• blad nr 11
  • 12-6-2010
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

9 tips 

Help de leerling met dyscalculie

Een recept lezen, digitaal klok kijken, sjoelstenen tellen. Het gaat bij de meeste leerlingen vanzelf. Die vanzelfsprekendheid kennen kinderen met dyscalculie niet. Hoe herken je deze complexe rekenstoornis en hoe kun je een kind met dyscalculie tegemoetkomen? Negen tips.

Tekst Marieke Davidse

1. Ken de feiten
Bij 2 à 3 procent van de Nederlanders komt dyscalculie voor. Dyscalculie betekent slecht kunnen berekenen. Mensen met deze stoornis ervaren veel problemen tijdens hun schoolloopbaan, maar ook daarna. Een alledaagse, schijnbaar eenvoudige handeling als het afrekenen van boodschappen is iets waar mensen met dyscalculie moeite mee kunnen hebben. Hans van Luit heeft een leerstoel dyscalculie aan de Utrechtse Universiteit. Volgens hem zijn de consequenties van dyscalculie in te perken als de rekenstoornis in een vroeg stadium wordt her- en erkend. Voor erkenning is in de eerste plaats een rol weggelegd voor de Onderwijsinspectie. Van Luit: “Veel inspecteurs menen dat dyscalculie bijna niet voorkomt en dat deze stoornis te maken heeft met beperkte cognitieve vermogens. Beide aannames zijn onjuist.”

2. Herken de kenmerken
Er zijn een aantal kenmerken waaraan je dyscalculie herkent, vertelt Van Luit. Je ziet een vergaande rekenachterstand bij een basisschoolkind waarvan je het niet verwacht, omdat het zich verder wel normaal ontwikkelt. Aan het eind van de basisschool loopt het kind bijvoorbeeld ten minste twee jaar achter. Deze achterstand bouwt zich al sinds de kleuterleeftijd op. Bij dyscalculie uiten de problemen zich bij het leren van de cijfersymbolen, het leren van de tafels of het opslaan en terugvinden van informatie in het werkgeheugen. Kinderen met dyscalculie blijven moeite houden met optel- en aftreksommen onder de 20 en de tafels tot 10. Ook hebben zij moeite met begrippen als procenten, breuken, teller en noemer. Een laatste kenmerk dat Van Luit noemt is de resistentie tegen hulp. Goede remedial teaching helpt wel wat, maar onvoldoende om in hetzelfde spoor te komen als de rest van de klas.

3. Let op de kleuters
De eerste signalen van dyscalculie dienen zich aan in de kleuterperiode. Kleuters ontwikkelen spelenderwijs gevoel voor hoeveelheden, begrippen als meer, minder, evenveel, eerlijk verdelen. Als er sprake is van dyscalculie blijft deze begripsvorming achter vergeleken bij de talige ontwikkeling. Ook kan een gebrek aan ruimtelijk inzicht zich op die leeftijd al uiten. Wellicht mijdt een kind de blokkenhoek en gaat een werkje met knippen, plakken en vouwen niet.

4. Ken het verschil
Wied Ruijssenaars, hoogleraar orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, benadrukt dat rekenproblemen niet hetzelfde zijn als rekenstoornissen. Rekenproblemen horen bij het leren rekenen: ze horen bij het ontwikkelende getalbegrip en bij de ontwikkelende reken- en probleemoplossende vaardigheden. Veel rekenproblemen verdwijnen met het toenemende inzicht van de rekenaar. Andere rekenproblemen zijn na een nauwkeurige probleemanalyse en een adequate didactische begeleiding goed te behandelen.

5. Observeer en signaleer
Kinderen die in groep 6 uitvallen op rekenen waren ook in groep 2 al zwak. Zwakke rekenaars herken je bijvoorbeeld doordat ze op hun vingers tellen. Daardoor duurt het bij hen veel langer voor ze de sommetjes gemaakt hebben. Van Luit: “Als een kind van zes bijvoorbeeld niet de veren op zijn hoed kan tellen, of het cijfer ‘6’ niet herkent, kun je ervan uitgaan dat je te maken hebt met een zwakke rekenaar.”
“Ga niet alleen voor het eindproduct”, vindt Astrid Lambers, leerkracht en remedial teacher. “Vraag ook naar de denkstapjes die een kind zet. Als leerkracht wil ik weten hoe ze tot dat resultaat zijn gekomen. Laat ze de stappen noteren. Je ziet dan bijvoorbeeld dat ze ingewikkeld denken of in de war raken van de verschillende manieren waarop een som uitgerekend kan worden.”

6. Diagnosticeer
Van Luit heeft met Bernadette van de Rijt de Utrechtse getalbegrip toets-revised (UGT-R) ontwikkeld. Hiermee kan een leerkracht of intern begeleider nagaan op welke onderdelen kinderen uitvallen. Ook is er een programma waarmee zwakke kleuters met oefeningen en taakjes kunnen worden bijgespijkerd. De taakgerichte toets is voor 79 euro te bestellen op www.graviant.nl.

7. Maak gebruik van hulpmiddelen
Laat kinderen gebruikmaken van een rekenmachine, computer of tafelkaart. Van Luit: “Veel leraren verbieden kinderen vanaf groep 4 om sommen uit te rekenen met behulp van het tellen op vingers. Mensen met dyscalculie blijken echter enorm gebaat bij dit hulpmiddel. Vingertelling zou bij hen, in ieder geval tot en met groep 5, eerder gestimuleerd dan verboden moeten worden.”
Met ingang van 2009 mag er bij de eindexamens, net als bij dyslexie, maximaal 30 minuten extra tijd gegeven worden aan leerlingen bij wie dyscalculie is vastgesteld door een psycholoog of orthopedagoog. De school moet hier wel toestemming voor geven.
8. Adviseer ouders
Ook ouders kunnen het nodige doen. Zo kunnen ze jonge kinderen op een speelse manier bepaalde begrippen bijbrengen. Met puzzelen, spelletjes met dobbelstenen en kralenkettingen. Zijn de kinderen wat groter, dan kunnen ze rekenspelletjes op de computer doen: tangram, rummikub, natekenen of tekeningen verkleinen en vergroten op ruitjespapier. Ook het spelen met lego of ander constructiemateriaal kan helpen. Heeft een kind problemen met geldrekenen, laat hem dan regelmatig een boodschap doen. Of geef hem in de keuken eens een maatbeker om begrip te krijgen van liters en grammen. Vraag spelenderwijs de hoeveelste het overmorgen is.

9. Kom kinderen in het voortgezet onderwijs tegemoet
Binnen de kaders van de wet kunnen scholen in het voortgezet onderwijs zelf bepalen op welke manier ze leerlingen met dyscalculie tegemoetkomen met bijvoorbeeld vrijstellingen of verlengde tijd bij toetsen en examens. Een dyscalculieverklaring kan hiervoor de basis vormen, maar ook dat is aan de school zelf.
Na het tweede leerjaar van het vmbo kan de school leerlingen vrijstelling verlenen voor wiskunde. In de bovenbouw kunnen struikelblokken als wiskunde omzeild worden door een sector te kiezen waarin dit vak niet verplicht is. Iedere havo/vwo-leerling moet, ongeacht het profiel, examen doen in wiskunde; vrijstelling is wettelijk niet toegestaan. Wel verschilt de zwaarte en vorm van wiskunde per profiel. Sinds 1 augustus 2007 is, te beginnen in het vierde leerjaar, wiskunde niet meer verplicht op de havo, profiel cultuur en maatschappij. Van Luit hoopt dat kinderen die een dyscalculieverklaring hebben verkregen vrijgesteld worden van de verplichte rekentoets die middelbare scholieren binnenkort als onderdeel van het eindexamen krijgen opgelegd. Blijft een vrijstelling voor kinderen met dyscalculie uit, dan heeft dit verregaande consequenties voor de afronding van hun middelbare schoolopleiding. “Dyscalculici kunnen vervolgens in onderwijsvormen en banen terechtkomen die geen recht doen aan hun competenties.”

{noot}
Meer weten?
www.rekenstoornis.nl

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.