- blad nr 6
- 27-3-2010
- auteur A. Kersten
- Redactioneel
Door marktwerking lopen roc’s opdrachten mis
Educatie wordt uitgekleed
Een ‘kijkrichting’ noemde de bestuursvoorzitter van het Rotterdamse roc Zadkine het tijdens een personeelsbijeenkomst op 15 februari. De koers die het roc-bestuur schetste: risicodragende activiteiten, zoals het inburgeringsonderwijs, zouden binnen afzienbare tijd moeten worden ondergebracht in een apart op te richten besloten vennootschap (bv). Zonder ‘dure’ arbeidsvoorwaarden valt harder te concurreren op de markt, is de gedachte.
Een grote opkomst en veel vragen van educatiemedewerkers een dag later tijdens een AOb-ledenbijeenkomst aan het Hofplein in Rotterdam. Hoe gaat die bv er dan uitzien? Wat betekent het voor medewerkers die naar de bv overgaan? En is het nog mogelijk dat het bestuur van de plannen afziet?
In december maakte Zadkine bekend ‘zwaar teleurgesteld’ te zijn over het mislopen van nieuwe opdrachten op de Rotterdamse inburgeringsmarkt. Zo’n negentig volledige banen zouden de komende twee jaar gevaar lopen, meldde staatssecretaris Marja van Bijsterveldt de Tweede Kamer, ondersteunende functies niet meegerekend. Ook het Rotterdamse roc Albeda haalde maar een beperkte hoeveelheid inburgeringswerk binnen. “Al hebben ze daar voorlopig nog extra werk op het gebied van taalkennis, dat ze van de gemeente hebben aangenomen”, zegt AOb-rayonbestuurder Jan Dijkstra.
De gemeente Rotterdam gunde het gros van de inburgeringscursussen aan een combinatie van private partijen, die zich sinds de landelijke invoering van de marktwerking in 2007 op de inburgering hebben gestort. Met het afschaffen van de verplichte winkelnering verloren roc’s werk en daarmee werkgelegenheid. Opstartproblemen bij de gemeenten en de ingewikkelde wetgeving speelden bovendien de eerste twee jaar alle aanbieders parten.
Heilloze weg
De cijfers spreken boekdelen. Bij Zadkine werd de educatieafdeling in 2005 volgens het jaarverslag al teruggebracht van 396 werktijdfactor (wtf, vergelijkbaar met voltijdbanen) naar 322 wtf. Eind 2009 stond de teller op 136 wtf, plus 32 ingehuurd. Een kleine nuance: in die daling weegt mee dat sommige educatiewerkzaamheden intussen bij andere organisatieonderdelen zijn ondergebracht.
Zadkine staat niet op zich. Bijna overal in het land zijn educatieafdelingen de afgelopen jaren stevig gekortwiekt. Vergelijkbare ontwikkelingen ziet AOb-rayonbestuurder Hans Patist bijvoorbeeld bij roc Mondriaan in Den Haag. “Er is ongeveer een derde over van de omvang die de educatieafdeling jaren terug had.” Ook bij roc’s in Amsterdam en Utrecht heeft de marktwerking haar sporen achtergelaten en is het einde nog niet in zicht. Vooral in de Randstad lijkt de trend zich voort te zetten. Deze ontwikkelingen stemmen Patist somber. “Alles, werkelijk alles, wordt uitgekleed. Het is haast een heilloze weg.”
Ook bij het Dordtse roc Da Vinci lopen ze tegen financiële tekorten aan bij educatie. Een kleine veertig van de tachtig voltijdbanen dreigen te verdwijnen als er op korte termijn niets verandert, voorspelt Patist. Overplaatsing van medewerkers naar andere afdelingen binnen het roc mag dan tot de mogelijkheden behoren, de hele situatie brengt flinke spanningen met zich mee.
Op de achtergrond doemt de vraag op wat er uiteindelijk zal overblijven van de samenvoeging van educatie met het middelbaar beroepsonderwijs in regionale opleidingencentra. Vier jaar geleden werd het jubileum nog gevierd met een boekje onder de titel ‘Tien jaar educatie’. Daarin stond te lezen dat educatie en mbo elkaar juist moeten zien te vinden: ‘Een en ander betekent dat ook binnen het roc ontschotting moet plaatsvinden. Om aan de maatschappelijke vraag te kunnen voldoen, zal intern tussen de beroepssectoren en educatie nauw moeten worden samengewerkt.’
Maar de praktijk laat een andere ontwikkeling zien: de bestuurlijke drang educatie juist te separeren van het roc. Al dan niet met de rug tegen de muur. Patist: “Je ziet dat roc’s aan alle kanten aan het zoeken zijn naar manieren om de educatie in stand te houden door het onder te brengen in stichtingen en andere constructies. Ten koste van de arbeidsvoorwaarden.”
Uitvoeringskosten
Een onderzoek van Regioplan, uitgevoerd in opdracht van de AOb, concludeert dat met de marktwerking de prijs van inburgeringswerk en de arbeidsvoorwaarden onder druk zijn komen te staan. Waar roc’s opdrachten hebben binnengehaald, staan daar vaak lage vergoedingen tegenover – anders was het werk naar commerciële partijen gegaan. Het aandeel vaste medewerkers is ingekrompen, de zogenoemde ‘flexibele schil’ van tijdelijke contracten wordt bij grote opdrachten uitgebreid.
Aan de andere kant van de streep staan de gemeenten. Daar gaat een aanzienlijk deel van het beschikbare budget op aan uitvoeringskosten, waaronder die van het ambtelijk apparaat dat de aanbestedingen moet regelen en de inburgering moet handhaven. Dat bleek eind vorig jaar uit een vergelijkend onderzoek over 2008 dat SGBO/BMC uitvoerde in de vier grootste gemeenten, plus Haarlem en Haarlemmermeer. In Rotterdam bestaat de totale kostprijs per inburgertraject van 7000 euro voor 37 procent uit uitvoeringslasten en andere gemeentelijke kosten. In Den Haag is dat 31 procent op een totaal van 6800 euro, in Utrecht ruim de helft van de 6900 euro. Haarlemmermeer en Haarlem komen beter uit de bus. SGBO houdt wel een slag om de arm: het betreft begrote bedragen en de verschillende cursussen laten zich niet altijd even makkelijk met elkaar vergelijken. Over de relatie tussen de kosten en de resultaten durven de onderzoekers zich niet uit te spreken. Het was vorig jaar nog te vroeg om voldoende zicht op de resultaten te hebben.
Hogere drempel
Een gedegen kosten-batenanalyse moet vooraf gemaakt worden, voordat het sein op groen gaat voor marktwerking. Dat is een van de ingrediënten van een advies dat de Sociaal-economische raad heeft opgesteld op verzoek van de Tweede Kamer. Wat is het publieke belang van meer marktwerking in een sector en wat zijn de maatschappelijke risico’s? Het advies, dat na het afronden van dit artikel formeel wordt ondertekend, eist bij die afweging bijzondere aandacht voor de positie van werknemers.
“Het advies van werkgevers en werknemers werpt een hogere drempel op voor de invoering van marktwerking”, constateert AOb-bestuurder Gerrit Stemerding. “Niet alleen op het gebied van de kwaliteit, maar ook van de arbeidsvoorwaarden. Als het advies wordt overgenomen, hebben we meer instrumenten in handen om op tijd bij te sturen. Wanneer na een toetsing blijkt dat niet aan afgesproken voorwaarden is voldaan, kan de marktwerking alsnog worden bijgesteld.”
Wat betekent dat voor het inburgeringsonderwijs, waar de markt drie jaar geleden zonder zo’n toets werd opengesteld? “De klok drie jaar terugdraaien kan niet. Maar de voorgenomen liberalisering van de rest van de educatiegelden kunnen we hiermee veel beter proberen te reguleren, of misschien helemaal voorkomen. In het verleden is er bewust gekozen voor een koppeling tussen educatie en het beroepsonderwijs. Daar ligt nog steeds de kracht van roc’s”, aldus Stemerding.