- blad nr 11
- 12-6-2010
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Een zomeracademie voor ieder team
Ieder team zou elk jaar een weekje naar een ‘zomeracademie’ moeten, als het aan Kete Kervezee, voorzitter van de PO-raad, ligt. Volgens de sectororganisatie voor het primair onderwijs hoort verplichte bijscholing onderdeel te zijn van een tienjarenplan dat het basisonderwijs in Nederland in de top vijf van de internationale ranglijst moet brengen. Behalve het team ieder jaar een weekje, moeten de leraren ook afzonderlijk elke twee jaar verplicht een week basisscholing volgen op hbo- of academisch niveau. Schoolleiders moeten geschoold worden in het ‘opbrengstgericht leiderschap’. Als het aan de PO-raad ligt gaan de eisen die gesteld worden aan de bekwaamheid van leraren omhoog; pabo’s moeten hun opleiding daarop instellen.
Een register houdt bij of een docent zich voldoende heeft bijgeschoold. Is dat niet het geval dan heeft dat gevolgen voor zijn rechtspositie. Zo’n vaart zal dat waarschijnlijk niet lopen, want of personeel zich voldoende bijschoolt hangt meestal af van het bestuur. Volgens het tienjarenplan moet het bestuur personeel de gelegenheid geven om zich in een ‘uitdagend werkklimaat te scholen’. De PO-raad wil een overeenkomst afsluiten met het nieuwe kabinet om gezamenlijk te investeren in voorzieningen. Het geld voor extra investeringen moet ook komen van besturen die nog steeds te veel geld op de plank laten liggen. Volgens de laatste berekeningen van het Onderwijsblad (15 mei 2010) doen zes van de tien besturen in het basisonderwijs dat nog steeds, gemeten naar de normen van de commissie–Don. In 2008 was dat bij elkaar 61 miljoen (0,6 procent van de totale inkomsten). De PO-raad belooft nu dat de besturen ‘scherper aan de wind gaan zeilen’, wat betekent dat ze na een ‘degelijke risicoanalyse’ bovenmatige reserves willen investeren. Maar dat kan alleen als de overheid zich een betrouwbare partner toont, waarmee op grond van meerjarencijfers toekomstplannen gemaakt kunnen worden.