• blad nr 5
  • 13-3-2010
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

11 tips 

Ziek kind in de klas

Een ernstig of chronisch ziek kind in je klas? Zorg dat je leerling zichtbaar blijft, letterlijk en figuurlijk. Elf tips.

Tekst Marieke Davidse

1. Neem je verantwoording
In de wet Ondersteuning onderwijs aan zieke leerlingen staat dat de school verantwoordelijk is voor het onderwijs aan zieke leerlingen, zowel in het ziekenhuis als thuis. Voor 1 augustus 1999 namen de ziekenhuisscholen de lesgevende taken over van de thuisschool van het kind. Momenteel beschikken alleen de academische ziekenhuizen in Nederland nog over een onderwijskundige voorziening, de educatieve voorziening. In de niet-academische ziekenhuizen vindt dus geen onderwijs plaats, tenzij de thuisschool het onderwijs verzorgt of zorgt voor een consulent van het onderwijsadviesbureau uit de regio. Ook als het kind thuis is en niet naar school kan, is de thuisschool dus verantwoordelijk voor het onderwijs. Een consulent van het adviesbureau of de educatieve voorziening kan de thuisschool ondersteunen en begeleiden, maar kan niet de verantwoording overnemen.

2. Trap niet in die valkuil
Scholen denken nog te vaak dat je chronisch zieke leerlingen beter kunt ontzien en niet moet vermoeien met onderwijs. Claudia Molier, consulentencoördinator van Ziezon (landelijk netwerk voor Ziek Zijn en Onderwijs) vindt: “Het klinkt tegenstrijdig om met onderwijs bezig te zijn als een leerling ernstig of langdurig ziek is. Maar juist voor deze kinderen speelt de school een zeer belangrijke rol. Op het moment dat een kind ziek wordt, verandert zijn hele wereld. Hij komt terecht in het ziekenhuis met nieuwe gezichten, medische onderzoeken en ingrepen. Daarbij komt de spanning, de onzekerheid en de angst voor wat komen gaat. School is voor het zieke kind een houvast met het vertrouwde leven van voor de ziekte. Het onderwijs doet een beroep op de sterke, gezonde kant van de leerling. Daarnaast bieden schooltaken afleiding en regelmaat en geven goede prestaties zelfvertrouwen.”

3. Zorg voor een protocol
Leendert Harteveld, inmiddels achttien jaar, kreeg in de tweede klas van de havo last van uitvalsverschijnselen in zijn rechterbeen. Diagnose: een hernia. Leendert lag maanden thuis in bed, lopen ging een beetje, zitten deed erg veel pijn. Hij had de pech dat hij op zijn school de eerste leerling was die langdurig niet naar school kon. Kaartjes kreeg hij genoeg, maar huiswerk kreeg hij druppelsgewijs via een vriendje. “Het was een rottijd”, herinnert Leendert zich, “ik voelde me in de steek gelaten en was bang dat ik het schooljaar over moest doen.” Uiteindelijk werd via de school een consulent van het onderwijsadviesbureau ingeschakeld. “Zij zocht uit welke lesstof we in ieder geval thuis moesten doornemen en kwam twee keer per week langs. Ik heb daardoor de toetsen toch gehaald en ben over gegaan.” Op de site van Ziezon kunnen scholen een voorbeeldprotocol downloaden: www.ziezon.nl, kies in menubalk: ‘Ziezon’, vervolgens: ‘Recht op onderwijs’.

4. Neem contact op met de consulent
Voor de leerkracht komt er een extra taak bij om de zieke leerling te begeleiden en te voorzien van onderwijs. Om jou te ontlasten en de leerling goed onderwijs te garanderen kun je een consulent van het onderwijsadviesbureau inschakelen. Hij begeleidt zowel de zieke leerling als de thuisschool. De onderwijsondersteunende taak van deze consulenten is vaak beperkt tot een paar uur per week voor iedere leerling. Als een kind in een academisch ziekenhuis is opgenomen kan een consulent van de educatieve voorziening via de ouders contact opnemen met de thuisschool. Aan de leerkracht is dan de taak deze consulent te voorzien van materialen waarmee hij met het kind aan de slag kan gaan, zodat de onderwijsachterstand beperkt blijft.

5. Vraag hulp
Houd er rekening mee dat de periode waarin een leerling ziek is, zeer intensief kan zijn, ook voor jou als leerkracht. Richt daarom een steungroep op waar de directeur en de intern begeleider in ieder geval deel van uitmaken en vraag steun bij je collega’s. Vaak is het mogelijk om een rugzakje aan te vragen.

6. Lever compacte leerstof
Omdat de beschikbare onderwijstijd in het ziekenhuis of thuis veel korter is dan op school moet ook de leerstof verkort of ingedikt worden in studiewijzers of handelingsplannen. “Spreek met elkaar heldere doelstellingen af. Communiceer en evalueer, dat voorkomt teleurstellingen”, weet Molier. “Denk niet: we doen het rustig aan. Kijk hoe je het niveau kunt behouden, daag het kind uit.” Silvia Klunder, consulentcoördinator educatieve voorziening in het Leids Universitair Medisch Centrum: “In het voortgezet onderwijs is het door de verschillende vakken en docenten, lastiger om het huiswerk te coördineren. Wie neemt deze taak op zich? Denk daar als school van te voren over na.”

7. Houd contact
Ieder kind wil meetellen, erbij horen en onderdeel van een groep zijn. Zorg voor een brievenbus in de klas en breng de inhoud elke week naar je afwezige leerling. Maak met elkaar een videoboodschap en stuur tussendoor sms’jes. Bedenk een groepsopdracht waaraan de zieke leerling ook meedoet. Laat in ieder geval regelmatig de kinderen in groepjes langsgaan en ga zelf ook op bezoek.

8. Stem af met ouders
Molier: “Wees niet bang om contact te zoeken. Besef dat elke vorm van betrokkenheid wordt gevoeld. De leerkracht kan in overleg met de ouders beslissen welke informatie verstrekt moet worden aan de klasgenoten en hun ouders. Vaak geven ouders van het zieke kind duidelijk aan wat ze willen, wat vertelt mag worden en in hoeverre ze daarbij zelf betrokken willen worden.”

9. Maak gebruik van aangepaste leermiddelen
Dankzij ict-mogelijkheden als bijvoorbeeld Digibeter en Webchair kunnen zieke leerlingen thuis of in het ziekenhuis de lessen op hun thuisschool bijwonen. De apparatuur kan door de consulent worden aangevraagd. Molier glimlacht: “De afwezige leerling – laten we haar Tessa noemen - zit thuis aan de knoppen en is levensgroot aanwezig in de klas. Het wordt snel gewoon. Ik hoorde laatst een leerling in de klas vragen: Mag Tessa naast mij zitten?”

10. Vergeet de broertjes en zusjes niet
Broertjes of zusjes van chronisch zieke kinderen krijgen vaak de vraag hoe het met hun broer of zus gaat. Vraag ook eens hoe het met hen gaat. Ze krijgen thuis wellicht minder aandacht, terwijl ze vaak meer aandacht nodig hebben.

11. Bereid de terugkeer voor
Bereid de leerlingen en de ouders voor op wat komen gaat, vertel wat de zieke leerling heeft meegemaakt, wat het kan en niet kan en of zijn uiterlijk veranderd is. Dit voorkomt onbegrip en verwarring. Klunder: “Wellicht kan de leerling na terugkeer een spreekbeurt houden over wat er in zijn leven is veranderd.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.