- blad nr 13
- 5-9-2009
- auteur E. Helder
- Column
Loslaten
Tevreden rijd ik naar huis. De zon doet goed haar best. De radio aan, raampje open en genieten maar. Thuis aangekomen gooi ik mijn tas in de kast. Die raak ik de aankomende weken niet meer aan. Bevrijdend zeg. Ik ga een heleboel dingen doen en een heleboel ook niet. Het is vakantie!
Een week later zitten we op de camping voor de tent in Zwitserland. Vanaf onze locatie hebben we een prachtig uitzicht op een kabbelend riviertje, een hooggebergte en heel veel vakantiegangers. Genoeg om naar te kijken en van te genieten. Mijn buurman op de camping heeft verdacht veel weg van mijn mannelijke collega’s. Het is de manier waarop hij loopt, gebaart, communiceert en geniet van zijn welverdiende vakantie. Je kunt je werk nog zo los willen laten in je vakantie, de echte onderwijzer wordt met gemak herkend door een onbekende campinggast. En dat terwijl je je uiterste best doet om aan het nu–even–niet-principe vast te houden. De leesbril op het puntje van zijn neus en de geitenwollen sokken aan zijn voeten zeggen me dat ik gelijk heb. Hebbes! Ik heb er weer één. Leuk spel voor op de camping: docentje scoren.
Hoe vaak zal hij in de vakantie aan zijn lessen denken? Eén, twee keer misschien? Loslaten is iets wat ik heb moeten leren. Een vervelende opmerking van een leerling of collega kon mij wekenlang bezighouden. Er zijn tijden geweest dat ik mijn les van minuut tot minuut voorbereidde. Dat waren zware tijden. Ik zou het niemand aan willen raden. De gedachte dat mijn lessen op die manier het beste zouden lopen, heb ik moeten laten varen. Elke les loopt uit op een teleurstelling. Leerlingen houden niet van een gespannen docent met een strak gezicht, overtuigd van haar eigen regels. Dat houden ze een lesje vol, daarna hebben ze het wel gezien. Er moet ook nog gelachen worden!
Vraag me niet hoe, maar ik heb het een schooljaar vol weten te houden. In de zomervakantie na mijn eerste jaar heb ik mezelf eens flink aangepakt. Ik gooide het over een andere boeg. Minder voorbereiding en minder doelstellingen maakte van mij stukje bij beetje een ontspannen en frisse docent. Ik kreeg wat ik wilde: een prettige werksfeer voor zowel de leerlingen als de docent. Na de eerste week jubelt Maureen: “Mevrouw, u bent heel anders geworden, u bent veel leuker dan vorig jaar!” “Jullie zijn ook veel liever, zeg ik lachend.” Lang leve de wisselwerking.
Het is maandag. Tevreden rijd ik naar school. De zon doet nog steeds goed haar best. De radio aan, raampje open en genieten maar. De vakantie heeft haar werk gedaan. Ik heb alles op de rit en ben vol goede moed. Kom maar op met die schatjes. Daar heb ik vakantie voor nodig. Het is een kans om op te laden, om rust te vinden en los te laten. Ik wil tot inzicht komen, verbeterpunten opschrijven en vervolgens in de praktijk uitvoeren. Elk jaar weer. Zes jaar voor de klas. Vijf vakanties in één jaar. Tel uit mijn winst. Wat ga ik nog groeien!