• blad nr 11
  • 12-6-2010
  • auteur E. Went 
  • Redactioneel

Stageleed vaak onnodig 

Een stagiair is meer dan een goedkope kracht

Studenten klagen steen en been over de botte houding van hun praktijkbegeleiders. Ook op de begeleiding an sich valt wel een en ander aan te merken, vinden een hoop stagiairs. Veel stageleed van pabostudenten kan echter voorkomen worden. Verwachtingen wederzijds uitspreken, daar begint het mee. Wat ook helpt is een mentor die zijn eigen zekerheden overboord zet en het leerproces van de student coacht. “We mogen studenten nooit beroven van hun eigen ontdekkingen.”

“Vier verschrikkelijk lange weken.” Zo kijkt voormalig pabostudent Anna Koops terug op haar allereerste praktijkstage, op een basisschool in de Haagse Schilderswijk. “In de ogen van mijn mentor deed ik werkelijk niets goed. Ik nam te weinig initiatief, was niet enthousiast genoeg. En als ik les gaf waren de kids te druk.” Het zou ook meteen haar laatste stage worden. Die eerste kennismaking met de praktijk viel zo tegen, dat ze snel daarna besloot de opleiding voorgoed te verlaten.
Volgens Koops klopten de wederzijdse verwachtingen niet. “Maar wat wil je ook. Ik was net achttien en kwam uit een dorp met louter witte scholen. Eerlijk gezegd had ik geen idee wat me te wachten stond. En dus wilde ik eigenlijk maar één ding: veel begeleiding. Maar mijn mentor vond juist dat ik veel eigen initiatief moest tonen.” Erover praten lukte niet. Koops: “De klik was er niet. Positieve feedback heb ik in die vier weken zelden of niet gehad. Alleen maar kritiek. Dan gaat de lol er snel vanaf.”
Het verhaal van Koops staat niet op zichzelf. Uit recent onderzoek van de Meldlijn Stageklachten blijkt dat ontevredenheid over de stagebegeleiding met stip op één staat van meest gehoorde klachten. Ook klagen studenten steen en been over de ‘botte of kleinerende houding’ van hun praktijkbegeleiders. De studenten krijgen het gevoel niets goed te kunnen doen. ‘Ze behandelen ons als slaven, we waren alleen maar een goedkope kracht’, aldus een veelbetekenende reactie. En: ‘Ik deed alles fout en ze waren bot.’

Probleemloos
Frank van der Knaap is praktijkcoördinator bij Pabo Almere. Zijn studenten waaieren voor hun stages dagelijks uit naar basisscholen in Flevoland, het Gooi en Amsterdam. En natuurlijk gaat dat wel eens mis. Het verhaal van Koops komt hem dan ook bekend voor. “Als studenten het gevoel hebben dat ze alleen maar negatieve feedback krijgen, en dat er veel te hoge eisen aan hen gesteld worden, dan stokt de interactie. Logisch!”
Nog zo’n valkuil: een mentor die niet voldoende tijd vrijmaakt voor begeleiding. Of, nog erger, een mentor die zich opstelt als een regelrechte controlfreak, die moeite heeft zijn groep los te laten. “De student krijgt dan al snel het gevoel dat hij niet genoeg ruimte krijgt. En dan is de neerwaartse spiraal al ingezet.”
Maar ook mentoren hebben een top drie van wat er mis kan gaan. Bovenaan dat lijstje staat de soms moeizame interactie met de student. Van der Knaap: “Er zijn docenten die de stekker eruit trekken omdat de student zijn afspraken niet nakomt. Bovendien is niet elke student even goed in het ontvangen van kritiek.”
Zijn advies in al deze gevallen: “Maak het probleem bespreekbaar. Kom ermee voor de dag.” Maar vooral studenten volgen die raad lang niet altijd op, weet hij uit ervaring: “Sommigen zijn bang dat ze een negatieve beoordeling krijgen, en zijn daar heel calculerend in.”
Toch moeten we het probleem vooral niet groter maken dan het is. Van der Knaap: “In 95 procent van alle gevallen verlopen onze stages namelijk probleemloos. Vooral op zogenaamde opleidingsscholen, nu al zo’n 20 procent van onze stagescholen, gaat het heel goed. En dat aantal neemt alleen nog maar toe. Grote pluspunt is dat mentoren op deze scholen een opleiding krijgen om studenten beter te begeleiden. In feite nemen die scholen onze begeleiding over. En dat haalt veel kou uit de lucht. En in die paar extreme gevallen waarin de boel toch nog escaleert, komen we er meestal ook wel uit.”
Veel problemen kunnen ook ondervangen worden door een goede voorbereiding. Van der Knaap: “Dat betekent dat er afstemming is over de onderlinge communicatie, over de organisatie en over de inhoud. Een intake met stagecoördinator, school en studenten kan daarbij helpen. Vanuit Pabo Almere gaan wij bovendien altijd een keer naar een teamvergadering, om uitleg te geven over onze visie op onderwijs, en over wat mentoren van studenten mogen verwachten, en hoe wij dat beoordelen. Wederzijdse verwachtingen uitspreken, dat haalt veel potentiële ellende verderop in het stagetraject weg.”

Mopperen
Anneke van Lieshout, pabostudent aan Fontys, is zo iemand die haar onvrede over haar stage uiteindelijk met wat hulp vanuit de opleiding zelf overwonnen heeft. Maar dat ging niet vanzelf. “In het tweede jaar liep ik stage in een kleuterklas. Toen ik in die groep begon was de vaste juf net ziek, en invalkrachten zetten mij meteen flink aan het werk. Toen de groepsjuf weer beter was, botsten we behoorlijk. Zij vond dat ik veel te veel deed in de groep. ‘Ga eerst maar eens rustig kijken’, adviseerde zij geprikkeld. Maar wist ik veel? Ik verkeerde in de veronderstelling dat er veel van mij verwacht werd, en deed gewoon wat mij gevraagd werd. Boos was ik, omdat mijn begeleider een verkeerd beeld van mij had. Alsof ik altijd zomaar een klas binnenstorm om de boel eens even over te nemen. Maar zo zit ik absoluut niet in elkaar.”
In plaats van dat zij daar met haar mentor over sprak, uitte Van Lieshout aanvankelijk haar ongenoegen bij de begeleider vanuit de opleiding. “Ik ontpopte me tot een enorme mopperkont. Iedereen deed het fout, behalve ik. Maar mijn begeleider hield me de spiegel voor en confronteerde mij met mijn houding. Zo werd ik me bewust van wat ik deed: mopperen en met de vinger naar anderen wijzen. Hij vond dat ik mijn verantwoordelijkheid moest nemen, dat ik mijn rol volwassen moest invullen. Hij ondersteunde me vervolgens bij hoe ik het probleem bespreekbaar kon maken. En uiteindelijk ben ik erover gaan praten. Dat hielp.”
Jelle Everhardus, vanuit Fontys destijds tutor van Van Lieshout, kan zich de strijd van zijn pupil nog goed voor de geest halen. Een logische strijd, vindt hij. “Het ‘ik wil-proces’ van studenten die hun eigen leerproces willen inrichten, botst namelijk met de ‘jij moet-cultuur’ van het competentiedenken en bijpassende assessments. Waar het competentiedenken leidend is, wordt een stagiair al snel in een kindrol geduwd. Deze stagiair shopt dan hulpeloos van de een naar de ander en vraagt dan steeds of het zo goed is. Waar het ‘ik wil-proces’ leidend is zie je dat een stagiair wel verantwoordelijkheid neemt voor zijn keuzes, en in de rol van volwassene kruipt. Maar meestal is er sprake van een soort mengvorm. Studenten raken daarvan in de war.”
De oplossing? Everhardus: “De mentor op de basisschool en de opleiders van de pabo moeten om te beginnen vertrouwen hebben in de student. Leren loslaten is het devies. En dat is best lastig want voor veel docenten is hun vak en hun rol van beoordelaar gebaseerd op verouderde subjectieve mentale beelden.” Vervolgens gaat het erom de student te begeleiden bij het uitwerken van zijn eigen dromen en beelden van een goede leerkracht, uitgewerkt in leerdoelen. “De mentor gaat prikkelen, structureren, concretiseren, stimuleren, uitdagen en samenvatten. Hij wordt begeleider, coach van ontwikkelingsprocessen. Wat niet inhoudt dat hij geen vakinhoudelijke bijdrages meer zou mogen leveren. Integendeel: dat komt ruimschoots aan bod in de theoretische of praktische verdieping als de begeleider en student de relatie tussen stage en opleiding leggen. Tijdens dat proces zijn er genoeg momenten om de persoonlijke doelen van studenten te relateren aan competenties.”

Eigen ontdekking
Waar de koppeling gemaakt wordt tussen wat een student zelf wil leren en wat een docent vakinhoudelijk kan toevoegen, kan er eigenlijk weinig misgaan, denkt Everhardus. “Op deze manier krijgt de student het probleemoplossend handelen onder de knie en wordt hij niet beroofd van de eigen ontdekking. En dan profiteert iedereen optimaal van een stage: de student omdat hij goed begeleid vorm kan geven aan zijn eigen leerdoelen, en de mentor omdat hij gigantisch gemotiveerde stagiairs mag begeleiden die zijn eigen praktijk verrijken. Zeker weten dat met zo’n insteek veel stageleed voorkomen kan worden.”

{kader}
Zo voorkom je stageproblemen
Stagiair
• Neem zelf de verantwoordelijkheid voor je leerproces. Gaat iets niet goed? Maak het onmiddellijk bespreekbaar.
• Stel je open voor feedback en laat zien dat je deze serieus neemt.
• Kom altijd je afspraken na.
• Blijf zo dicht mogelijk bij je eigen leerdoelen.
Docent
• Stimuleer, prikkel en faciliteer.
• Coach de leerprocessen van jouw pupil.
• Durf de regie los te laten, vertrouw op de stagiair.
• Verval niet te snel in de ‘jij moet-modus’, maar volg de idealen van de student.
• Geef de stagiair voldoende ruimte en verantwoordelijkheden.
• Maak de student vertrouwd met communicatieve technieken om heikele onderwerpen bespreekbaar te maken en help hem probleemoplossend te handelen.
• Confronteer, zowel inhoudelijk als relationeel.
Opleiding
• Steek veel tijd en energie in het voortraject: manage de verwachtingen vooraf, zowel bij de stagiair als op de stageschool.
• Help de stagiair om er eerst zelf uit te komen met zijn mentor als er problemen zijn.
• Zorg dat er altijd netjes afscheid van elkaar wordt genomen als de boel escaleert. Zo voorkom je dat een ‘mislukte’ stage negatief blijft doorwerken.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.