• blad nr 14
  • 19-9-2009
  • auteur . Overige 
  • Mijn leerling & ik

 

Desi & Carlo

De eerste ontmoeting met Carlo zal Desi van den Broek nooit vergeten. “Hij had een oranje geruit bloesje aan en ik vond hem meteen grappig.” Carlo Janssen herinnert zich de gebeurtenis van tien jaar geleden ook nog goed. “Kom ik in de klas om kennis te maken, flapt zo’n Brabants grietje van negen er opeens uit dat ze mij aan ‘ons mams’ wil laten zien.” En toen moest het schooljaar nog beginnen.

Het werd een dynamisch, leuk en soms chaotisch schooljaar op basisschool de Polderhof in Oss. Carlo: “Ik heb begin september meteen een griezelfeest georganiseerd. Officieel ter ere van mijn verjaardag, maar ik had vooral het doel om van die dertig leerlingen een hechte groep te maken.” Desi laat een foto zien van de groep tijdens het griezelfeest. Alle kinderen zijn verkleed als vampier, heks of andere griezel. Carlo zelf heeft zich gehuld in een dikke rode panty, een draculapak en duivelsoortjes. “Ik heb nog een week jeuk gehad van die panty, verschrikkelijk. Maar wat was het verschrikkelijk leuk, en de groep was een groep geworden, precies wat ik wilde. Na die dag leek het wel alsof we elkaar al een jaar kenden.”

Stoelen aan de kant
Carlo: “Ik zeg altijd maar dat je met z’n allen de klas maakt. De kinderen net zo goed als ik. Daarom vind ik het belangrijk om als leerkracht ook iets van jezelf te laten zien. Om uit de anonimiteit te komen. Ik weet nog wel dat ik een keer een briefje uit de klas onderschepte waarop stond dat ik zo ‘grijnzig’ was. Kan ik natuurlijk boos om worden. Maar ja, het was wel waar, ik was chagrijnig. Ik heb er daarom onder geschreven ‘Is zo weer over, hoor’. En ik heb het briefje weer doorgegeven. Je bent toch ook een mens? Door jezelf te laten zien creëer je een band. En op basis van die band kun je kinderen echt helpen. Als je dat doet met autoriteit of macht, help je niet echt.”
Dus toen Carlo vader werd, stond Desi als allereerste op de stoep om een cadeautje te geven. Later heeft ze nog wel eens opgepast op zijn kinderen. En nu dansen Carlo en Desi af en toe samen op dezelfde dansschool. Hun eerste dans vond echter al zo’n tien jaar geleden plaats in een schoollokaal. Desi: “Ik kreeg extra les van hem over staartdelingen. Maar het lukte maar niet, om gek van te worden. Op een gegeven moment keek Carlo me aan en vroeg me waar ik goed in was. In stijldansen, zei ik. Tot mijn verbazing trok hij me van mijn stoel af en zei: ‘Kom op, we gaan iets doen waar je goed in bent, we gaan dansen’. Stoelen aan de kant en daar gingen we. Hij liet me zien dat ik niet onzeker hoefde te zijn over de dingen waar ik niet goed in was. Er waren immers andere dingen waar ik wel goed in was.”

Cement van de klas
Desi en Carlo bladeren door het vriendenboekje dat Desi mee heeft genomen. Opvallend is dat niet alleen Desi, maar ook Carlo over ieder kind nog wel iets grappigs of aardigs te vertellen heeft. Op de vraag hoe hij zich Desi herinnert, steekt Carlo van wal. “Desi was het cement van de klas, zo’n meisje dat met niemand ruzie heeft en die je op alle plekken in de klas kunt zetten. Ook kon ze goed organiseren en de boel op sleeptouw nemen. En het knapste was eigenlijk nog dat ze andere kinderen de ruimte gaf om te floreren.” Desi: “Carlo kende ons allemaal goed, dat is ook precies het fijne van Carlo als leraar. Je had echt het idee dat hij wist wie wij waren. Hij wist ons op onze sterke punten aan te spreken, en hij oordeelde niet. En natuurlijk organiseerde hij heel vaak gekke dingen. Dat griezelfeest om te beginnen, maar ook doorgeefverhalen. En er stond wel eens een vraagteken op het rooster. Dat betekende dat we een briefje uit de pot mochten trekken. Op die briefjes stonden allemaal activiteiten. We hebben van alles gedaan. Het was altijd weer een verrassing.” Carlo: “Je moet elke dag iets leuks meemaken, ook in het onderwijs.”

Durf af te wijken
Carlo werkt inmiddels ook als intern begeleider op de Polderhof. “Als collega’s bij me komen met probleemgevallen vraag ik ze altijd wat ze al gedaan hebben om iets uit te leggen aan het kind. Weet je, natuurlijk zit je soms goed in de knoop met een kind, maar probeer het dan via een andere weg. Ergens moet je binnenkomen. Ik zit ook nooit zo vast aan bepaalde methodes, je moet durven afwijken. Kijk naar het kind, niet naar de regeltjes. Ik zie een leerkracht daarom ook wel eens als een marktkoopman. Je moet het zien te verkopen.
Of het nou een stofzuiger, een kilo sinaasappels of leerstof is.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.