• blad nr 5
  • 13-3-2010
  • auteur R. Wisman 
  • Mijn leerling & ik

 

Maarten & Josje

Maartens’ plezier in lezen valt docent Nederlands Josje Hamel vanaf de brugklas direct op. Hij ontwikkelt zich dusdanig dat haar collega na het mondeling examen verbijsterd uitroept. “Maar Josje, dit is academisch niveau!”

In de brugklas van het Wessel Gansfortcollege in Groningen blijft zijn leesautobiografie niet onopgemerkt. In dat van de meeste jongens staat ‘ik lees nooit’ of ‘hooguit de Donald Duck’.
Maarten schrijft dat er bij hem thuis met veel plezier veel wordt gelezen. En dat hij zelf het liefst wegduikt in spannende, absurdistische boeken van Stephen King, Dean Koontz of in de magische wereld van Tolkiens’ Lord of the rings. Nederlandse boeken vindt hij maar niks. “Ik houd van absurd realistische boeken. Geen sterk genre in de Nederlandse literatuur”, zegt hij.
Na de mavo komt hij in havo-4 weer bij Josje in de klas. “Ik had het gevoel dat jij op de havo meer op je plek was”, zegt ze tegen haar oud-leerling. “Als je van lezen houdt, ben je op de mavo algauw een buitenbeentje. Trouwens: je viel ook al op vanwege je voorkeur voor metal muziek.”
Maarten beaamt dat, hoewel hij gelukkig nooit ‘last’ had van zijn imago. “Ik had ook zo’n jasje met buttons en emblemen”, zegt hij een beetje gegeneerd. “Ik heb het nog steeds, maar ik draag het niet meer”, lacht hij.

Kader Abdolah
Met de verplichte literatuurlijst kan Maarten de Nederlandse auteurs niet langer uit de weg gaan. Hij kiest echter zijn eigen weg. Josje noemt het ‘geen toeval’ dat hij twee boeken van de Iraniër Kader Abdolah voor zijn lijst leest. “Het enthousiasme waarmee hij over Spijkerschrift schrijft, zorgt ervoor dat ik het boek ook wil lezen”, bekent ze.
Ook leest hij bijvoorbeeld Red ons, Maria Montanelli van Herman Koch en Het reservaat van Ward Ruyslinck. Zijn veelgeprezen Wierook en tranen en Tim Krabbé’s Gouden ei leest hij bewust niet voor zijn lijst. Maarten: “Ik wilde geen boek dat iedereen al gelezen had.” Met een paar medeleerlingen, want dat was een opdracht, leest hij Het zwarte licht van Harry Mülisch. “Verrassend mooi”, zegt hij.
Josje: “Dat boek past ook in die kleine stroming van absurdistische boeken.” Tegen Maarten: “Heb je ook Het gevaar gelezen van Jos Vandeloo? Nee? Dat zou je vast waarderen.”
Aan het eind van havo-5 schrijft Maarten in een verslag dat hij leerde dat ‘Nederland best veel toffe schrijvers heeft’.
Tijdens het mondeling examen bespreken ze de verschillende manieren waarop de personages in zijn boeken met problemen omgaan. “Je legde verbanden tussen de personages in verschillende boeken en zette de boeken tegen elkaar af. Zo gaf jij ongevraagd een hele serie verschillen en overeenkomsten tussen de vader-zoonrelaties in de boeken Spijkerschrift en Terug naar Oegstgeest”, speecht Josje tijdens de diploma-uitreiking. “Met andere leerlingen is het mondeling meestal een vraag-antwoordoefening. Met Maarten ontstond een literair gesprek.” Hij krijgt een 10. Samen met de collega die bij het examen was, concludeert Josje dat Maartens’ abstractieniveau uitstijgt boven het havo-5 gemiddelde. “Josje, dit is academisch niveau”, roept de collega uit.

Zonnebloem
Ook dat komt in de speech terug, en dat was erg leuk om te horen, weet Maarten nog. Hij herinnert zich ook nog de zonnebloem die Josje hem overhandigde ‘op een zonnige toekomst’.
Naast zijn universitaire studie geschiedenis sluit hij zich aan bij het literair dispuut Flanor. Als lid van het bestuur organiseert hij al jaren literaire bijeenkomsten. Hij nodigt schrijvers uit en regelt de promotionele activiteiten. Als hij afgestudeerd is, hoopt hij er zijn werk van te maken.
Zijn oud-docent Josje is zeker een stimulans geweest in zijn keuzes tot nu toe, zegt hij. “Ik vond het leuk om met haar over literatuur te praten. De lessen waren interessant en we wisselden boeken uit.”
Josje: “Maarten kon – zeker voor zijn leeftijd - goed praten over literatuur. Hij wist een boek in historisch perspectief te plaatsen en herkende literaire waarden.”
Wat Josje vooral bij zal blijven is het enthousiasme waarmee hij sprak over de boeken. “Daaraan merkte ik dat hij van het lezen genoot.” In één van zijn laatste verslagen schrijft hij: ‘Ik lees want ik leef.’
Sinds 2008 houdt Maarten zijn ‘leesontwikkeling’ bij, zegt hij. “Een paar boeken per week lees ik wel weg.” In het genoemde jaar las hij er meer dan honderd. “Ik heb nu een zwak voor Oost-Europese schrijvers. Josje, die naast haar werk (nu als trainer en consultant voor APS) een gezin met vier kinderen heeft, redt dat niet. Maar ze leest zoveel mogelijk. Nu bijvoorbeeld gedichten van Antjie Krog. Maarten kent het werk.
In koor: “Mooi hè?”
Josje: “En ken jij ook Ingrid Jonker?”
Weer in koor – richting de interviewer die de wenkbrauwen fronst: “Zuid-Afrikaans.”
Josje: “En Gert Vlok Nel ken je dan natuurlijk ook. Poëzie op muziek. Vind je niet?”
De bel verbreekt abrupt het gesprek: de fotograaf is er.
Maarten is zichtbaar teleurgesteld. Tegen Josje: “Ik heb je boekenkast nog helemaal niet gezien.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.