- blad nr 13
- 5-9-2009
- auteur . Overige
- Redactioneel
7 tips
Omgaan met dyslectische leerlingen
1. Breng leerlingen in de juiste stemming
Leerlingen komen in verschillende stemmingen de klas binnen. Als docent wil je graag dat ze open staan om te leren. Heleen Schoots, senior adviseur bij KPC Groep: “Ik heb in het voortgezet onderwijs een docent gekend die met een dobbelsteen bepaalde of hij een toets ging afnemen of niet. Bij een even getal ging het proefwerk door, bij een oneven niet. Je kunt je voorstellen dat dat bij zijn leerlingen stress veroorzaakte. Dyslectische kinderen zijn bij de taalvakken vaak faalangstig, dat is helaas op de basisschool al opgebouwd. Ze zijn gebaat bij een zekere voorspelbaarheid in lessen, eigenlijk geldt dat voor elk kind. Dus geen gedobbel, maar denk na over hoe je de les start en zorg voor een duidelijk begin. Prikkel de nieuwsgierigheid van leerlingen.”
2. Hersenen houden van betekenis
Leren is het uitbreiden en versterken van je neurale netwerk. Om te zorgen dat nieuwe informatie beklijft, moet het goed worden opgeborgen en aansluiten bij de verbindingen in je brein die er al zijn. Schoots: “Leerlingen met dyslexie hebben moeite met het onthouden van betekenisloze informatie. Een formule letterlijk reproduceren is vaak moeilijk, het kind moet de betekenis van de formule begrijpen. Zet daarom feiten en jaartallen in een samenhangend geheel, bijvoorbeeld op een tijdlijn.” In het basisonderwijs adviseert de onderwijsbegeleidingsdienst NoordWest ‘het spiekschriftje’. Het schriftje biedt zowel dyslectische als spellingzwakke leerlingen houvast bij het spellen, omdat ze hun spellingproblemen erin kunnen opzoeken. Cindy Dekker van de begeleidingsdienst: “De tweetekenklanken, als ‘eu’, ‘ui’, ‘oe’, ‘ei’ en ‘ie’ zijn lastig te onderscheiden. We leren kinderen daarom ezelsbruggetjes aan, met auditieve en visuele ondersteuning. Voor de ‘ui’ spitten we een kuil bij de school, zo diep dat de ‘u’ van ‘put’ erin past. Als je klaar bent met spitten, zet je de schep (in de vorm van de ‘i’) ernaast. Bij dit steuntje moet de leerkracht benadrukken dat je eerst de kuil graaft en daarna pas de schep er rechts naast zet (in de leesrichting). Behandel het ezelsbruggetje klassikaal, dan hebben al je leerlingen er baat bij.”
3. Maak van leren een sociale bezigheid
Een groot voordeel van samenwerkend leren is dat kinderen gebruik kunnen maken van elkaars sterke kanten en van en door elkaar leren. Bij samenwerkend leren heeft iedere leerling een duidelijke rol. Een dyslectisch kind zal in deze context meestal niet kiezen voor een ‘talige’ rol, zoals bijvoorbeeld de notulist of de voorlezer. In de rol van voorzitter zal het zich waarschijnlijk beter thuis voelen.
4. Maak gebruik van zoveel mogelijk zintuigen
Ieder kind heeft talenten. Dat is het uitgangspunt van meervoudige intelligentie. Het verbaal-linguïstische kind is gevoelig voor talige informatie en houdt van het spelen met vocabulaire, spelling en het doen van woordspelletjes. Een visueel-ruimtelijk ingesteld kind denkt in beelden, leert door zien en doordat een ander het voordoet. Dyslectische leerlingen zijn vaak logisch-mathematisch intelligent, ze leren onder andere door het ordenen van de overeenkomsten en verschillen. Volgens de psycholoog Howard Gardner zijn op dit moment acht intelligenties te onderscheiden. Schoots: “Ons onderwijs is ongelooflijk talig. Onze toetsen en verwerkingsopdrachten zijn vaak zodanig opgebouwd dat het een beroep doet op de verbaal-linguïstische intelligentie. Wissel daarom je presentaties en je manier van toetsen af. Teken bijvoorbeeld Jeruzalem groot op het schoolplein en laat de klas daar gaan staan, waar de meeste mensen wonen. Hiermee kom je tegemoet aan de visueel-ruimtelijke en de motorische intelligentie.”
5. Het gaat om het patroon en de samenhang
Dé uitvinding voor kinderen met dyslexie is de mindmap. Het is een techniek die leerlingen kan helpen om informatie, gedachten en denkpatronen in beeld te brengen. Het helpt ze nieuwe verbanden te zien, op andere ideeën te komen en overzicht te houden. Mindmapping zorgt ervoor dat je zowel van het rationele/logische denken, als van je creativiteit, als van beelden gebruikmaakt. Mindmapping pas je vooral toe als je veel informatie moet verwerken. Tijdens het verzamelen van de gegevens breng je tegelijkertijd structuur en verbanden aan. Sonja van Berge Henegouwen, moeder van de dyslectische Thijs (twaalf jaar) en Max (negen jaar) benadrukt: “Ict-hulpmiddelen zijn niet meer weg te denken in het onderwijs aan dyslectische kinderen. Laat je leerlingen zoveel mogelijk gebruikmaken van ‘technische maatjes’ die hen helpen bij het zelfstandig lezen, spellen, schrijven, studeren, huiswerk, toetsen en examens maken. De digitale mindmap is daar maar één voorbeeld van.”
6. Geef ze de tijd en de ruimte
Bij het leren doorloop je drie stadia: onthouden, begrijpen en toepassen. Onthouden vraagt om herhaling. Begrijpen vraagt om verwerkingsactiviteiten als structuur aanbrengen, samenhang ontdekken, de stof met elkaar bespreken. Dit vraagt tijd. Je hebt immers pas echt iets geleerd als je het kunt toepassen. Van Berge Henegouwen: “Er iets leuks van maken, niet teveel druk uitoefenen, dagelijks de nieuwe en oude stof herhalen en niet boos worden als het de ene dag beter lukt als de andere.”
7. Rem angst, stimuleer uitdaging
Mensen onthouden spannende dingen beter. Lichte, kortdurende stress bevordert namelijk de opslag van kennis in het langetermijngeheugen. Angst of langdurige stress belemmert die opslag van kennis juist. In een veilige omgeving kunnen leerlingen uitgedaagd worden om hun grenzen te verleggen.
Schoots: “Creëer veiligheid door eerst de vraag te stellen, bedenktijd te geven en daarna pas de naam van de leerling te noemen.” Van Berge Henegouwen voegt toe: “Stimuleer het dyslectische kind in wat het wel kan.”
{noot}
Deze tips zijn ontleend aan het boekje De zeven principes van een rijke leeromgeving, van de KPC Groep. Dit boekje is – net als een kaartenset over de zeven principes - te bestellen via www.kpcgroep.nl publicaties.