuws binnen dat Jimmy, een leerling van onze school, is aangereden door een vrachtwagen en vervolgens met fiets en al drie meter over het asfalt is meegesleurd. In kritieke toestand ligt hij nu in het ziekenhuis. Enigszins gelaten heb ik het bericht aangehoord. In de les besteed ik er aandacht aan en merk dat het ongeluk bij sommige leerlingen veel indruk maakt. Het gebeurt in dezelfde maand waarin twee jongens na een uitzending van ‘Opsporing verzocht’ zijn opgepakt voor een roofoverval op een juwelier, Manouk bewusteloos raakte in het trappenhuis en de veertienjarige Feline van een dochter beviel. (Jimmy maakt het inmiddels naar omstandigheden goed en zit hopelijk binnenkort weer in de schoolbanken.)
Als een bevoorrechte student sta ik nu ineens midden in de maatschappij. Tijdens het Suiker- en Offerfeest was de school gesloten en Sinterklaas werd niet gevierd omdat het in voorgaande jaren uit de hand was gelopen. Ik voerde tienminutengesprekken met moeders die mij niet aankeken, vaders die mij adviseerden hun kind meer te slaan en ooms die mij überhaupt niet konden verstaan. Vanaf de tweede klas wordt er door de Kredietbank Rotterdam voorlichting gegeven over lenen en tot mijn verbazing weten vrijwel alle leerlingen wat het betekent om in de schuldsanering te zitten. Waar ik dat kon, probeerde ik de leerlingen te ondersteunen. Van een motivatiebrief helpen opstellen voor Raquel tot het even apart nemen Ali, Abdul en Achmed om uit te leggen dat je niet zomaar iedereen voor homo kan uitmaken. Nee, om jezelf nuttig te maken voor de samenleving hoef je echt niet helemaal naar een inheemse stam in Zuid-Amerika af te reizen. Het staat misschien aardig op je cv, maar voor ons studenten is er genoeg zendingswerk te verrichten in eigen land. Of liever: in eigen stad.

Alcohol
De zes maanden die mijn stage duurde waren eerlijk gezegd zo voorbij. Nog voordat ik mijn laatste les heb gegeven, zit ik zelf alweer in een collegezaal. In korte tijd heb ik als nieuwkomer een plaatsje weten te veroveren in de orde van docenten. En kreeg ik een eigen afkorting: TGO, waar door creatievelingen al snel ‘TGO-Terror’ van werd gemaakt. Een compliment, zo bleek. Net als ‘Gouw is lauw’, wat de leerlingen tijdens het schoolfeest in de Hollywood Music Hall scandeerden toen ik samen met de docent natuurkunde op de bar klom.
Daar kwam ook meteen een van de ongemakken waar je als jonge docent zoal tegenaan loopt aan het licht. Tot drie keer toe werd ik met mijn bekertje aangelengd evenementenbier door de beveiliging uit de dansende menigte geplukt, omdat ik geen drankpolsbandje om had. De controle op alcohol onder de 16 jaar was genadeloos.


{kadertje aan het eind}

Educatieve minor

Demissionair staatssecretaris Marja van Bijsterveldt reikte begin dit jaar oorkondes uit aan de eerste geslaagden van de educatieve minor. De studenten volgden een minor (nieuw woord voor bijvak) in het derde jaar van hun universitaire studie en werden daarmee bevoegd om les te geven in het vmbo-tl en de eerste drie jaren van havo en vwo. De minor is een initiatief om het lerarentekort aan te pakken en meer academici voor de klas te krijgen. De universiteiten hebben het idee omarmd.
Universitaire studenten kunnen de minor volgen als hun studie verwant is aan een vak in het voortgezet onderwijs. Wie aan de minor begint, gaat de helft van de tijd naar een school voor voortgezet onderwijs. De andere helft is bestemd voor zelfstudie en colleges, onder andere in pedagogiek en didactiek. De minor is zo opgebouwd dat de studenten al snel voor de klas komen te staan. De studenten volgen de minor doorgaans in het derde jaar van hun studie.
De vraag is uiteraard of enthousiasme en een minor van een half jaar genoeg zijn om een goede leraar te worden. Volgens de AOb geeft de educatieve minor op zichzelf geen stevige pedagogisch-didactische basis voor een baan als leraar. De minor dient vooral om interesse op te wekken voor het leraarschap. En als dat is gelukt, zouden de studenten vooral nog een volwaardige eerstegraads lerarenopleiding moeten volgen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.