• blad nr 11
  • 12-6-2010
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

 

Nullijn onderwijs

In de voorjaarsnota legt het demissionaire kabinet de nullijn op aan onderwijs en ambtenaren. Daarmee bespaart het kabinet dit jaar ruim een half miljard euro. Het voortgezet onderwijs krijgt geld om ‘liquiditeitsproblemen’ op te lossen, die volgens de schoolbesturen worden veroorzaakt door een te dure cao in 2009. Het geld gaat volgend jaar echter weer af van de loonruimte. Lopende cao’s waarin verhogingen zijn afgesproken, worden niet opengebroken. Een brief met de precieze uitwerking is aangekondigd, maar laat nog op zich wachten.
“Een schending van afspraken”, noemt AOb-bestuurder Ben Hoogenboom de actie van de demissionaire ministersploeg. “Het kabinet beloofde eerder dat de lonen in 2010 een beetje konden stijgen zodat de koopkracht van onderwijspersoneel gehandhaafd blijft. Zonder enige parlementaire steun drukt het demissionaire kabinet van CDA en ChristenUnie nu toch een nullijn door, waardoor het onderwijs weer achterop raakt bij de markt, terwijl we de komende jaren duizenden mensen nodig hebben.”
Bovendien heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen dat de lonen in het onderwijs mee moeten stijgen met de marktlonen, omdat het lerarentekort anders te groot wordt. Volgens het Centraal Planbureau zullen de lonen in de markt in 2010 zeker stijgen. Volgens het model dat de ontwikkelingen uit de markt doorvertaalt naar de onderwijssalarissen, is daardoor in het onderwijs ruimte voor een bescheiden loonsverhoging van 1,25 procent, ter compensatie van de inflatie.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.