• blad nr 5
  • 13-3-2010
  • auteur N. van Dam 
  • Redactioneel

 

Elke juf wil de beste rekenles geven

“Alle kleuters willen de hoogste toren bouwen”, zegt een rekendeskundige. Zij gaat dat ook zeggen tegen de leerkrachten basisonderwijs die de AOb-rekenconferentie volgende maand bezoeken. Door het verrassend hoge aantal aanmeldingen lijkt het alsof elke juf en meester het beste rekenonderwijs wil geven.

In het scholingsaanbod van de AOb springt de rekenconferentie ‘Ze rekenen op ons’ eruit gezien het puur onderwijsinhoudelijke karakter. Josja Koelink, hoofdbestuurslid voor het basisonderwijs en dagvoorzitter van de conferentie: “Toch past deze conferentie helemaal bij de AOb, omdat wij een vakbond zijn die niet alleen over de arbeidsvoorwaarden gaat, wij hebben ook een onderwijsinhoudelijke doelstelling. Ook in dat opzicht willen we iets voor de leden doen.”
Van alle mogelijke onderwijsinhoudelijke onderwerpen is de keuze voor rekenen een vrij natuurlijke, want het onderwerp ‘rekenen’ gonst constant door het land. Onderzoekers en rekendeskundigen buitelen over elkaar heen. Koelink: “Het is een hot item. Landelijk is de overtuiging gegroeid dat het rekenniveau van de leerlingen niet helemaal zo is als het zou moeten zijn. En dan kom je automatisch terecht bij de leraren basisschool.” Zij constateert dat elders voor begeleiders en directies van alles georganiseerd wordt. “Maar voor de gewone leerkracht is er weinig.” Vandaar dat de AOb, samen met het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling SLO, de rekenconferentie heeft opgezet waar voor de leerkrachten van de groepen 1 tot en met 8 iets te halen valt in zowel praktische als theoretische workshops.
Voor beginners kan de conferentie ook nuttig zijn, denkt Koelink. “Beginnende leerkrachten kampen vaak met ordeproblemen. Die ontstaan ook doordat je zelf de stof niet goed meester bent, doordat je zelf niet goed een som kan uitleggen. Als je zorgt dat je als het ware boven de stof staat en je didactisch instrumentarium uitbreidt, heb je al de helft van je ordeproblemen opgelost.”
Enkele jaren had Koelink, tegenwoordig werkzaam op een school voor zeer moeilijk lerende kinderen, groep 8 op een reguliere basisschool. In die tijd had zij graag de workshop ‘Perspectief voor zwakke rekenaars in de bovenbouw’ van Bronja Versteeg gevolgd. “Elk jaar kreeg ik weer een paar leerlingen die qua niveau eigenlijk in groep 7 hoorden.” Zeker nu door passend onderwijs meer leerlingen die eerst naar het speciaal onderwijs gingen in gewone groepen zitten, worden leerkrachten vaker geconfronteerd met leerlingen die met rekenen niet meekomen.

Trucje
Rekenadviseur Versteeg werkt bij Giralis, een fusieorganisatie van enkele schooladvies- en begeleidingsdiensten. Haar workshop over zwakke rekenaars is speciaal voor leraren van de groepen 6, 7 en 8. “Tot en met groep 5, als het vooral om de basisvaardigheden gaat, kunnen de meeste leerlingen nog wel met de groep meekomen. Maar vanaf groep 6, als meer toepassingen gevraagd worden, kunnen grote niveauverschillen ontstaan, waardoor het gemiddelde van een hele groep naar beneden gaat afbuigen.”
Hardnekkige rekenproblemen kunnen diverse oorzaken hebben, stelt Versteeg. Voor sommigen ligt het tempo te hoog, voor anderen is de complexiteit te onoverzichtelijk en weer anderen beheersen de basisvaardigheden onvoldoende. “Een klassikale instructie gaat bij een aantal leerlingen gewoon over het hoofd heen. Of een kind raakt het zicht op het vraagstuk kwijt door grote getallen als 100 duizend of een miljoen. Een ander kan zich niets voorstellen bij het vermenigvuldigen van breuken. Dan hebben ze het trucje wel ooit geleerd, maar zijn het na twee weken weer vergeten.”
Onder het motto ‘minder maar wel beter’ zal Versteeg in de workshop uiteen zetten hoe de zwakke rekenaars door concentratie op de fundamentele doelen betere resultaten kunnen bereiken. “Doordat ze geen tijd meer hoeven te besteden aan de streefdoelen, blijft er meer tijd voor de basisvaardigheden en het oefenen daarvan, terwijl je hen ook laat kennismaken met typische bovenbouwelementen als breuken, procenten en verhoudingen.”
Volgens Versteeg vergt dit nogal wat van de leerkracht en ziet de inspectie er streng op toe dat alleen de echt zwakke rekenaars de streefdoelen mogen laten schieten. “Essentieel blijft dat je uit een leerling moet halen wat erin zit, de fundamentele doelen zijn niet per definitie het einddoel.”

Kleuters
‘Wiskunde en rekenen met kleuters’ heet de workshop van Marije Bakker van CPS onderwijsontwikkeling en advies, bestemd voor leerkrachten van groep 1, 2 en 3. Alleen al om de titel zullen de aanhangers van het kleuteronderwijs waarin spelen voorop staat, geen fan zijn van dit onderwerp. “Het zou juist zo mooi zijn als zij zouden zien dat het helemaal niet om schools rekenen gaat, maar om op speelse wijze de voorbereidingen voor tellen, getalbegrip en meten te ontdekken.”
Nu is de overgang vaak te abrupt tussen het groep 2 en groep 3, betoogt Bakker. Zij ziet liever een doorlopende leerlijn met gevarieerde inhoud. “Het gaat om meer dan hameren op begrippen als klein, kleiner, kleinst, of groot, groter, grootst. Het kan zoveel uitdagender.”
In verband met hoog, hoger, hoogst laat Bakker bijvoorbeeld twee groepjes in verschillende ruimten een toren bouwen. “Iedere kleuter wil graag de hoogste toren bouwen, maar als torens niet naast elkaar staan, moeten ze iets verzinnen om te weten wat de hoogste is. Dat kan door blokken te tellen, maar ook door afmeten aan de eigen lichaamslengte en natuurlijk ook door een soort meetlint te gebruiken. Als je kleuters uitdaagt om manieren te bedenken, komen ze daar vanzelf op. En voor de kleuter die er zelf niet op komt, heeft een goede leerkracht al een bolletje wol bij de hand om te meten.”
Het laatste vindt zij van belang: “Het zijn allemaal eenvoudige ideeën, te realiseren met materialen die in elke kleutergroep voorhanden zijn. Eigenlijk wil ik vooral laten zien hoe leerkrachten vanuit een doordacht rekenprobleem gericht aan rekendoelen kunnen werken.”

{noot}
‘Ze rekenen op ons’ wordt op woensdag 7 april 2010 in de Reehorst in Ede georganiseerd. Voor programma en aanmelding zie www.aob.nl

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.