- blad nr 12
- 26-6-2010
- auteur L. Douma
- Redactioneel
Slechte beoordeling leidt tot betere prestatie
Middelbare scholen die in de jaarlijkse Trouw-ranglijst van schoolprestaties een negatieve beoordeling hebben gekregen, zien dat als een aansporing de kwaliteit van hun onderwijs te verbeteren. Scholen die een slechte beurt maken, belanden niet in een neerwaartse spiraal, maar slagen er na verloop van tijd juist in beter te presteren. Vooral het rendement in de bovenbouw en het gemiddelde cijfer voor het centraal examen worden snel opgekrikt als scholen een slechte beoordeling hebben gehad.
Scholen die volgens Trouw heel goed scoren, hebben daarentegen moeite hun hoge niveau te handhaven. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) naar de effecten van de ranglijst op de schoolkeuze van leerlingen en op de kwaliteit van de opleidingen.
Sinds 1996 publiceert Trouw op basis van gegevens van de Onderwijsinspectie een ranglijst. Aanvankelijk stuitte dit initiatief op weerstand. De vrees bestond dat de lijst zou leiden tot onvoorspelbare leerlingenstromen en dat scholen met een slecht oordeel veel leerlingen zouden mislopen.
Het CPB-onderzoek toont inderdaad aan dat de lijst van invloed is op de schoolkeuze, maar dat deze gevolgen beperkt zijn. Als een gemiddelde leerling voor een school met een betere beoordeling meer dan 200 meter verder moet reizen, valt de betere school alsnog af.
De effecten van de ranglijst zijn volgens het CPB het sterkst bij vwo-scholen die een heel goede beoordeling hebben. Gemiddeld trekken zij zestien leerlingen extra.