• blad nr 15
  • 3-10-2009
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

AOb-jurist laat docenten niet de school uit jagen 

Van klachtencommissie tot Hoge Raad

Voor de ene docent spant hij een zaak aan bij de klachtencommissie, voor een ander gaat hij naar de Hoge Raad. “Het management in het onderwijs is soms heel onprofessioneel. Maar daar mogen onze leden niet het slachtoffer van worden.” Negen zaken van AOb-advocaat Frans Lathouwers.

1 Een jonge docent - laten we haar Susanne noemen - gaat vers van de pabo op een basisschool werken. Daar komt ze terecht in een slepende ruzie tussen het team en de directie. Susanne probeert zich erbuiten te houden, maar beide partijen proberen haar in hun kamp te trekken. Uiteindelijk meent de directeur een doorslaggevend argument te hebben gevonden: Susanne moet zijn kant kiezen of haar jaarcontract wordt niet verlengd. “Er komen genoeg nieuwe kippetjes van de pabo.”
Dat pikt Frans Lathouwers, één van de dertig advocaten en juridisch medewerkers van de AOb, dus niet. Hij gaat praten met het bestuur, en het einde van het liedje is dat Susanne op een andere school van dezelfde stichting kan gaan werken. Lathouwers ondersteunt Susanne bij het indienen van een klacht bij de Landelijke Klachtencommissie, tegen de bejegening van de directeur. “Het management in het onderwijs is soms heel onprofessioneel, vooral op basisscholen. Maar daar mogen onze leden niet het slachtoffer van worden.”
De advocaat werkt al vele jaren bij de AOb, en krijgt docenten van alle leeftijden aan zijn bureau. “Het leuke van jonkies zoals Susanne is dat ze nog zoveel plezier in hun werk hebben. Zelfs als ze in de problemen zitten, kunnen ze nog enthousiast over hun klas en hun leerlingen vertellen. En zo’n leerkracht dreigt dan door een directeur-van-niks het onderwijs uit te worden gejaagd. Doodzonde.”

2 Meneer Jansen, een keurige eerstegrader, werkt op een school waar een interim-manager even orde op zaken komt stellen. Er ontstaat onenigheid over het examenreglement. Jansen vindt dat hij een leerling moet laten zakken, de tweede en derde corrector geven hem gelijk. Maar de interim-manager wil de ouders tegemoetkomen, en schiet letterlijk uit zijn slof. Meneer Jansen zou zich gedragen als een “verwende puber”. En de manager vindt dat Jansen “godbetert het lef niet moet hebben” om beslissingen ter discussie te stellen: “Ik sodemieter je de school uit.”
Lathouwers dient met Jansen een klacht in bij de Landelijke Klachtencommissie wegens ongepaste bejegening, en wint die. Na het vertrek van de interim-manager gaat Jansen, die door de spanning en de emoties thuis zat, weer aan het werk.

3 Mevrouw Pietersen is mentor van een klas, en hoort van twee havo-leerlingen dat een docent vervelende opmerkingen maakt. De docent zou ook te dicht bij vrouwelijke leerlingen staan, en heel zachtjes hun billen proberen aan te raken. Pietersen stapt naar de vertrouwenspersoon, maar die onderneemt geen actie. Een maand later hoort Pietersen dat de docent een vrouwelijke stagiair op de mond heeft gezoend. Zij kaart de zaak opnieuw aan - en wordt dan zelf als kwaaie pier gezien. “De school kiest in dit soort gevallen helaas soms voor rust in de tent”, zegt Lathouwers. “Klokkenluiders zijn lastig en moeten hun mond maar houden.”
Lathouwers spant met mevrouw Pietersen een zaak aan bij de Klachtencommissie, en die constateert dat de vertrouwenspersoon en de directie inderdaad in gebreke zijn gebleven. Maar ondertussen wil de directie graag van mevrouw Pietersen af. Er wordt een ontslagzaak aangespannen. Lathouwers: “Daar worden, zoals gewoonlijk, allerlei kwesties met de haren bij gesleept. Mevrouw Pietersen zou slecht liggen in het team en niet kunnen samenwerken. Terwijl daar nooit iets van is gebleken, en nooit iets over op paper is gezet.”
Lathouwers tekent beroep aan tegen het ontslag, en wint: mevrouw Pietersen krijgt een ontslagvergoeding. “Maar ik vind het bedrag te laag, dus ben ik weer in hoger beroep gegaan. Die zaak loopt nog.”

4 Soms gaat de werkgever zélf in hoger beroep. Zoals bij docent Klaassen, die om vage redenen ontslagen werd. Lathouwers was in beroep gegaan en had gewonnen, maar de werkgever kon dat niet verkroppen en ging naar de Centrale Raad van Beroep. Dat hadden ze beter niet kunnen doen. “Het ontslag was overduidelijk niet terecht”, zegt Lathouwers. “Maar goed, de directie had de hakken in het zand gezet, opgeven zou gezichtsverlies zijn.”
De Centrale Raad van Beroep gaf de docent gelijk, en oordeelde dat het ontslagbesluit moest worden teruggedraaid. Dat klinkt weinig spectaculair, maar was het wel. Want door alle procedures was er inmiddels drieënhalf jaar verstreken sinds het ontslag. Lathouwers: “De ww van de docent moest over die hele periode worden aangevuld tot het niveau van zijn oude salaris, inclusief de wettelijke rente. Dat loopt op.” En in de ww bouwde de docent maar de helft van zijn pensioen op, dus de werkgever moest extra pensioen inkopen. Uiteindelijk kostte dat de school 4,5 ton euro. “Het is eigenlijk gênant dat er zoveel onderwijsgeld moet worden besteed aan een rechtszaak”, vindt Lathouwers. “Maar goed, het was de eigen schuld van de directie. En ik heb in zo’n zaak maar één belang: dat van mijn klant.”

5 Een docent wordt, tegen zijn zin, overgeplaatst naar een andere school bij hetzelfde bestuur. Dat recht heeft het bestuur, een dergelijk besluit wordt juridisch niet al te zwaar getoetst. De arbeidsvoorwaarden blijven immers gelijk, alleen de werkplek verandert. Maar de werkgever moet wel eerst overleg voeren met het personeelslid, en dat was niet gebeurd. Lathouwers gaat in beroep, en wint.

6 Een docent in het hbo is tevens voorzitter van de MR. En als voorzitter van de MR schrijft hij een kritisch commentaar op een beleidsstuk van het college van bestuur. Dat college wil prompt van hem af en start een ontslagzaak. Helaas - voor de werkgever - worden MR-leden wettelijk goed tegen ontslag beschermd. Lathouwers weet dat, en gaat overleggen met het college. “In eerste instantie probeer ik zaken meestal met overleg op te lossen. Want geen enkele arbeidsverhouding wordt beter van procederen: dat leidt altijd tot boosheid en pijn, aan één of beide kanten.” Na overleg wordt de zaak geschikt: de docent wordt ontslagen, maar wordt eerst twee jaar vrijgesteld van werk met behoud van salaris om een eigen bedrijf op te starten. En daarna krijgt hij een ontslaguitkering.

7 Een leerkracht in het basisonderwijs wordt chronisch ziek, en kan daarna alleen nog niet-lesgebonden taken uitvoeren. Zij zal dus aan de slag moeten als ib’er of rt’er. De werkgever vindt dat maar lastig, en wil van haar af. Dat mag best van de kantonrechter, als de werkgever dan even een ontslagvergoeding van 190 duizend euro betaalt. Want de school heeft de keiharde plicht om vervangende werkzaamheden te zoeken voor een zieke docent. De afloop van de zaak is bijzonder: de werkgever vindt de ontslagvergoeding te hoog en draait daarom het ontslag terug. En de docent werkt nu als ib’er en rt’er.

8 Een leerkracht stort in door privé-omstandigheden, en de arts adviseert opname in een herstellingsoord. De werkgever vindt dat de docent buitengewoon - onbetaald - verlof moet opnemen. Wat onzin is: een zieke docent moet gewoon worden doorbetaald. De werkgever vindt van niet, en zet het salaris stop. Lathouwers spant een kort geding aan. “Kort gedingen zijn de Formule 1 van mijn vak. Ik krijg er adrenaline van. De tegenpartij kan tot op het laatste moment nieuwe stukken indienen, het is altijd afwachten wat er uit de hoge hoed wordt getoverd. Dat is gewoon leuk - zeker als je wint.”

9 Een jonge docent wordt ontslagen, Lathouwers gaat in beroep en krijgt gelijk. De werkgever legt het oordeel van de rechter echter naast zich neer. “Heel erg vervelend”, zegt Lathouwers. “Voor die docent ga ik tot de hoogste instantie. Rond die tijd ben ik wel bijna met pensioen, maar nu gaan we tot het gaatje ook. Ik kan de docent haar baan niet teruggeven, maar ik hoop dat we er in elk geval een forse schadevergoeding uit kunnen slepen. Dat is toch het minste dat ik voor dit AOb-lid kan doen.”

{kadertje}
Vakbond of rechtsbijstandverzekering?

Ik hoef geen lid van de AOb te worden, want ik heb een rechtsbijstandverzekering, is het argument dat de ledenwervers van de AOb nogal eens horen. Een sterk argument is het niet.

In de eerste plaats hebben de advocaten van de AOb veel meer verstand van onderwijs dan advocaten van de rechtsbijstandverzekeraars. Want laatstgenoemden moeten ook taxichauffeurs, ict’ers en bankdirecteuren kunnen bijstaan. “Onderwijs is ons vak”, zegt AOb-advocaat Frans Lathouwers. “En het is ook echt een vak apart. Sommige instanties, zoals commissies van beroep en landelijke klachtencommissies, bestaan buiten het onderwijs helemaal niet. Wij weten verder heel goed wat een ‘jaartaakbelasting’ is, wij weten wat het emotioneel voor een docent betekent om zijn vaklokaal kwijt te raken, of voor een conciërge om zijn sleutels te moeten inleveren. En wij weten ook alles over de onderwijs-cao: die sluiten we als vakbond immers zelf af.”
Verder behandelt een rechtsbijstandverzekeraar geen strafzaken. Docenten die worden aangeklaagd voor bijvoorbeeld seksuele intimidatie of mishandeling, moeten zelf een advocaat betalen. “En denk niet dat jou zoiets niet overkomt”, waarschuwt Lathouwers. De AOb heeft de laatste jaren diverse docenten bijgestaan die, vanuit het niets en volkomen onterecht, werden beschuldigd van strafbare feiten.
En voor juridische problemen die niets met werk te maken hebben, maar waarbij rechtsbijstand wel gewenst is, krijgen AOb-leden korting op een aanvullende rechtsbijstandverzekering bij Proteq.
Tip: wordt op tijd lid. Wie wacht tot er problemen zijn, is te laat. Een brandend huis is niet te verzekeren.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.