- blad nr 16
- 17-10-2009
- auteur . Lachesis
- Column
Armpje (het vervolg)
Ik kende meer mensen die nooit een Karel hoopten te worden. Zo heb ik aan oud-collega Wilma nooit zo’n armpje zien hangen. Integendeel. Ze organiseerde het ene na het andere project op haar school en voerde regelmatige vernieuwingen door. Onlangs kwam ik haar na jaren weer tegen. Ik heb het he-le-maal gehad, zuchtte ze, nu zijn ze weer van plan om het werkplekleren in te voeren op mijn school. Getverderrie. Slavenarbeid is het. Gemaksmanagement. Die arme studenten worden zomaar voor de leeuwen gegooid en dan heb ik het nog niet eens over het Teamonderwijs Op Maat dat met de snelheid van het licht wordt ingevoerd. Ik kan echt niet wachten tot ik kan stoppen. Volgend jaar houd ik ermee op. Het is nog wel niet mijn tijd en het kost me handenvol geld maar ik houd het niet langer vol. Vermoeid slofte Wilma verder. Ik was nog maar amper van mijn verbazing bekomen of ik liep tegen Harry aan. Na twee intensieve en enthousiaste directeurschappen op een basisschool was de pijp plotseling leeg, vertelde hij. Ik moet nog anderhalf jaar en loop nu in de ziektewet, ik hoop maar dat ik de eindstreep op deze wijze haal. Ook Harry zag er doodmoe uit. Is het dan toch waar? Eindigt iedere onderwijzer zo? Komt er onverbiddelijk een moment waarop je niets meer te geven hebt en alleen nog maar droomt over een huis in Spanje, een fietstocht in Drenthe en tijd voor de kleinkinderen of de moestuin? Is het een gegeven dat er vroeg of laat bij iedere leerkracht zo’n eng armpje tevoorschijn komt?
Ik wist het wel bijna zeker toen Janny belde. Ik ken Janny niet anders dan als een hardwerkende, gemotiveerde lerares die vorig jaar, naast haar volledige baan, haar masters haalde. Weet je wat het is, zei ze, er komt een moment waarop je denkt: ik doe dit werk nu al zo lang, er lijkt gewoon geen eind aan te komen. Is er nou niets anders in dit leven dan zo’n schoolgebouw? Vanaf mijn vierde levensjaar loop ik er al in rond. Ik zou zo graag eens iets anders willen. Iets nieuws. In gedachten zie ik Janny zitten. In de stoel bij de haard met een vermoeid hoofd en een armpje over de leuning. Een zwaaiend armpje. Zelf voel ik tijdens het gesprek met haar ook iets achter mijn stoel bewegen. Ik heb niet gekeken. Ik wil niet weten wat het is. Nooit! Ik heb het mezelf beloofd.