- blad nr 15
- 3-10-2009
- auteur Y. van de Meent
- Redactioneel
Besturen tonen ‘lef’ na risicoanalyse
De super-de-luxe school
“Ik ben hartstikke trots op mijn school”, zegt Jenny Vijgenboom, adjunct-directeur van openbare basisschool de Catamaran in Capelle aan den IJssel. De school staat in de enigszins verpauperde woonwijk Schollevaar, die eind jaren zeventig in een sneltreinvaart uit de grond is gestampt. De vestiging aan het Maria Daneels Erf waar Vijgenboom locatieleider is, ligt in het ‘betere gedeelte’ van Schollevaar en heeft een tamelijk witte leerlingpopulatie. Het schoolgebouw is net als de omgeving een beetje afgeleefd, maar de grote hal oogt fris en opgeruimd. “Toen ik hier in 2003 kwam was alles bruin”, vertelt Vijgenboom. “Maar dankzij een extra schilderbeurt is alles nu licht en fleurig.”
Dat het gebouw een beetje uit de tijd is, vindt ze niet erg. “Het gaat tenslotte om de kwaliteit van het onderwijs.” En daar wordt door het schoolbestuur flink in geïnvesteerd. Het meest opvallende bewijs daarvan zijn de digitale schoolborden waarmee alle klaslokalen worden uitgerust. Ze maken grote indruk op Roger, die met zijn ouders een rondleiding krijgt door de school. De Ajax-fan uit Amstelveen verhuist binnenkort naar Capelle en komt dan bij meester Harmen in groep 8. De Catamaran heeft veel overeenkomsten met zijn school in Amstelveen, maar een digibord heeft Roger nog nooit gezien. In groep 5 gebruikt juf Paula het bord bij een les over analoog en digitaal klokkijken. Roger is meteen enthousiast. Na de rondleiding roemt zijn moeder de goede sfeer op de school. Haar zoon voelt zich ook al op zijn gemak. Hij vertelt zijn toekomstige klasgenoten dat hij wel in het voetbalteam van de school wil, maar alleen als hij Ajax-fan mag blijven.
Als de Catamaran digiborden had moeten aanschaffen uit de lumpsum, hadden ze er voorlopig nog niet gehangen. Een kleine vestiging met 130 leerlingen en een gebouw dat veel onderhoud vraagt, kan zich zulke grote investeringen niet permitteren. Dat de school ze wel kon aanschaffen, samen met een nieuwe leesmethode en educatieve software voor het digibord, is helemaal te danken aan de lef van het schoolbestuur.
Potverteren
Peter van Loon is algemeen directeur van Stichting Opock, die tien openbare scholen op veertien locaties in Capelle en Krimpen aan den IJssel bestuurt. Hij bestelde niet alleen digiborden voor de Catamaran, maar ook voor de andere negen scholen. Eén voor elk klaslokaal. “Dat zijn er zo’n tweehonderd à vijfduizend euro per stuk. Dat kostte ons dus één miljoen. Wilt u daar financiering bij, vroeg de leverancier. Ik kon zeggen: Nee, dat hoeft niet”, lacht hij. Daarnaast krijgt een school die kampt met een slechte klimaatbeheersing een nieuw koelsysteem en bij een andere school wordt het slechte binnenklimaat aangepakt met een luchtverversingssysteem. En dan is er voor alle hoogbegaafde leerlingen in Capelle en Krimpen ook nog een Leonardo-afdeling opgezet. “Dat kost ook klauwen met geld”, zegt Van Loon.
Hij durft flink te investeren omdat hij zeker weet dat de reserves van de stichting ruim zijn. “We geven meer uit dan er binnenkomt. We boekten in 2008 een tekort. Maar dat moet je durven, als je beleid wilt maken.” Sommigen directeuren reageerden wat angstig op alle investeringsplannen. “We slaan toch niet aan het potverteren, vroegen ze.” Daarom opperde het bestuur een risicoanalyse te laten uitvoeren. Geen overbodige luxe, vindt de algemeen directeur. “We hebben een jaaromzet van 17 à 18 miljoen en driehonderd personeelsleden. We zijn een middelgroot bedrijf.”
Het schoolbestuur heeft Aon in de arm genomen, een Amerikaans bedrijf dat actief is in 120 landen. Voor Aon Nederland is het onderwijs een speerpunt, vertelt managing consultant Jolande Waterschoot. De Aon-adviseurs hebben de hele organisatie doorgelicht, van leerlingprognoses en formatiebewaking tot re-integratiebegeleiding en contracten met leveranciers. Daarnaast interviewden ze bestuursleden en (adjunct)directeuren.
Dat onderzoek leverde 52 risico’s en incidenten op die financiële schade kunnen veroorzaken. Zoals een leerkracht die beschuldigd wordt van seksuele intimidatie waardoor ouders hun kinderen van school halen. Of toename van agressie en geweld bij leerlingen en ouders, waardoor het ziekteverzuim omhoog gaat. Maar ook vergrijzing van het personeel waardoor de personeelskosten oplopen.
Vervolgens is gekeken hoe het schoolbestuur de risico’s beheersbaar heeft gemaakt. De conclusie is dat de organisatie opmerkelijk goed in control is. “Het schoolbestuur heeft goed zicht op de risico’s en heeft maatregelen genomen om ze op te vangen”, stelt Waterschoot. Het schoolbestuur heeft bijvoorbeeld heldere protocollen waarin staat hoe te handelen bij seksuele intimidatie. Leerkrachten hebben allemaal een cursus weerbaarheid gevolgd om te leren omgaan met agressie en geweld. En met de vergrijzing van het personeel is in de meerjarenbegroting al rekening gehouden. Ook zijn de voorzieningen goed op orde en is er een flinke personeelsreserve om een plotselinge daling van het leerlingenaantal op te vangen na een incident dat imagoverlies veroorzaakt.
Buffertje
Omdat er ook calamiteiten zijn die je niet kunt voorkomen en waar je je niet tegen kunt verzekeren, moet ook een organisatie die heel goed in control is een calamiteitenreserve hebben die het weerstandsvermogen wordt genoemd. Daarmee kan dan bijvoorbeeld de schade worden opgevangen als er door achterstallig onderhoud een dak van een school instort waardoor er leerlingen overlijden. Of de budgetoverschrijding die ontstaat bij de bouw van een nieuw schoolgebouw. Aon heeft berekend dat de tien openbare scholen in Capelle en Krimpen toe kunnen met een weerstandsvermogen van 9,9 procent, wat betekent dat er de komende jaren ongeveer twee miljoen euro extra geïnvesteerd zou kunnen worden. Zover wil Van Loon niet gaan. “Nieuwe investeringsprojecten leveren ook weer nieuwe risico’s op. Daarvoor wil ik een buffertje aanhouden.”
Maar de investeringen waar de algemeen directeur alvast mee was begonnen, kunnen dus uitgebreid worden. Van Loon had niet anders verwacht. Toch vindt hij de analyse die Aon heeft uitgevoerd en die 18 duizend euro heeft gekost, beslist geen weggegooid geld. “Deze exercitie heeft ons zoveel inzicht opgeleverd. Zo’n bedrijf als Aon heeft kennis in huis die we in het onderwijs gewoon missen. Wij hebben zelf al veel risico’s getackeld, maar dat gebeurde allemaal een beetje intuïtief. We waren onbewust bekwaam, zoals dat zo mooi heet.”
Omdat de risicoanalyse die Aon heeft uitgevoerd een momentopname is, gaat Van Loon de inventarisatie regelmatig herhalen. “Dat gaan we in principe zelf doen, maar eens in de vier of zes jaar haal ik er weer externe deskundigheid bij. Deze analyse biedt ons zoveel zekerheid. Daardoor kunnen we veel steviger onderbouwde keuzes maken. We worden scherper en nog trefzekerder. Daardoor kunnen we onze middelen echt tot de laatste cent benutten.”
Schone wc’s
De Catamaran profiteert al jaren van de intentie van de directie om alle middelen zo slim mogelijk in te zetten. Van ouders die worden ingeroosterd om de wc’s schoon te maken is in Capelle en Krimpen bijvoorbeeld geen sprake, want op alle scholen loopt de hele dag een conciërge en een schoonmaker rond. Vijgenboom: “Als er een kind over de pot heeft geplast, wordt het meteen weer schoongemaakt. Dat is echt super-de-luxe.”
De schoonmakers en conciërges worden ingehuurd via Promen, een bedrijf dat mensen met een arbeidshandicap passend werk biedt. De Promen-medewerkers zijn wat duurder dan de conciërges met een melkertbaan die een paar jaar geleden werden ingezet. “Maar we hebben met het hele directeurenoverleg besloten dat we hier graag extra geld voor willen uittrekken”, stelt Van Loon. Tot tevredenheid van Vijgenboom. “Vroeger hadden we een commercieel schoonmaakbedrijf dat maar twee uurtjes per dag kwam. Toen was het hier best vies. Nu is het echt lekker schoon. Toch hebben we af en toe nog ouders die klagen dat het stinkt op de wc’s. Die moeten dan maar zelf komen poetsen”, grapt de locatieleider.
{kader 1 met tabel}
Vermogensoverschot van 1,5 miljard
De risicoanalyse die de openbare scholen in Capelle en Krimpen aan den IJssel hebben uitgevoerd, werpt een nieuw licht op de reserves die schoolbesturen in het basisonderwijs moeten aanhouden. De commissie-Don komt binnenkort met nieuwe signaleringsgrenzen. Tot die tijd houdt de Onderwijsinspectie, sinds dit jaar ook financieel toezichthouder, de oude grenzen aan. De inspectie gaat er voorlopig vanuit dat besturen in het primair en voortgezet onderwijs een weerstandsvermogen van 20 tot 25 procent moeten hebben. Een schoolbestuur met een weerstandsvermogen onder de 10 procent wordt als risicovol aangemerkt.
De tien scholen in Capelle en Krimpen blijken toe te kunnen met een weerstandsvermogen van 9,9 procent en een solvabiliteit van 25 procent. Ver beneden het gemiddelde in de sector (zie tabel).
Als alle schoolbesturen net als het Capelse schoolbestuur het risicomanagement op orde zouden hebben, komt er dus flink wat geld vrij voor investeringen in het onderwijs. Anderhalf miljard om precies te zijn. Want bij een weerstandsvermogen van 10 procent, kunnen besturen toe met een gezamenlijk eigen vermogen van 730 miljoen euro. Terwijl er nu 2,2 miljard euro aan eigen vermogen aanwezig is.
Kengetallen & signaleringsgrenzen
Gemiddelde po 2007 Opock 2008 Gezonde vermogenspositie Opock Huidige Signaleringsgrenzen
Solvabiliteit 60% 42% 25% 10 tot 45 %
Weerstandsvermogen 30,1% 21,8% 9,9% 10 tot 40 %
Solvabiliteit = eigen vermogen/totale vermogen*100
Weerstandsvermogen = eigen vermogen/totale baten*100
{kader 2 met plaatje boekje}
Hoe rijk is mijn schoolbestuur?
Al jaren stelt het Onderwijsblad het oppotten van onderwijsgeld aan de kaak. Bij de AOb is er een boekje over verschenen, getiteld Hoe rijk is mijn schoolbestuur. Besturen met onnodig grote reserves hebben vaak geen idee hoeveel buffer noodzakelijk is. Gebrek aan financiële expertise is de belangrijkste verklaring voor oppotgedrag, betoogt journalist Yvonne van de Meent in het boekwerkje.
Daarom pleit ze voor een financiële waakhond in het basis- en voortgezet onderwijs.
Het boekwerkje is te bestellen door 7,50 euro (AOb-leden) of 15 euro voor (niet-leden) over te maken op rekeningnummer 190389, tnv AOb Utrecht, ovv ‘Hoe rijk is mijn schoolbestuur’.
Benieuwd naar het spaargedrag van jouw schoolbestuur? Ga naar www.hoerijkismijnschoolbestuur.nl