• blad nr 16
  • 17-10-2009
  • auteur E. Helder 
  • Column

 

Aambeien en wratjes

“Wakker worden!”, roept mijn collega om de hoek van de deur. ”Klas 2C staat op jou te wachten.” Ik kijk geschokt op. Dat kan niet! 2C heb ik niet en bovendien heb ik een tussenuur. Langzaam hijs ik mezelf omhoog uit de stoel en werp een blik op het rooster. Mijn collega heeft gelijk, ik moet inderdaad invallen. In één minuut tijd moet ik omschakelen van tussenuur naar huiswerkuur. Van rust naar hectiek. Van niets naar een stelletje ongeregeld.
Tussen het gezelschap herken ik twee meiden die mij regelmatig opvallen in de wandelgangen: Noah en Sophie. Ze zwieren arm in arm door de school, op zoek naar aandacht van het mannelijke geslacht. Je hoort ze overdreven praten en lachen, in de hoop dat de jonge adonissen hen zullen adoreren. Bij binnenkomst staan de meiden innig gearmd op mij te wachten. Noah begroet mij met een overdreven: “Haaai! U bent wel een beetje laat, maar we vergeven het u.” De brutaliteit straalt haar ogen uit. Als ik haar opmerking bewust negeer, zegt ze bijna onverstaanbaar tegen Sophie: “Die vrouw heeft een vrolijke shot nodig.”
De leerlingen hebben naar eigen zeggen veel huiswerk voor wiskunde. Na tien minuten hoor ik steeds vaker: “Mevrouw, ik heb het af. Wat moet ik nu doen?” “Werk maar even vooruit, daar zal meneer Willemsen straks vast blij mee zijn”, zeg ik overtuigend. Geen gestructureerde lesplanning op het bord waar ik op terug kan vallen. Geen klassikale uitleg of nakijkwerk waardoor ik de rust kan laten weerkeren. Het computerlokaal is bezet, de dvd-speler is stuk en mijn creatieve brein denkt nog steeds dat ik een tussenuur heb. “Mevrouw, ik snap het niet”, hoor ik vanuit verschillende hoeken van het lokaal. “Wat is de stelling van Pythagoras?” Tja, als ik dat eens wist, dan zou ik die stelling eindeloos uitleggen. Dat zit er niet in vandaag. Dus zeg ik: “Hebben jullie geen leukere vragen?”
Noah steekt haar vinger op, want ze heeft een leuke vraag. “Mevrouw, heeft u wel eens aambeien gehad?” Plotsklaps is het stil in de klas. Tussen mijn wenkbrauwen voel ik een diepe frons samentrekken. Ik denk niet zozeer na over het feit of ik wel of geen aambeien heb gehad, maar meer over hoe ik me uit deze situatie ga kletsen. De blosjes op mijn wangen worden groter en groter. Net als ik wil gaan stotteren, redt een van de meisjes mij van het ongemakkelijke moment. “Mevrouw, u heeft toch wel eens aardbeien gehad?” “Oh, aardbeien”, zeg ik opgelucht, “ja natuurlijk heb ik die wel eens gehad.” Ik lach als een boer met kiespijn, de meiden gieren het uit.
Het jaar erop staat 3C op mijn lesrooster, de 2C van vorig jaar. Onze eerste kennismaking was niet daverend te noemen. Dat moet beter. Tijd voor een herkansing. De eerste les na de zomervakantie verloopt gesmeerd dankzij een strakke lesplanning. Noah en Sophie missen wat sensatie in de les. Daar zorgen ze zelf wel even voor. Zo onopvallend mogelijk beginnen ze met elkaar te smoezen. Na wat gediscussieer kijken ze elkaar eensgezind aan en richten zich tot mij. Noah steekt haar vinger op. “Mevrouw, heeft u wel eens wratjes gehad?” De meiden kijken mij vol spanning aan. Zal ze het deze keer wel redden? Eindelijk zeg ik: “Ja hoor, die heb ik wel eens gehad. Het liefst met veel saté en mayonaise.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.