- blad nr 15
- 3-10-2009
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Hyperouders redden hun kind voor er iets gebeurd is
Het overbeschermde kind
“Dat ijsspel, curling, waarbij twee spelers als een gek bezig zijn de baan schoon te vegen om de schijf zo zoevend mogelijk te laten glijden. Dat beeld komt steeds bij mij boven als ik zie hoe ouders alles doen om ervoor te zorgen dat hun kind nergens last van heeft.” Peter van ’t Hof, directeur van de Godelindeschool, ziet veel overbeschermde kinderen om zich heen. Zijn neutraal bijzondere school in Hilversum heeft vooral kinderen van hoogopgeleide ouders. Maar ook de directeuren van twee andere scholen herkennen het beeld. “Ze willen zo graag dat het goed gaat met hun kind”, zegt Robert Redegeld van de Willem de Zwijgerschool in Leiderdorp. Hij vindt sommige zorgen heel begrijpelijk. Als een kind bijvoorbeeld niet goed meekomt met rekenen of taal. Maar anders dan vroeger vragen ouders nu direct om maatregelen. “Ze zien allemaal dingen die er niet zijn. Dan zijn ze verbaasd dat hun kind niet dyslectisch is of geen adhd heeft.” Het bestuur van de Protestants Christelijke Schoolvereniging Leiderdorp plaatste een artikel uit de Volkskrant op haar website: ‘Hyperouders maken zwakke kinderen’. Daarin betoogt Steven Pont, ontwikkelingspsycholoog en gezinstherapeut, dat al die moeite van ouders om hun kinderen zo probleemloos mogelijk te laten opgroeien, het tegenovergestelde effect heeft. Kinderen worden bangelijk en denken dat ze niets kunnen, of geloven juist dat ze onoverwinnelijk zijn. Het ‘applausje voor jezelf dat meneer Kaktus heeft geleerd, houden ze tot ver in de volwassenheid vol’. Hyperouders, zo stelt Pont, redden hun kind nog voor er iets gebeurd is. Hij deed een indicatief onderzoek onder leidsters van de kinderopvang. De irrationele angst van ouders neemt daar al groteske vormen aan. Sommigen willen niet dat hun kind ooit in de zandbak speelt, anderen vertellen dagelijks hoe er met het kind moet worden omgegaan, of ze komen op hoge poten verhaal halen als hun peuter ruzie heeft gehad. In veel crèches hangen tegenwoordig webcamera’s.
Peter Bezuijen, directeur van basisschool de Springstok in de Amsterdamse Pijp, kent dergelijke voorbeelden ook. “Moeders vragen dan waarom hun kind alweer niet aan de beurt is geweest in het kringgesprek. Of ze zeggen dat hun kind niet naast dát kind mag zitten en hij mag ook niet met zijn rug naar het bord zitten. Steeds vertellen we dan dat hun kind onderdeel is van een groep en dus soms dingen meemaakt die hij niet zo leuk vindt. Vroeger was leven in een groep heel normaal omdat gezinnen veel groter waren. Nu is een kind thuis altijd als eerste aan de beurt.” De Springstok is een gemengde school met zowel laagopgeleide, vaak allochtone, als hoogopgeleide ouders. “Als we op schoolkamp gaan hebben we de bezorgde Marokkaanse ouders die we moeten overtuigen dat het goed is als hun dochter meegaat. Terwijl de andere ouders zeggen dat hun kind alleen mee mag als hij met die en die in de tent slaapt. Dat is soms lastig.”
Plagen
Wat Van ’t Hof van de Godelindeschool de laatste tijd vooral stoort is dat alles heel snel pesten wordt genoemd, terwijl het dan gewoon om plagen gaat. “Plagen hoort erbij, je zit in een klas met dertig kinderen, dan kan iemand wel eens geplaagd worden. Wij doen er alles aan om een vreedzame school te zijn en natuurlijk is pesten uit den boze. Maar nu krijg ik al klachten als het om een gewoon plagerijtje gaat.” Hij legt de schuld ook bij al die maatschappelijke organisaties die zich op dit onderwerp gestort hebben. Iedereen heeft het nu over pesten, het verschil met een beetje jennen wordt niet meer gezien.
Op de Godelindeschool is er nog nooit een kind naar het vmbo gegaan, een enkeling gaat wel naar de mavo. Een leerling die zwakker presteert dan dat hoge gemiddelde valt algauw op. “Vaak willen ouders dan dat er ingegrepen wordt. Iedereen moet tenslotte gelukkig en geslaagd zijn. In dat beeld past geen falend kind. Wij proberen aan te geven dat ze vooral moeten kijken naar wat hij wel kan, dat ze niet meteen naar een psycholoog hoeven als zo’n kind goed functioneert.” Volgens hem kampen veel werkende ouders met een schuldgevoel. In de vrije tijd moet het daarom altijd gezellig zijn met the kids.
Bezuijen heeft dezelfde ervaring. “Ouders hebben vaak ook nog een druk sociaal leven. Dus in de schaarse vrije tijd moet er gecompenseerd worden, dan worden er allerlei uitstapjes bedacht, het kind mag aangeven wat hij wil. Alles moet super zijn.” Hij geeft een voorbeeld van een kind dat om half zes wordt opgehaald en zijn tas naar beneden dondert. “Moeder gaat die dan direct halen. Wij roepen: ‘Hallo, ga jij eens even snel die tas oppakken!’ Dat is de botsing tussen de regels op school en die van thuis.”
Er zijn ook hyperouders met teveel tijd. Die lopen elke ochtend de klas in en klagen dat zoonlief nog steeds niet kan schrijven. Of die willen dagenlang met hun peuter in de klas zitten tot hij gewend is. Bezuijen grijpt dan in, hij heeft tegenwoordig voor alles een protocol. “Wennen doen we in drie ochtenden.”
Watjes
In Amerika verscheen in 2008 het boek A nation of wimps*. Het overbeschermen van kinderen gebeurt daar al langer en op grotere schaal. De auteur, Hara Estroff Marano, schetst de gevolgen. Op 40 duizend scholen in Amerika is het speelkwartier al afgeschaft, dat levert toch alleen maar gevaren op, bovendien gaat het van de lestijd af. Wat overblijft zijn de georganiseerde sporten waarin volwassenen de regels bepalen. Eenmaal op de universiteit blijkt hoe desastreus het uitpakt als een kind nooit teleurstellingen te verwerken heeft gehad. Steeds meer studenten moeten behandeld worden voor angststoornissen of hebben grote drankproblemen. En ouders blijven zich bemoeien met de gang van zaken. Ze bellen om te protesteren tegen een te laag cijfer, of omdat hun bloedjes teveel onder druk worden gezet. Marano ziet de toekomst somber in. De enige boodschap die jongeren volgens haar meekrijgen is dat alles in het werk gesteld moet worden om het systeem aan te wenden voor hun eigen belangen. Tegelijkertijd hebben ze het gevoel dat ze zelf niets kunnen zonder de hulp van hun ouders.
Is er een remedie tegen overbezorgde ouders? De drie directeuren zijn het erover eens dat de school duidelijke grenzen moet stellen. Duidelijkheid in wat ouders kunnen verwachten en wat niet. Zo is Van ’t Hof van de Godelindeschool momenteel druk bezig regels op te stellen om te voorkomen dat ouders hun kinderen onder schooltijd naar remedial teaching of een ander bijspijkerbureau doen. “Het is lastig ze duidelijk te maken dat het voor het kind beter is om gewoon in de klas de lessen te volgen.” In alle teams wordt erover gepraat hoe er met ouders omgegaan moet worden. Redegeld van de Willem de Zwijgerschool vindt dat je als leerkracht altijd professioneel moet reageren, ook bij onterechte beschuldigingen. “Het gaat tenslotte om vertrouwen, dan gaan we er samen over praten. Soms worden we het niet eens, maar dat is een uitzondering.”
Ook Bezuijen van de Springstok heeft ervaren dat als je iets duidelijk niet tolereert, het meestal wel ophoudt. Hij is in alles heel secuur geworden. Zo mogen er over de vorderingen van een kind geen misverstanden bestaan. “In het verleden kwam het voor dat er gezegd werd dat Jantje het zo goed deed en dan bleek in groep 7 dat hij naar het vmbo ging. De ouders reageerden dan boos en teleurgesteld. Nu leggen we alles vast in een dossier en geven in een vroeg stadium aan hoe het ervoor staat.” Hij verwacht wel dat het erger wordt. “Er is wel mee te leven, maar je moet een beetje een dikke huid hebben.”
Van ’t Hof heeft het sinds 1972 langzaam erger zien worden, maar met de ouders valt daar volgens hem moeilijk over te communiceren.
Risico’s
“Als je bang bent dat je kind uit een boom valt, leer hem dan klimmen.” Dat zegt kinderfysiotherapeut Hanneke Poot altijd op scholen en ouderavonden. Daar vertelt ze hoe belangrijk het is dat kinderen lichamelijke risico’s nemen. “Je hoort ouders vaak roepen: ‘Niet rennen anders val je!’ Is dat erg als ze vallen? Ouders zijn aan de ene kant overbezorgd dat hun kind iets overkomt, maar hebben aan de andere kant vaak weinig tijd. Om het kind snel en veilig te vervoeren worden ze of in de auto naar de basisschool gebracht, of in een buggy gezet, terwijl ze allang kunnen lopen. Bij glijbanen wordt alles zo beveiligd dat er echt niets meer kan gebeuren. Op die manier train je het lichaam niet om een val op te vangen en krijgen kinderen ook geen zelfvertrouwen.” Volgens Poot dreigt er een vicieuze cirkel te ontstaan, want kinderen die te weinig bewegen ontwikkelen ook onvoldoende hersenactiviteit. Juist op scholen hamert ze daar op. “De oude kleuterleidsters weten nog hoe het moet. Kinderen kunnen niet goed leren rekenen als ze zelf nooit ritmes geleerd hebben, of hoog en laag gesprongen.” Volgens haar is bewegingsonderwijs nog steeds het stiefkindje op school. “Laatst kwam ik op een school waar door gebrek aan ruimte de kleuters in het speellokaal zaten. Gevolg was dat ze twee jaar geen bewegingsonderwijs kregen. Dan is de directeur verbaasd dat er zoveel kinderen naar remedial teaching moeten. Ik helemaal niet, want voor lezen en schrijven moet ook je motorische ontwikkeling in orde zijn.” Ook in de bovenbouw, waar de hormonen vaak al gaan opspelen, moet er van haar veel meer bewogen worden. “Ze moeten de mogelijkheden van het lichaam ontdekken.” Ouders in Nederland lijken volgens haar in veel opzichten op die van Amerika. “Ze zijn zo kritisch naar anderen toe. Een moeder vertelde me dat als ze haar zoontje los op een muurtje laat lopen, voorbijgangers zich daar direct mee bemoeien.”
Ze begrijpt soms niet hoe leerkrachten nog kunnen werken met zoveel overbezorgde ouders. “Als je op een ouderavond zegt dat kinderen beter naar school kunnen fietsen of lopen, schieten ouders al in de stress.” De school aanklagen als het kind iets overkomt, gebeurt ook steeds meer. “Het team moet op de juiste manier kunnen handelen bij een ongelukje, maar je kunt nooit de garantie krijgen dat jouw kind niets zal overkomen. Toch wordt er dan naar een zondebok gezocht en scholen worden op hun beurt voorzichtiger.”
Omdat er volgens Poot veel onwetendheid is over de noodzaak van bewegen en spelen heeft ze een eigen website opgezet: www.sirenevoorkinderen.nl. “Niemand weet bijvoorbeeld dat die spelletjes op de Nintendo Wii, waarbij kinderen moeten bewegen, helemaal niet goed zijn. In plaats dat ze lekker buiten tennissen kijken ze alleen maar naar dat kastje! Bij bowlen moet je wel die beweging maken, maar je hebt niet zo’n zware bal in je hand, vandaar dat al een ‘Wii-syndroom’ geconstateerd is.”
{noot}
*) A nation of wimps, the high cost of invasive parenting, Hara Estroff Marano (2008), ISBN 0767924037, € 23,99