- blad nr 15
- 3-10-2009
- auteur R. Wisman
- Mijn leerling & ik
Ruud en Rob
Groep 7 van de Apeldoornse basisschool de Schakel was één groot feest voor de elfjarige Ruud Lieferink (nu 23). “Maak me vroeg wakker, zei ik tegen mijn ouders. Hoe eerder ik op school ben, hoe beter.”
Hoe meester Rob dat voor elkaar kreeg? “Veel leerkrachten beginnen de les met: ‘Sla je boek open op bladzijde 36 en lees het hoofdstuk over Columbus. Bij meester Rob bleven de boeken soms onaangeroerd, omdat hij ons een mooi verhaal ging vertellen. Bij de geschiedenis over de ontdekking van Amerika was hij Columbus, en kroop hij in de huid van de indianen.” Ruud ziet hem nog levendig voor zich als verbouwereerde indiaan. ‘Hoezo heb jij ons ontdekt? Wij waren hier allang!’ “Als kind kon ik me voorstellen hoe vreemd dat voor die indianen is geweest.”
Elke ochtend pakte meester Rob de muziekmap en de gitaar. Om beurten mochten de kinderen een liedje kiezen om gezamenlijk te zingen. Ook zijn rare fratsen, herinnert Ruud zich. In een baldadige bui gooide hij eens een boek door de klas.
“Dat mag natuurlijk niet in het artikel”, lacht Rob Boelaars (59) die ingetogen luistert naar de woorden van zijn oud-leerling. Dan: “Om een klierende jongen tot de orde te krijgen, ben ik eens stilletjes over de vloer van het lokaal naar hem toe gekropen. Toen ik onder zijn tafeltje zat, riep ik luidkeels: Gaan we nog werken vandaag?”
Hij lacht aanstekelijk.
Verrassend
Voor meester Rob - tevens dichter en voordrachtkunstenaar - was het een verrassing dat Ruud zulke dierbare herinneringen aan hem bewaart. “Ik vind het heel bijzonder.” Na elf jaar wist hij hem direct voor de geest te halen. “Ik had twee beelden van Ruud. Het ene was: klein en rond en stamde uit groep 4. En het andere was: slank en helder van blik. Een rustige jonge filosoof in spe. Hij had de potentie van een breed denkraam, maar nog niet de taal om zich voldoende te uiten.”
In die rustige jongen groeide heimelijk het verlangen om net zo’n leuke docent te worden als zijn meester. Ruud: “Tot die tijd wou ik kok worden. Toen ik thuiskwam uit groep 7 zei ik op een dag tegen mijn ouders: Ik wil ook voor de klas.”
Ze vreesden dat het te hoog gegrepen zou zijn. Rekenen en taal gingen dermate moeizaam dat hij groep 6 een keer over deed. Na groep 8 ging hij naar vmbo-tl waar hij volhardde in zijn besluit en na vier jaar doorstroomde naar de havo. “Ik had er echt mijn zinnen op gezet”, zegt hij. Met vijven en zessen slaagde hij, maar het deed er niet toe. Hij kon naar de pabo.
Na het eerste jaar kocht hij een gitaar en oefende de hele zomervakantie, zodat hij het instrument kon gebruiken voor zijn stage in het tweede jaar. Een groot succes. “De kinderen waren direct verkocht.”
Verbeelding
Muziek kan ervoor zorgen dat kinderen zich in een andere wereld wanen, weet Rob. Kinderen willen het liefst spelen en vrij zijn, maar ze moeten naar school om zich tussen vier muren te concentreren op het bord en de leerstof. Met muziek, verbeelding en onvoorspelbaarheid kan een onderwijzer kinderen uit dat gevoel van ‘moeten’ verlossen, zegt Rob.
“Diep van binnen vraagt ieder kind zich af waarom hij moet leren over geschiedenis, over taal en rekenen. In de klas probeer ik een wereld op te roepen die zinvol en zinrijk is. Vanaf het moment dat ze die wereld betreden, willen ze graag leren.”
Ruud beaamt dat: “Rob geeft je het gevoel dat je er mag zijn, en dat je alles kan wat je wilt. De ruimte tussen die vier muren werd een plek waar ik graag wilde zijn.”
De lesmethoden uit een boekje zijn aan Rob vaak niet besteed. “Ik zeg altijd: La méthode, c’est moi… Ik ben de methode. Aan mezelf en een krijtje heb ik genoeg.” In een droom zag hij zijn onderwijsvisie verbeeld. “Ik houd een doosje krijt vast waaruit een regenboog ontspruit en hoor een stem zeggen: En meer is niet nodig.”
Over tweeënhalf jaar staat Rob veertig jaar voor de klas.
Ruud staat inmiddels twee maanden voor groep 5/6 van basisschool de Poort in Loenen. Of hij op zijn voorbeeld lijkt?
“Inhoudelijk houd ik mij aan de lesmethodes. Waarschijnlijk verandert dat als ik mij het vak meer eigen heb gemaakt. Net als Rob doe ik veel met muziek. Een moeder vertelde dat haar zoontje de hele dag zingend door het huis loopt sinds ik zijn meester ben. Een kopie van Rob wil ik niet zijn. Ik hoop dat ik kan bereiken dat de kinderen in mijn klas met net zoveel plezier naar school gaan als ik vroeger.”
{citaatje