- blad nr 11
- 12-6-2010
- auteur R. Voorwinden
- Redactioneel
De ambachtschool is terug
Vakcollege voor leerlingen met gouden handjes
Ruud Bennaars, docent techniek aan het Hondsrug College in Emmen, liep vanaf de invoering van de basisvorming met kromme tenen. Want hij kon praktisch en technisch ingestelde leerlingen slechts twee uurtjes techniek per week bieden, terwijl ze zoveel meer wilden en konden. Vandaar dat Bennaars blij was met de komst van de vakcolleges.
Die vakcolleges zijn een nieuw type vmbo- en mbo-onderwijs, voor leerlingen met gouden handjes. Leerlingen die graag knutselen en zich misschien wat verloren voelen in de brede theoretische basisvorming. En die daardoor het risico lopen om uit te vallen. Wat een drama zou zijn voor de leerlingen zelf, maar ook voor Nederland. Nu mogen we er met een crisis kampen, straks is er een tekort aan technische vakmensen.
Het Hondsrug College startte twee jaar geleden met een klas van 24 leerlingen met een vakcollege techniek. De leerlingen krijgen meteen elf uur ‘techniek en vakmanschap’ per week. Dat is een nieuw leergebied, dat bestaat uit onder andere meten, technisch rekenen, technische principes, bedrijfseconomie en loopbaanoriëntatie.
Het opzetten van het nieuwe leergebied was pionieren, want landelijk lesmateriaal was er nog niet. Inmiddels is dat er wel: de landelijke Werkmaatschappij Vakcolleges ontwerpt centraal onderwijsmateriaal voor de inmiddels ruim dertig technische vakcolleges.
Aan dat materiaal wordt voortdurend geschaafd. “De landelijke methodes vind ik soms nog te talig”, zegt Bennaars. “Het zijn mooi gestructureerde opdrachten met allerlei tussenstapjes. Maar als ik met mijn leerlingen een raket ga maken van een plastic fles, willen ze meteen aan de slag. Ze willen niet eerst samen brainstormen en een ontwerp maken.”
Over dat soort zaken heeft hij echter goede discussies met de Werkmaatschappij. “De Werkmaatschappij is van achter het bureau bezig, wij in de praktijk. We vinden elkaar halverwege wel.”
Het was de bedoeling dat de algemeen vormende vakken van het vmbo ondersteunend zouden worden aan het nieuwe vak ‘techniek en vakmanschap’. Met natuurkunde lukt dat prima. Bennaars: “Als we in de techniek bezig zijn met hefbomen, worden bij natuurkunde de principes uitgelegd.” Ook bij Duits gaat dat goed. “Onze docent Duits is zelf een bouwkundige. En hij gaat met de jongens de werkplaats in, om in het Duits over de gereedschappen en de machines te praten. Dat vinden ze echt heel leuk.” Bij andere vakken loopt de aansluiting soms minder soepel. “Of je je vak ondersteunend wilt maken aan de techniek, hangt toch af van de leraar.”
Het vakcollege wordt op het Hondsrug College op drie niveaus aangeboden: basis, kader en theoretische leerweg. Bij de start zat het grootste deel van de leerlingen op kader-niveau, maar inmiddels is er veel belangstelling van tl-leerlingen. Bennaars: “Er komt zelfs een leerling met een havo-advies naar ons toe.”
Fuik
De vakcolleges kennen een ononderbroken leerlijn van zes jaar, waarin de leerlingen zowel een vmbo-diploma als een mbo-diploma halen. De groep leerlingen van het eerste uur stroomt na de zomervakantie de bovenbouw in, en Bennaars is heel benieuwd hoe de overstap zal gaan. “Het zou kunnen dat er docenten van de onderbouw mee verhuizen naar de bovenbouw, om de overgang wat minder groot te maken. Ik heb bijvoorbeeld zelf ook een bevoegdheid elektra voor de bovenbouw. Het ideale vakcollege heeft eigenlijk een heel verticaal team, waarbij docenten lesgeven van de eerste tot en met de zesde klas.”
Daarvoor moeten de docenten dan wel een brede bevoegdheid hebben, want de laatste twee jaar van het vakcollege vinden plaats in het mbo. Die ononderbroken leerweg, al dan niet met dezelfde docenten, voorkomt hopelijk dat leerlingen bij de overstap tussen vmbo en mbo uitvallen.
Hoe de laatste twee jaren van de opleiding precies worden vormgegeven, moet nog wel worden uitgewerkt. De leerlingen gaan dan vier dagen per week in de praktijk werken, maar blijven ze die ene dag terugkomen naar hun school voor voortgezet onderwijs? Of gaan ze naar een roc?
Het Hondsrug College heeft het grote voordeel dat het mbo aan de overkant van de straat ligt. Fysiek zal de overstap dan ook niet groot zijn. Bennaars had de zwakkere leerlingen graag in eigen huis gehouden, maar heeft er inmiddels wel vertrouwen in dat het straks op het mbo goed gaat. “Er is al een uitwisseling van docenten op gang gekomen. We zijn de methodes al op elkaar aan het afstemmen, er wordt al hevig geschrapt en herschreven. Want als wij een onderwerp al behandeld hebben, hoeven ze dat op het mbo niet opnieuw te doen. Ach, dit hadden we eigenlijk dertig jaar geleden al moeten doen.”
Doordat er de eerst jaren al zoveel aandacht aan techniek wordt besteed, verwacht Bennaars dat de leerlingen aan het einde van het derde jaar al hun vmbo-examen voor de technische vakken kunnen afleggen: een jaar eerder dan normaal. In het vierde jaar doen ze dan examen voor de algemeen vormende vakken van het vmbo, en kunnen ze vast aan vakken van het mbo beginnen. “Dan is daar verdieping mogelijk.”
De vakcolleges willen overigens beslist geen fuiken worden voor de leerlingen: die moeten na het eerste jaar nog meerdere kanten op kunnen. De kernvakken Nederlands en Engels hebben daarom hetzelfde aantal uren gehouden als in de traditionele leerwegen. Op die manier blijft horizontale doorstroom mogelijk, als de techniek toch tegen zou blijken te vallen.
Werkgevers
Op dit moment zijn de vakcolleges al druk bezig om contacten te leggen met de werkgevers. Zo is er de stichting Vrienden van het vakcollege, waarbij al ruim tachtig werkgevers zijn aangesloten. “Daar kunnen we terecht voor gastlessen en excursies”, vertelt Bennaars. “Als ik met een eerste klas wil gaan kijken bij een installatiebedrijf, stuur ik een mailtje aan de coördinator. En dan hoor ik waar en wanneer we langs kunnen komen.”
De ‘vrienden’ zijn helaas niet allemaal officiële stagebedrijven. En de stages zouden wel eens een probleem kunnen worden in deze economisch slechte tijden. Een deel van de bouwsector ligt bijvoorbeeld stil en heeft dus weinig stageplekken te bieden, zegt Bennaars. Al is dat – schrale troost – niet specifiek een probleem van de vakcolleges: ook de meer traditionele opleidingen voor de bouwsector worden er door getroffen.
Vergrijsd
Komend najaar start er aan het Hondsrug College een nieuwe klas van 34 leerlingen: tien meer dan in het eerste en tweede jaar. Dat is goed nieuws, maar het is slechts tijdelijk, want Emmen vergrijsd snel. Het aantal leerlingen in het basisonderwijs loopt hard terug, en Bennaars betwijfelt of het mogelijk is een vakcollege techniek naast de reguliere opleiding techniek in de lucht te houden. “Waarschijnlijk gaat de hele opleiding techniek straks over in het vakcollege techniek. Aan de ene kant is dat jammer, want het vakcollege was bedoeld voor excellente leerlingen. Maar als de leerlingen na het tweede jaar een stroming kiezen - bij ons elektra, metaal of bouw - houd je klasjes over van misschien maar vijf tot tien leerlingen. Dat wordt onbetaalbaar. En ik denk dat hetzelfde gaat gelden voor de nieuwe vakcolleges zorg. En misschien ook wel voor de vakcolleges handel/administratie, als die er komen.”
Een probleem voor de vakcolleges is dat sommige scholen de naam gaan gebruiken zonder iets aan het onderwijs te veranderen. Bennaars: “Dan noemen ze zich ‘vakcollege’, maar verder doen ze niets.” Dat mag, juridisch gezien, want de naam ‘vakcollege’ is niet beschermd. “We hadden het beter net als de technasia kunnen aanpakken”, zegt Bennaars. Dat zijn scholen voor havo en vwo die extra aandacht aan techniek besteden. “Hun naam is beschermd. En als je een technasium wilt worden, komt er eerst een commissie kijken of je wel aan de eisen voldoet.”
De Werkmaatschappij Vakcolleges herkent het probleem, en werkt aan een oplossing. Maar doe dat wel snel, adviseert Bennaars. Want de inhoud van de vakcolleges – ook de officiële - door heel het land begint behoorlijk te verschillen. “Hoe eerder je aangeeft waar de grenzen liggen, hoe minder je straks hoeft terug te snoeien.”
{kader 1 - plaatsen aan het begin van het artikel}
Vakcolleges in de zorg
Dit najaar starten er vijf tot tien vakcolleges voor zorgberoepen, zo maakten minister Ab Klink van Volksgezondheid en staatssecretaris Marja van Bijsterveldt van Onderwijs vorige maand bekend.
De colleges worden zesjarige opleidingen waarin vmbo, mbo en zorginstellingen samenwerken. De nieuwe opleidingen zijn zusjes van de al bestaande vakcolleges in de techniek, die twee jaar geleden van start gingen. Op de vakcolleges krijgen leerlingen vanaf het eerste leerjaar minstens tien uur per week praktijkles.
{kader 2 - plaatsen aan het einde van het artikel}
‘Keurmerk nodig voor vakcolleges’
Er is een landelijk keurmerk nodig voor vakcolleges. Want steeds meer scholen beginnen zich ‘vakcollege’ te noemen zonder iets aan het onderwijs te veranderen. “Succes wordt gekopieerd”, zegt Martin van Os, directeur van de Werkmaatschappij Vakcolleges. “En scholen zijn natuurlijk altijd welkom om zich bij ons aan te sluiten. Maar ze moeten niet de naam pikken zonder de inhoud over te nemen.” De Werkmaatschappij bezint zich op maatregelen.