• blad nr 15
  • 3-10-2009
  • auteur . Lachesis 
  • Column

 

Alfajongetjes

Eigenlijk zou een slagbalwedstrijd niet langer dan twintig minuten moeten duren. Daarna sta ik niet meer in voor de beslissingen die ik neem. Was Imre nou in? Liep Bas niet zojuist stiekem terug naar zijn vorige honk toen de bal werd gebrand? In de houding van mijn leerlingen is de frustratie over mijn afnemende alertheid zichtbaar, maar ze hoeden zich er wel voor om mij dat te melden. Een van de regels is immers dat niemand zich met de beslissingen van de scheidsrechter bemoeit. Op straffe van. Dus staan ze zich te verbijten of mompelen ze achter hun hand iets onvriendelijks over mijn arbitraire vermogens. Ook in het kiezen van de partijen valt mij het een en ander te verwijten. Leerlingen weten namelijk zelf veel beter hoe het met de onderlinge krachtsverhoudingen gesteld is. Maar als ik hen laat kiezen breekt mijn hart. En niet alleen het mijne. Er zijn altijd kinderen die nooit gekozen worden vanwege te sloom of te onpopulair. Het vooraf verbieden van zulke praktijken, maakt de zaak alleen maar erger. Dan verdwijnt het enthousiasme van de partijenkiezers precies in het midden van de selectieprocedure als sneeuw voor de zon. Ilona dan maar, zucht de een. Dan neem ik Tim wel, zucht de ander. Om vervolgens weer met nieuw elan de procedure te vervolgen. Dus kies ik zelf. Maar dat kan ik niet. Althans volgens de jongens. Want als er een ding duidelijk is bij een spel als slagbal, dan is het wel dat het een jongensspel is. Of liever: een spel van alfajongetjes. Zij zijn degenen die kunnen slaan, vangen, branden en home-runs lopen. Dit jaar zitten er wel twee keer zoveel meisjes als jongens bij mij in de klas, maar dat maakt voor het zelfvertrouwen van deze knapen niets uit. Meisjes zijn ballast. Ze lopen in de weg als een alfajongetje een bal wil vangen, ze slaan hopeloze boogballetjes die juichend door alfajongetjes worden gevangen, ze kunnen niet branden en ze mogen het ook niet leren. Laat mij maar, verordonneert een mannelijke veldspeler terwijl hij met de borst vooruit aan komt lopen zo gauw een meisje tweemaal een slecht aangegooide bal niet op tijd heeft kunnen branden. Terrrrug, brul ik uit alle macht. Ja maar, ze kan het niet, dat ziet u toch, antwoordt zo’n jongetje dan verontwaardigd. Hoofdschuddend neemt hij zijn plaats op het veld weer in. Zo’n juf snapt niks. Maar ja, wat wil je ook. Ze is ook een meisje. Een oud meisje weliswaar, maar dat maakt niet uit. Het dieptepunt van een slagbalwedstrijd ontstaat vaak aan het eind. De partijen gaan gelijk op, de veldpartij heeft nog maar één uitje of vangbal nodig om te kunnen wisselen en er is een meisje aan slag. Denk eraan, grom ik van tevoren, ze doet wat ze kan en als ik iemand kritiek hoor leveren of ongepast zie juichen als het niet goed gaat, dan stop ik meteen. En daar staat zo’n zielenpoot dan. Alle ogen op haar gericht. Bal hoog de lucht in, woeste uithaal. Mis. Het is geen tennis lieverd, zeg ik, probeer de bal eens direct uit je hand te slaan. Hard gelach. Te hard. Wat had ik gezegd, brul ik. Ja maar, u maakt zelf een grap. Poging twee. Bal wordt geraakt, maar vliegt achter mij langs. Uit, roep ik. Het arme kind is echter zo blij dat ze de bal geraakt heeft dat ze een woeste sprint getrokken heeft. Haar leven hangt hier van af. Althans op korte termijn. Uit, uit, schreeuwt de hele klas. Ergens tussen het tweede en het derde honk dringt de mededeling eindelijk tot haar door. Mismoedig loopt ze terug. Dan slaat ze voor de derde keer. Het is een mooie bal. In een mooie boog geslagen. Hij wordt gevangen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.