• blad nr 11
  • 12-6-2010
  • auteur R. Wisman 
  • Mijn leerling & ik

 

Joey & Antoon

Een koppige jongen die niet kan samenwerken. Dat was Joey (15) toen hij zijn intrede maakte in de klas van meneer Otto. Het gaat de goede kant op met hem. “Als iemand zich nu met mij bemoeit, kan ik dat wel hebben.”

Het scheelde maar een nippertje of het interview was niet doorgegaan, zegt Antoon Otto, docent bij de Ambelt, een speciale school voor jongeren met gedragsproblemen in Hardenberg. Er zijn namelijk twee leerkrachten ziek. En Joey was al bijna weer terug naar huis. Want als iemand van school zegt dat je naar huis kan, dan ga je gewoon.
Otto wist hem nog net te onderscheppen.
In plaats van naar huis is Joey Goudse moppen gaan bakken in het praktijklokaal van ‘meneer Otto’, zoals hij zijn leerkracht noemt. De bakplaat ligt vol ronde dikke besuikerde deegrondjes - zo groot als een euro. “Die zijn om kwart over tien klaar”, zegt hij terwijl hij ze onverstoorbaar in de oven schuift. “Voor bij de koffie.”
Joey is gediagnosticeerd met adhd, odd en hechtingsstoornissen. “Dat zegt me niks”, reageert hij. “En het boeit me niks.” Hij woonde twee jaar in een pleeggezin. Sinds Sinterklaas woont hij weer thuis bij zijn ouders, grotere zus, zusje en broertje.
Het moeilijkst van thuis wonen is dat hij veel ruzie heeft met zijn broertje, vertelt hij.

Nootmuskaat
Joey gaat sinds de zomervakantie naar de Ambelt. Zijn ouders vonden de vorige school te vrij. “Hier wordt meer op je gelet”, zegt Joey, terwijl hij even wegloopt om bij zijn koekjes te kijken.
“Hier is meer structuur”, vult Otto aan die iedere week twee lesuren ‘consumptieve technieken’ geeft. Koken en bakken, noemen de leerlingen het vak. Op zijn vorige school ontdekte Joey lol in de keuken. Hij maakte warme en koude buffetten en hielp ook wel eens in de bediening. Hij haalde het certificaat ‘basis keukentechniek’, en is daar trots op. “Eten klaarmaken voor andere mensen vind ik gewoon mooi”, zegt hij. Later wil hij ‘op de vrachtwagen’ of in de horeca aan het werk.
Docent Otto laat de opdrachten zien die de leerlingen in zijn klas doen, zoals werkblad en gasfornuis reinigen, koksmes gebruiken, snijwonden verzorgen. De opdrachten zijn eenduidig en stapsgewijs met foto’s en korte teksten omschreven.
Toch gaat het wel eens mis. “Joey wil alles altijd te snel doen. En dan gaat het fout.” Het deeg voor de koekjes vloog om die reden alle kanten op vanochtend. Even de tijd nemen geeft uiteindelijk sneller en beter resultaat, maar dat is er moeilijk in te krijgen bij Joey.
“Weet je nog die stamppot andijvie”, vraagt Otto aan zijn leerling.
Hij had een perfecte puree gemaakt. Maar de aangegeven hoeveelheid nootmuskaat leek hem wat weinig. Hij deed er nog wat bij, schoot uit, en besloot het er maar doorheen te roeren. De stamppot was niet meer te eten.

Kokhalsneigingen
Voor de becijfering is de smaak echter van ondergeschikt belang. Otto: “Het is niet het belangrijkst dat kinderen perfect leren koken en bakken. Het gaat er vooral om dat ze zelfredzaam worden.” Naast het lokaal is een washok waar de docent ze leert wassen, drogen en strijken. Ook leert hij ze prijsbewuste keuzes te maken.
Joey moest bovendien leren samenwerken, vertelt de docent.
Hij denkt dat hij alles alleen kan. Hij heeft moeite iets van een ander aan te nemen. Dat voelt als bemoeizucht. Een paar maanden geleden werd hij boos als hij met iemand moest samenwerken. “Nu doet Joey dat het beste van allemaal”, prijst Otto zijn leerling.
Joey: “Als iemand zich nu met mij bemoeit, kan ik dat wel hebben. Ik luister gewoon. Ik bepaal zelf wel of ik er ook iets mee doe.”
Wat voor eten Joey het liefst maakt?
“Ik vind alles leuk.”
Otto: “Nou, je hebt zo wel je voorkeuren, toch? Als het aan jou ligt, schil je iedere dag aardappels en bak je daar patat van.”
Joey: “De laatste tijd doe ik dat bijna niet meer.”
Hij kreeg tot voor kort trouwens kokhalsneigingen van kaas en boter. Zo extreem dat hij die producten zelfs niet weg kon zetten in de koelkast. Door het onder zachte dwang een paar keer te doen, lukt het nu wel. “Boeien”, zegt hij stoer. Alleen als zijn broertje een stukje kaas in de magnetron laat smelten, moet hij naar buiten voor frisse lucht.
Joey kijkt even weer bij de koekjes. Ze zijn bijna klaar.
Hij vindt meneer Otto een ‘goeie leraar’. Aardig. “Hij legt alles goed uit. En als ik hem nodig heb, is hij er. Soms loopt hij wel eens weg, maar ik kan hem altijd weer vinden.”
Op de andere school werd zijn vaste leerkracht in de loop van het jaar vervangen door een andere. Dat was niet leuk. “Daardoor raken leerlingen als Joey van slag”, zegt Otto.
“Joey zegt wel dat ik aardig ben, maar dat ben ik helemaal niet. Ik ben vooral duidelijk. Als je dat niet bent met dit type leerlingen worden ze lastig”, zegt hij, terwijl hij richting oven beent en de bakplaat eruit haalt. Joey pakt een mooi bord en serveert.
“Lekkere koekjes Joey”, zegt Otto.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.