• blad nr 14
  • 19-9-2009
  • auteur R. Wisman 
  • Redactioneel

10 tips 

Optimaal omgaan met hoogbegaafdheid

Creatief, gemotiveerd en een IQ van 130 of hoger, 1 à 2 procent van de leerlingen is hoogbegaafd. Als hun intelligentie niet wordt herkend, kunnen ze gaan onderpresteren of de zin in leren verliezen. Hoe herken je hoogbegaafdheid? En hoe haal je als docent het beste uit deze leerlingen? Stapsgewijs de methode doorwerken is dodelijk.

1Opvallend (slim)
Een brede belangstelling, snel verbanden leggen, vlotte denksprongen, vindingrijkheid, een goed geheugen. Naast een hoog IQ (minimaal 130) blinken hoogbegaafden uit in taakgerichtheid, volharding en creatief denken. “Omdat ze verder zijn dan de gemiddelde leerling sluiten ze sociaal moeilijker aan. Ook dat valt op”, zegt docent Elisabeth Bosma, die een protocol schreef over de omgang met hoogbegaafdheid op reguliere scholen.

2Let op onderpresteerders
85 Procent herkent hoogbegaafde kinderen niet, bleek uit een enquête van de AOb onder 3000 basisschoolleerkrachten. Hoe dat te voorkomen? “Blijf observeren. En blijf in gesprek met de kinderen”, adviseert Nicolette Ouwejan van het Haags Centrum voor Onderwijsbegeleiding.
Veel slimmeriken gaan expres onderpresteren, om erbij te horen. Let daarop.
Neem een sociogram af in de klas om de hoogbegaafden eruit te halen, zegt Jan Hendrickx, voorzitter van de Leonardostichting (biedt onderwijs aan voor kinderen met een hoog leervermogen). “Als je er niet uit komt met een geschiedenisvraag: aan welke klasgenoot zou je dat dan vragen? Kinderen weten vaak beter dan de leraar wie slim is in de klas.”

3Bepaal het niveau
De intelligentie van kinderen van 6 tot 16 jaar test je bijvoorbeeld met de WISC-III. Voor leerlingen ouder dan 16 is er de WAIS. “Zoek hun niveau door toetsen van hogere leerjaren af te nemen”, zegt onderwijsadviseur Nicolette Ouwejan. “Het zogenoemde doortoetsen. Doe dit net zo lang tot je het niveau hebt bepaald waarop de leerling gemiddeld scoort.”

4Gooi het in de groep
Stel het onderwerp in een kringgesprek eens aan de orde. Britt kan mooi dwarsfluit spelen, Joey blinkt uit in gym, en Jurre is onwijs slim. Een hoogbegaafd kind uit groep 3 zit soms op hetzelfde (denk)niveau als een gemiddeld kind uit groep 7. Dat betekent dat we elkaar soms moeilijk kunnen begrijpen. Leg niet alleen maar nadruk op talent. Elisabeth Bosma: “Dat wekt de indruk dat er niets belangrijker is dan slim zijn.” Bovendien leidt het tot een uitzonderingspositie in de klas.

5Geef minder instructie
Hoogbegaafde kinderen kunnen met minder instructie toe. Terwijl je nog bezig bent met uitleg over de rekenstof, is het slimme kind al aan het rekenen. “Ze zijn vaak in staat een probleem zelf op te lossen”, zegt Nicolette Ouwejan. “Stimuleer dat, maar let goed op of het kind alle feitenkennis heeft. Een kind kan door het ontbreken van kennis een breuk ook verkeerd oplossen.”
Vraag daarom ook naar de achtergrond van een raar of opmerkelijk antwoord, zegt Jan Hendrickx. “Ze denken dieper dan gemiddeld. Een voor de hand liggend antwoord zullen ze bij multiple choice niet snel aanvinken. Zo simpel kan het toch niet zijn?”

6Laat herhaling- en oefenstof weg
Als hoogbegaafden iets eenmaal onder de knie hebben, willen ze iets nieuws. “Werk in groepen. De ene groep krijgt instructie, terwijl de andere groep alvast aan de slag gaat”, zegt Nicolette Ouwejan. Maak de lesstof compacter, zodat je tijd overhoudt voor verdieping of verrijking. Op www.infohoogbegaafd.nl staat hoe je lesstof voor primair en voortgezet onderwijs compacter kunt maken.

7Bied de stof in samenhang aan
Stapsgewijs de methode doorwerken is dodelijk voor hoogbegaafde kinderen, zegt Jan Hendrickx. “Bespreek het doel waar je uit wilt komen. En neem dan stappen terug om te zien hoe je daar komt. De stof in brokjes aanbieden, is onlogisch voor leerlingen die het verband willen snappen. “Optellen en aftrekken horen bij elkaar, evenals de keer- en de deeltafels. Bied deze dus niet afzonderlijk van elkaar aan. Het metrieke stelsel moet je ze ook als compleet systeem uitleggen, want het functioneert op dezelfde manier bij lengtematen, inhoudsmaten en gewichten.”

8Laat het kind extra presteren
Als het kind in groep 6 door de rekenstof heen is, maak dan de overstap naar wiskundige projecten. Of laat een kind een ondernemingsplan schrijven en financieel doorrekenen. Of gebruik de ruimte voor filosofie, of het leren van Chinees of Spaans. “Luister goed naar wat het kind wil”, adviseren Ouwejan en Bosma. “Zorg dat het niet te makkelijk is. Stel eisen. Het kind moet een echte prestatie leveren.”

9Geef fantasie de ruimte
Creativiteit kenmerkt hoogbegaafden. Daarom moet binnen alle vakken ruimte zijn voor het gebruiken van hun fantasie, voor creatieve toepassingen. Jan Hendrickx: “Zoals Einstein zei: Imagination is more important than knowledge.”

10Wees helder tegen ouders
Benader ouders vanuit de gezamenlijke verantwoordelijkheid. “Spreek af hoeveel extra stof je per week kunt aanbieden en geef de grenzen aan”, zegt Bosma.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.