- blad nr 15
- 3-10-2009
- auteur J. van Aken
- Redactioneel
Levensbeschouwing op de Haagse Nutsscholen
Kennismaken met rare snuiters en snijbonen
De kinderen in groep 5 van de Nutsschool Woonstede in Den Haag heten Aya en Samira, maar ook Daan en Dylan. Ze komen uit landen als Pakistan, Egypte, Nederland, Turkije en Marokko. Voor hen op de grond liggen foto’s. Op één daarvan zitten mensen te kaarten, een andere toont een leerkracht die twee allochtone jongens wat uitlegt en een derde laat een oude man met scootmobiel zien.
“Zijn al die mensen hetzelfde”, vraagt Yvette Witmaar, docent humanistisch vormingsonderwijs (hvo). “Nee, sommigen zijn jong, anderen oud of ze komen uit een andere cultuur”, reageert een van de leerlingen.
Deze multiculturele school in een Haagse achterstandswijk neemt samen met zes andere Nutsscholen deel aan het project ‘Hoop’. Het is voor de scholen een nieuwe vorm van levensbeschouwelijk onderwijs, waarbij externe hvo-docenten de lessen geven. “Het doel is om begrip te kweken tussen kinderen uit verschillende culturen met verschillende geloven”, vertelt Mieke Hopmans, algemeen directeur van de Haagse Nutsscholen. “Om in een multiculturele samenleving begrip voor elkaar op te kunnen brengen, is kennis nodig over de verschillende godsdiensten. Daarnaast willen wij de leerlingen de ruimte bieden hun eigen culturele identiteit te ontdekken, hun eigen mening te vormen en te leren debatteren met een open geest.”
Een foto in het bijzonder leidt tot een interessant debat tussen de leerlingen. Op de foto leunt een allochtone jongen stoer in de camera kijkend over zijn autoportier, een autochtone jongen steunt op de motorkap. “Ze zijn vervelend aan het doen”, weet een meisje. “Het zijn criminelen”, beweert een jongen stellig. “Hoe weet je dat”, vraagt docent Witmaar. Het verrassende antwoord: “Omdat ze verschillende kleren aan hebben.” Witmaar schiet in de lach en vraagt Modi, die een oranje trui aan heeft, of hij voor dat kledingstuk heeft gekozen omdat hij voor het Nederlands elftal is. “Nee hoor”, zegt de jongen van Egyptische afkomst. Hoe je kleding eruitziet, bepaalt niet of je een crimineel bent, maakt Witmaar haar klas duidelijk.
Identiteit
Na de les vertelt ze dat ze het de afgelopen tijd met de kinderen gehad heeft over het hindoeïsme, het jodendom, de islam en het christendom. “Kinderen vinden het ontzettend leuk om over de manier van leven van anderen te horen”, zegt Witmaar.
Basisschoolleerlingen hebben een vanzelfsprekende interesse voor alles wat anders is, volgens algemeen directeur Hopmans. “Op basis van die openheid en leergierigheid kan nog heel wat begrip en verdraagzaamheid worden gekweekt. Hopelijk komen ze in de vierde klas van het voortgezet onderwijs dan niet tegenover elkaar te staan”, zegt ze.
De keuze viel op humanistisch vormingsonderwijs omdat het goed past bij de Nutsscholen die een algemeen bijzondere status hebben en aan geloof noch overheid verbonden willen zijn. “Het hvo staat het dichtst bij onze visie. We wilden de kinderen niet leren wát ze moesten denken, maar dát ze moesten denken.”
Dat sluit goed aan bij het idee van Witmaar over hvo. “Humanistisch vormingsonderwijs richt zich op het stimuleren van de identiteit van mensen en heeft aandacht voor de morele ontwikkeling van kinderen”, vertelt ze.
Tijdens deze les wil Witmaar de kinderen laten nadenken over wat mensen gemeenschappelijk willen en wensen om een goed leven te leiden. Daartoe leest ze met de leerlingen de tekst Rare snijbonen. ‘Je hebt vrolijke en ernstige en stille en drukke mensen. Sommigen zijn driftig of humeurig, anderen zijn altijd lief en geduldig. (..) Toch kunnen al die rare snuiters en snijbonen heel aardig met elkaar samenleven. Hoe doen ze dat?’
De leerlingen maken vervolgens een lijstje van wat iedereen wil en wat sommige mensen willen. Aya zegt: “Sommigen willen dood, zoals met Koninginnedag.”
Samira denkt dat iedereen geen oorlog wil. “Zou iedereen dat willen”, vraagt Witmaar. “Nee, sommigen willen een land beschadigen of het groter maken”, zegt een jongen. Anil heeft een wat persoonlijker gedachte. Hij denkt dat iedereen wil blijven groeien.
Directeur Hopmans wil graag door met het project, mits ze de financiën kan vinden. De Nutsscholen vallen niet onder het openbaar onderwijs en daarom komen ze niet in aanmerking voor de bekostiging van hvo-docenten (zie kader). Door het project zijn kinderen uit verschillende culturen nader tot elkaar gekomen, denkt Hopmans. “Kinderen met een katholieke, protestants-christelijke, islamitische, joodse of hindoeïstische achtergrond vertelden elkaar over hun manier van leven. Hoe gaat het bij je vriendje thuis? Waarom straffen ze daar anders en waarom gaan ze anders om met jongens en meisjes? Het laat hen zien dat we misschien wel anders doen, maar dat we in ons diepste wezen niet zo anders zijn.”
{kader}
Humanistisch vormingsonderwijs
Het humanistisch vormingsonderwijs (hvo) viert dit jaar zijn veertigjarig bestaan. De inspiratiebron van het hvo verschilt van het godsdienstonderwijs, doordat het niet gebaseerd is op heilige teksten, zoals de Koran of Bijbel, maar op de eigen kracht en universele rechten van mens.
“Het is ervaringsonderwijs”, zegt Nico Stuij, directeur van de Stichting HVO. “Het gaat erom keuzes te leren maken, verantwoordelijkheid te nemen, jezelf en anderen te leren respecteren. Het doel is leerlingen helpen hun eigen levensfilosofie te ontwikkelen.”
Ouders kunnen volgens de Wet op het primair onderwijs een openbare basisschool vragen om godsdienstonderwijs (gvo) of humanistisch vormingsonderwijs voor hun kinderen. Wettelijk moeten openbare scholen op verzoek 120 uur per jaar inruimen voor hvo en gvo, in de praktijk is het echter eerder 40 uur. De lessen worden gegeven door docenten die verbonden zijn aan kerken, moskeeën en humanistische organisaties. Zo’n 250 hvo-docenten werken veelal parttime op openbare scholen. Uit een onderzoek vier jaar geleden bleek dat de helft van de openbare scholen gvo of hvo aanbiedt, zo’n 4000 groepen kinderen volgen de lessen.
Met ingang van dit schooljaar stelt de rijksoverheid 10 miljoen euro per jaar beschikbaar voor gvo en hvo. Docenten humanistisch vormingsonderwijs worden daarmee officieel vakdocenten die onder de Wet beroepen in het onderwijs vallen. Tot dusverre was het hvo volstrekt afhankelijk van subsidies van gemeenten. “De docenten waren kleine freelancers die een of twee dagen lesgaven naast een andere baan. Ze ontvingen nog niet de helft van het salaris van een groepsleerkracht”, zegt Stuij. Daardoor is er een tekort aan hvo-docenten.
Voor Stuij is het de vraag of ze nu meer mensen kunnen interesseren voor de bachelor- en masteropleiding docent-hvo van de Stichting HVO. Met een diploma van een lerarenopleiding kan de opleiding verkort worden gevolgd. Anderen wacht een deeltijdopleiding van vijf jaar.
Meer informatie: www.hvo.nl