- blad nr 11
- 12-6-2010
- auteur J. van Aken
- Redactioneel
Multiculturele basisschool strijdt tegen taalachterstand
Netbooks in een Vogelaarwijk
Het digibord, de groene kast, het aanrecht, overal in het lokaal van groep 1 van de Snippeling hangen kaartjes met namen van voorwerpen, zoals de hele school doordrenkt is met taal om de grote achterstand te bestrijden. Negentien kleuters schuiven onrustig in hun stoeltjes tot hun juf Marjolein Breukink het boekje Ik fiets begint voor te lezen. Het verhaal is onderdeel van het thema ‘verkeer’. In de hal is met tape een weg afgebakend, met verkeersborden en een heus stoplicht. Onderweg naar de wc stopt een jongetje voor een zebrapad. “We hebben het erover wat er allemaal op de weg rijdt. Zo zijn de leerlingen spelenderwijs veel met taal bezig en doen we structureel aan woordenschatuitbreiding”, legt de leerkracht uit.
De nadruk ligt niet voor niets sterk op taal. Bij zijn aantreden trof directeur Ton Plagman een school aan waar 60 procent van de kinderen in groep 1 binnenkwam met een taalachterstand van vier jaar en dus niet of nauwelijks Nederlands sprak. “Zoveel achterstand haal je binnen de reguliere schooltijd nooit in”, realiseerde hij zich. De school heeft 210 leerlingen, waarvan tweederde met een Turkse achtergrond, 20 procent is Nederlands en 15 procent komt uit onder meer China, Griekenland en Bosnië. “We zijn echt een multiculturele school in een Vogelaarwijk in Deventer en dat willen we ook zijn. Wel moesten er extra faciliteiten komen”, vond Plagman.
Daarover ging hij in gesprek met zijn leerkrachten. Wat wilden zij? “De leerkrachten zeiden dat de kinderen langer naar school zouden moeten. Dat het team het onderwijs beter af moest stemmen en dat de school achterbleef met ict.” Plagman vatte hun wensen samen in een ambitieus plan dat hij binnen een schooljaar van de grond wist te krijgen. “Taal moest veel nadrukkelijker gebruikt worden.”
Verlengde schooldag
Sinds dit schooljaar is de schooldag met een uur per dag verlengd, 4,5 uur per week. “Hierdoor hebben we jaarlijks 180 uur onderwijstijd meer dan andere basisscholen.” De extra uren gebruikt de school deels voor culturele en sportieve activiteiten als muziekles, grafische vormgeving en een circusklas. Ook hier zijn de lessen gericht op taalverwerving. Plagman: “We willen de leerlingen nieuwe disciplines leren kennen. Deze kinderen komen thuis nooit met muziekinstrumenten in aanraking.”
Groep 6-leerlingen Ufuk en Morten (beiden tien jaar) zijn erg enthousiast over de lessen. “Bij ‘beeldend’ maken we schilderijen”, vertelt Ufuk en wijst trots naar de wand waar een afbeelding van een kleurige vogel de muur siert. “Het is een Agapornis, een soort papegaai, die heb ik thuis ook”, licht hij toe. Bij Morten valt de muziekles erg in de smaak. “Eerst kijken we op Youtube naar een filmpje van een liedje en daarna zingen we het zelf. The lion sleeps tonight bijvoorbeeld en dan trommelen we mee op djembés.”
Hasan Gökcen, leerkracht van groep 6, vindt culturele activiteiten mede bepalend voor het schoolsucces. “Daarom is cultuureducatie een belangrijk onderdeel.” Zijn leerlingen krijgen twee keer per week gym, een keer beeldende vakken en een keer muziek. Tijdens die uren is Gökcen vrijgesteld van zijn groep. “Dergelijke vakken krijgen de leerlingen ook tijdens de brede schoolactiviteiten na schooltijd.” Er is drumles en kookles, vertelt Ufuk. Dat ze door de verlengde schooldag langer naar school moeten, is voor de jongens geen probleem. Sterker, het heeft zelfs een voordeel. “We hebben nu drie pauzes”, een groot winstpunt vinden de heren. Hun leerkracht vindt het belangrijker dat zijn leerlingen door verlenging van de schooldag meer in aanraking met de Nederlandse taal komen.
De belangrijkste ontwikkeling vindt hij de impuls die de pedagogisch-didactische aanpak kreeg. “Door de scholing die leerkrachten en intern begeleiders volgden, kunnen we de kinderen beter helpen.” Het team volgt het directe instructiemodel. “We meenden dat we dat al beheersten, maar dat bleek niet zo te zijn. Mijn leerpunt was de instructie wat korter te houden, zodat ik meer tijd voor de leerlingen kan vrijmaken. Ook leerde ik de kinderen meer te laten samenwerken. Als team zijn we nu didactisch beter dan voorheen.” Plagman vertelt dat kennis van taalproblematiek een grote rol speelt bij de achterstand. “Vandaar dat leerkrachten aan de slag zijn gegaan met een scholing over begrijpend lezen.”
Kofschip
Groep 7 is bezig met ontleden. “Gisteren sneed Fleur zich met een mes in haar vinger”, leest leerkracht Anita Meerdink voor. “Wat is het gezegde jongens?” Terwijl een leerling de zin in stukken hakt, vertelt ze dat ontleden voor haar leerlingen ontzettend lastig is. “Voor velen is Nederlands een vreemde taal. Om die goed te leren, moet je de eerste taal goed beheersen, maar dat is bij deze ouders en dus ook bij hun kinderen vaak niet het geval. Daarom besteden we er veel aandacht aan.”
‘Misschien regent het morgen’, is de volgende zin. Tot hilariteit van zijn klasgenoten leest een jongen het woord ‘regent’ voor alsof hij het over een bestuurder van weleer heeft – met de klemtoon verkeerd dus.
Groep 7-leerling Cynthia is dit jaar nieuw op school. “Ik vind het een hele leuke en goede school”, vertelt ze. “Leuker omdat we circusles krijgen.” Dat ze langer naar school moet, is niet erg. “Zo leren we meer.” Klasgenoot Siar is minder enthousiast. “Nu kan ik niet zoveel meer buiten spelen”, zegt hij teleurgesteld.
Alle leerlingen hebben een netbook, een kleine laptop, op tafel staan. De school kocht er 125, voor groep 3 tot en met 8. Het is een project van drie jaar dat 3 ton kost. De netbooks spelen een belangrijke rol in de strijd tegen taalachterstand. I-coach Martin Touwen is verantwoordelijk voor de ict op school en training van leerkrachten: “De programma’s hebben een feedback die een leerkracht met 25 leerlingen nooit bereikt. Als je een fout maakt, springt er meteen een schermpje omhoog met de kofschip-regel. Het rekenprogramma past aan de hand van goede en foute antwoorden zelf het niveau aan.”
Plagman vult aan dat de basis van woordenschatuitbreiding herhaling is. “Digitaal gaat dat makkelijker. De intensiteit van twee keer vijftien minuten leren op een laptop bereik je niet in een schriftje.” Voorheen kwamen leerkrachten niet verder met sommige leerlingen en dan bleven ze toch bladzijden in het lesboek omslaan. “Sommige kinderen snapten de helft van de tekst niet. Met deze software heb je meer mogelijkheden aan te haken bij het niveau van de kinderen en zaken te herhalen.”
De school werkt met een elektronische leeromgeving, een elo. “In de middenbouw zijn we bezig met elektronisch toetsen. Het leerrendement is groot doordat je een toets meteen kunt bespreken”, zegt Touwen. De bedoeling is dat leerlingen ook thuis in de elo kunnen. “We willen de ouders meer bij het onderwijs betrekken. Leerkrachten zullen in een virtueel klaslokaal huiswerkopdrachten klaarzetten. Zo zien ouders waar hun kinderen mee bezig zijn en kunnen ze daarover met elkaar in gesprek”, verklaart de i-coach.
De netbooks spelen nog een andere rol, vertelt Plagman. “Deze kinderen komen uit een kansarme omgeving. Met de laptops geven we hun ouders het gevoel dat we het zo goed mogelijk voor hun kind willen doen.”
Leerlingen Ufuk en Morten geven op hun netbook een demonstratie van het programma Taal in beeld. Er verschijnen zinnen op een kleurrijk scherm. Uit vier opties moeten ze het ontbrekende woord kiezen. ‘Toen ze klaar was met koken, zei ze...’ “Klaar is Kees”, denkt Ufuk terecht. Na een stuk of vijf goed ingevulde zinnen volgt een mop. Ook thuis gaan ze online aan de slag, met het programma Rekentuin en het lesmateriaal uit Onlineklas.nl. “Zo leer je rekenen en snel typen”, merkt Ufuk. “Soms doe ik ook een spelletje”, bekent Morten.
Resultaten
Directeur Plagman merkt dat de woordenschat en spelling van de kinderen enorme sprongen maken sinds de introductie van de netbooks. “Op het gebied van spelling en lezen halen in Deventer alleen twee witte scholen hogere Cito-scores dan wij.” Hij voerde bij zijn komst opbrengstgericht werken in. “Er werden geen eisen gesteld aan leerkrachten. Het doel was dat leerlingen aan het eind van groep 3 avi-3 beheersten, maar er werd niets gedaan als dat niet lukte. Nu bekijken we ieder half jaar de leerlingresultaten en aan de hand daarvan maken we een nieuw plan. In groep 3 zitten de kinderen nu gemiddeld op avi-4 en dat is heel hoog.” In groep 2 zijn nu al tien kinderen die beginnen te lezen. “Er zijn kleuterleidsters die vinden dat je dan nog niet met taal moet beginnen, maar volgens mij is het de enige manier om op dit niveau te komen.” Niet alles gaat zo goed. “De achterstand met begrijpend lezen en rekenen, waar veel taal aan te pas komt, loop je minder makkelijk in.”
De Snippeling betaalt de vernieuwingen uit verschillende subsidiepotjes. Jaarlijks heeft de school daardoor in totaal zo’n 4 ton meer te besteden. “Het zijn alleen allemaal projectgelden en die zijn eindig. We kunnen in ieder geval door tot 2015, maar het is de vraag hoe het daarna verder gaat”, zegt Plagman. Het weerhoudt hem er niet van komende zomer een nieuw initiatief te lanceren. “Drie weken lang beginnen we een zomerschool. Tachtig van de leerlingen hebben zich aangemeld voor drie dagen les en een dag excursie per week. Als je de achterstand wilt wegwerken, moet je het onderwijs anders inrichten.”