- blad nr 6
- 27-3-2010
- auteur T. van Haperen
- Column
De kwaliteit van kwantitatief succes
Althans, zo denk ik erover. Tot een vriend mij in het café het verhaal van Kees vertelt. Kees wordt door de kredietcrisis werkloos en begint voor zichzelf, hij wordt wandelcoach. Met zakenmensen wil hij tegen betaling de hei op, om ze daar al wandelend een spiegel voor te houden. Het gesprek in de rustige omgeving maakt de rem op de voortgang van carrière en bedrijf zichtbaar, waarna de coach al babbelend bijstuurt. Briljant idee, maar de startende wandelondernemer heeft één probleem: er zijn geen klanten. Een paar maanden later komt mijn vriend Kees weer tegen en vraagt naar de stand van zaken. Voor een lang antwoord is deze keer geen tijd, maar duidelijk is wel dat het fantastisch gaat. Kees heeft namelijk een roc gebeld. Sindsdien wandelt hij vijf dagen per week met groepen potentiële voortijdige uitvallers. Samen reflecteren ze op de toekomst en hun rol daarin.
“Ja”, roep ik verontwaardigd, “zo kan ik het ook. De bureaucratische burcht roc krijgt geld, doet niks en die leerlingen leren nog minder. En waarom Kees? Kunnen die kantoorridders niet een wandelingetje met ze maken?” Mijn vriend bestelt nog een keer en verklaart me tot een grijsgedraaide plaat die steeds vaker blijft hangen. Denk ik nou echt dat door een lullige overheidssubsidie die net-niet-uitvallers ineens Nederlands, Engels en wiskunde gaan leren? En ja, dit is vooruitgang, want zonder Kees hangen die jongens op straat, nu wandelen ze op de hei, daar zit de maatschappelijke winst. Ik pruttel nog wat over de verspilling van belastinggeld en liegen met statistieken, zoek steun voor mijn standpunt, maar krijg die niet. De conclusie luidt: het is fijn dat Kees zijn lek boven heeft.
Eenmaal thuis schenk ik nog een keer in en mijmer. De cafépraat gaat met me aan de haal. Visioenen van de BV Van Haperen Vooruit komen door. Leerstoornissen en lastig personeel, daar zit het gat in de markt… rennen met hyperactieven, biljarten met autisten, boksen met querulanten. Inderdaad, geen goed idee. Een leraar is eerst dienstbaar aan de kennis, dan aan het welzijn van de jeugd en nooit aan de winst van zijn onderneming. Precies daarom blijft één vraag overeind: de schooluitval loopt met tienduizenden per jaar terug, maar hoe zit het eigenlijk met de kwaliteit van dit kwantitatief succes?