- blad nr 16
- 17-10-2009
- auteur . Overige
- Opinie
Nakijken, het ontkende probleem
Tekst ir. K. van der Torren
Als we de moraal even terzijde laten, kunnen we constateren dat het voor de jongeren bijzonder ondankbaar is om zich in te spannen voor het maken van oefeningetjes die niemand ziet. Eveneens is het nuttig om te constateren dat de zwaarte van de docententaak niet meer ruimte geeft dan het nakijken van de proefwerken voor de drie rapporten met kerst, pasen en overgang.
In plaats van hoofdschudden en mopperen dient het probleem gesteld te worden hoe we binnen het klassikale onderwijs en binnen de kosten die we met elkaar voor het onderwijs kunnen opbrengen, toch het dagelijkse zien en de dagelijkse waardering van gemaakte oefeningetjes voor elkaar kunnen krijgen.
Heel veel leerlingjaren gaan er nu verloren door leerlingen die wel in het klaslokaal zitten maar niet actief bezig zijn. Hoeveel frustraties en onvrede brengt dat met zich mee voor die leerlingen zelf! Om over de docenten maar niet te spreken, die in dat rommelige onderwijs orde moeten houden. Je moet er niet aan denken wat die voor de leerlingen verloren leerjaren en wat de uitval van overbelaste en afgekeurde docenten allemaal voor kosten voor de gemeenschap met zich mee brengen.
Praatlessen
De problemen zijn heel goed aan te pakken. De eerste voorwaarde is wel om die te onderkennen en er niet omheen te draaien. We zijn eraan toe om op een andere manier over onderwijs te denken. Meer bedrijfsmatig en minder moraliserend. Er dient gericht gewerkt te worden aan besparing op arbeid en belasting van de docenten. De arbeid en inspanning van de docenten dienen veel doeltreffender te worden ingezet.
Er zijn ontwikkelingen die een vanzelfsprekend deel van onze samenleving zijn, maar die aan het onderwijs volledig zijn voorbijgegaan.
-Voor allerlei examenvormen binnen en buiten het reguliere onderwijs worden zorgvuldig opgaven geformuleerd, die één vast antwoord hebben. Daarmee kan een behoorlijk deel van de leerstof met vragen gedekt worden, zonder dat nakijkarbeid nodig is. Dergelijke opgaven kunnen ook heel gericht opgesteld worden voor het dagelijkse oefenen. Het opstellen van dergelijke opgaven is van de afzonderlijke docenten niet te verlangen. Daar zijn zeer intensieve arbeid, inspanning en creativiteit voor nodig. Dat wordt helaas algemeen gebagatelliseerd. Opgaven opstellen is zelfs veel bewerkelijker dan het formuleren van de betreffende praatlessen.
-Alle vormen van theaterproducties kunnen eenmalig vastgelegd worden en kunnen steeds weer worden gereproduceerd. Dat kan ook met de praatlessen. Zonder contactverlies met leerlingen kan een deel van de praatlessen daarmee heel goed afgewisseld worden. Een dergelijke les kan voorzien worden van eenduidige opgaven over die stof. Door deze direct na die les op de leerlingen af te vuren, worden ze ertoe gebracht goed op te letten bij die vorm van presentatie.
-Geschreven letters en cijfers kunnen gescand worden. In het zakenleven wordt daar uitgebreid en werkbesparend gebruik van gemaakt. Het klassikale onderwijs is er dringend aan toe om daar ten behoeve van het nakijken gebruik van te maken. Dat dient ontwikkeld te worden voor het onderwijs.
-Bij de vele schriftelijke cursussen van particuliere instituten wordt de hele cursus met opgaven al van tevoren vastgelegd. Daar is het nakijken van gemaakte oefenopgaven een apart gekwantificeerde activiteit. Het is van essentieel belang om in die richting te gaan denken en werken bij het door de overheid betaalde onderwijs.
Grootste kluns
Het invoeren van al deze facetten is in redelijkheid niet te eisen van de afzonderlijke docenten. De huidige steun op gebied van de instructie gaat niet verder gaat dan het aanleveren van leerboeken. Dat is niet meer van deze tijd.
Een gezamenlijke aanpak is buiten ons land wel degelijk aanwezig. De bekende columnist Leo Prick schreef naar aanleiding van een ervaring in de Verenigde Staten: ‘De grootste kluns kan daardoor nog goed onderwijs geven.’ Dat is misschien wat onaardig gezegd. Maar voor de leerlingen komt het er op neer dat ook als de docent wat minder ervaring en kennis heeft, hij toch voor redelijk onderwijs kan zorgen. Voor de docenten zelf zal een gerichte steun op het gebied van de instructie hun taak ongetwijfeld minder belastend maken.
Het ligt voor de hand om op korte termijn per leervak een docent op landelijk niveau aan te stellen die de voorbereiding en coördinatie krachtig aanpakt.
Alle onderwijsdiscussies hebben wat krampachtigs. Het hele onderwijsbeleid, de onderwijskunde en in feite alle onderwijsdenken bestaat uit het kijken vanaf de zijlijn naar wat de leraren doen. En vandaar wordt ook verteld hoe zij het moeten doen en wat zij allemaal verkeerd doen.
Maar ook het onderricht is een vorm van productie. Evenals in het bedrijfsleven is arbeidsvoorbereiding en arbeidsbesparing daar heel goed op toe te passen. Als de docenten niet meer alles alleen hoeven te doen, zal dat de aandacht voor de individuele leerling alleen maar ten goede komen.
De rijksoverheid moet er vanaf om krampachtig vast te houden aan de schadelijke fictie dat het onderwijs uitsluitend door de docenten moet worden opgebracht. Zeker in deze tijd van recessie, waarbij met hetzelfde of minder geld aan meer leerlingen goed onderwijs gegeven moet worden.
Scannen
Voor het bedrijfsleven liggen er zowel taken als mogelijkheden. Gebruiksklare instructiepakketten kunnen aangeboden worden aan de scholen en instellingen. Voor bedrijven en wellicht jonge starters is het wellicht een gat in de markt om het scannen van geschreven schrift toepasbaar en bruikbaar te maken voor het klassikale onderwijs.
Voor de overkoepelende organisaties van de bedrijven is het bevorderen van doeltreffend onderwijs van groot belang voor hun personeelsvoorziening. Meer specifiek is daarbij het voorbereiden en uitwerken van alle vakopleidingen van laag tot hoog.
Bij de besproken aanpak en het vastleggen van instructie krijgen de werkomstandigheden van docenten een andere dimensie. Door de faciliteiten op gebied van regelmatig nakijken, worden de leerlingen constant aan het werk gehouden. Dat alleen al maakt dat het orde houden zijn scherpe kanten verliest en wellicht geen punt meer is.
Nakijken van de dagelijkse oefeningen is noodzakelijk voor goed en verantwoord onderwijs. De afzonderlijke docenten kunnen we er echt niet mee opzadelen. Bij een goed doordachte organisatie en aanpak kunnen zij er zeker heel goed mee werken.
Ir. K. van der Torren is oud-leraar hoger technisch onderwijs