- blad nr 13
- 5-9-2009
- auteur E.. Prins
- Redactioneel
De jaarlijkse stoelendans om de groepen
Puzzelen met ‘poppetjes’
Vorig schooljaar werd Mirjam van der Zwet, leerkracht op de Godelindeschool in Naarden, tot haar grote verbazing ingedeeld voor groep 8. Ze werkte net twee jaar op de school en had tot dan toe voor groep 5 gestaan. Ze ging ervan uit dat ze dat nog een jaar zou doen of misschien naar groep 6 zou gaan, zoals ze als voorkeur had aangegeven. Het werd dus groep 8. “Dat is een grote stap, qua kinderen en lesstof.”
In het gesprek dat Van der Zwet hierover met de directie had, vergat ze te vragen waarom. “Ik was te overdonderd”, zegt ze ruim een jaar later. “En ik vond het ook wel leuk om gevraagd te worden voor groep 8. Dat is toch een bijzonder jaar met veel extra’s. Ik heb het wel opgevat als teken dat ik het blijkbaar goed deed. Ook wist ik dat ik hele leuke en goede collega’s zou krijgen, mede daardoor zag ik het wel zitten.”
Overdonderd worden door de keus van de directie: het overkomt aan het einde van het schooljaar honderden leerkrachten in het basisonderwijs. Dan komt immers ‘de uitslag’ van de jaarlijkse stoelendans. Weken ervoor gonst het al in de gangen: wie krijgt volgend jaar welke groep? Moet je je lokaal leeghalen voor een ander, je in de vakantie nieuwe lesstof eigen gaan maken? Of kan je rustig op vakantie in de wetenschap dat je het nieuwe schooljaar dezelfde groep hebt?
“Het houdt iedereen heel erg bezig. Er wordt altijd druk gespeculeerd en mee gepuzzeld”, zegt Eva de Brabander, leerkracht aan basisschool Onze Wereld in Den Haag. “Zeker zo tegen het eind van het schooljaar is het echt het gesprek van de dag.”
De afgelopen zes jaar stond De Brabander voor groep 2. Eerst twee jaar als inval- en taakleerkracht. Sinds vier jaar heeft ze haar eigen groep. Voor het nieuwe schooljaar hoopte ze op groep 3, maar het werd groep 4, zo hoorde ze 19 juni. “Dat was een verrassing”, zegt ze. “Ik had me ingesteld op groep 3, dus moest even omschakelen, maar eigenlijk vind ik de hele middenbouw leuk.”
Afwachten
De meeste leerkrachten hebben een duidelijke voorkeur, zeker voor onder-, midden- of bovenbouw. Voor de puzzel van de formatie begint, mogen leerkrachten op vrijwel alle scholen die voorkeuren kenbaar maken: een eerste en tweede keus en soms ook nog een derde. Op sommige scholen mogen leekrachten daarnaast ook een voorkeur voor een duopartner uitspreken.
In hoeverre er vervolgens rekening wordt gehouden met de wensen, verschilt van school tot school. Een - willekeurige - rondgang langs een flink aantal directies en leerkrachten leert dat het op de meeste scholen als volgt gaat: gemotiveerde voorkeur(en) opgeven, schriftelijk of mondeling, en vervolgens afwachten wat de directie beslist, al dan niet voorafgegaan door een individueel gesprek.
Zo geven de leerkrachten op Onze Wereld, een school met 32 groepen en zo’n 90 personeelsleden, al in maart/april hun voorkeuren op, minimaal drie. Vervolgens begint het lange wachten op een brief in het postvak, vertelt De Brabander. “Er wordt niet uitgebreid verteld waar de keuzes op gebaseerd zijn. Alleen als zij heel afwijkend of verrassend is, wordt de beslissing in een persoonlijk gesprek toegelicht.” Een gesprek had ze dit jaar niet, maar de motivatie om haar groep 4 te geven, weet ze wel: anders zouden er teveel nieuwe mensen in groep 4 komen te staan. Ze vindt de manier waarop de formatie bij haar op school gaat “prima”, alleen zou De Brabander het graag eerder weten. “Maar ik benijd de directie niet. Het lijkt me een heel lastige klus.”
“Het is een gigapuzzel”, zegt Marie-Janne van der Vliet, sinds 1 februari directeur van de Godelindeschool in Naarden. Juist daarom heeft ze een systeem bedacht waarbij de leerkrachten mee mogen puzzelen. Letterlijk.
Eind mei werden alle 55 personeelsleden uitgenodigd voor een bijeenkomst over het onderwerp – er kwamen er ruim 30. Op deze middag introduceerde Van der Vliet het door haar bedachte formatiespel. Dat gaat als volgt: de leerkrachten worden verdeeld in drie groepen. Elke groep krijgt een groot vel met daarop de groepsindeling (welke groepen zijn er op welke dagen) plus alle taken als ib’er en ict’er. Elke groep krijgt ook een stapel kaartjes met de namen van alle leerkrachten. Voor een fulltimer staan vijf kaartjes, voor een leerkracht die twee dagen werkt, zijn er twee kaartjes met zijn naam. Tot slot beschikt elke groep over ieders wensen en voorkeuren. En dan kan het puzzelen beginnen. Zo’n anderhalf uur lang wordt er gediscussieerd en geschoven met kaartjes. “Een prachtig proces”, vindt Van der Vliet. “Daar kan ik heel erg van genieten.”
Draagvlak
Van der Vliet bedacht het spel op haar vorige school. “Ik zie de formatie als een gezamenlijke verantwoordelijkheid”, motiveert ze. Bovendien hoopt ze op deze manier meer betrokkenheid en daarmee ook meer draagvlak te krijgen.
De formatie is een verantwoordelijkheid van het hele team, vindt ook Leo Zandbergen, directeur van de Meander in Spijkenisse. Hij laat leerkrachten daarom niet alleen schriftelijk hun eigen voorkeuren aangeven, maar ook een antwoord op de vraag: Welke collega vind jij voor welke groep het meest geschikt en waarom?
Mede op basis van die informatie maakt hij samen met de adjunct-directeur het plaatje dat besproken wordt in een teamvergadering. Daarvoor heeft hij dan al met alle zeventien leerkrachten een individueel gesprek gehad. “Daardoor weet iedereen al een beetje onze ideeën en motivatie en zijn er zelden verrassingen.”
Van der Vliet maakt, met het managementteam, op basis van de drie plannen van de puzzelmiddag een ‘semi-permanent plan’ dat ze de dagen erna met iedereen afzonderlijk bespreekt. Een week later ligt er dan een definitief plan.
Wat is het beste voor de school? Dat is het belangrijkste waar directies naar kijken bij het maken van het ‘formatieplaatje’. “Uiteindelijk gaat schoolbelang boven individueel belang”, aldus Van der Vliet.
Maar de wensen van leerkrachten zijn wel een belangrijke factor, benadrukken alle directies. Dat iedereen op een goede plek zit, is immers ook in het belang van de school. “Als mensen zich lekker voelen voor een groep is dat in ieders belang”, zegt Martha Groot, directeur van openbare daltonschool Waterland in Den Haag.
Veel hangt verder af van de visie die een directie heeft op rouleren en ‘brede inzetbaarheid’ van leerkrachten. Rouleren is doorgaans het streven, maar vaak blijft dat beperkt tot binnen een bouw. Leerkrachten hebben namelijk vaak niet alleen een voorkeur voor een bouw, maar ook meer aanleg om juist met oudere of met jongere kinderen om te gaan.
Een uitzondering op het streven naar rouleren, wordt vaak gemaakt voor de kleutergroepen, door veel directies aangeduid als ‘toch een vak apart’, en soms voor groep 8. Over dit bijzondere laatste jaar hebben leerkrachten vaak ook een uitgesproken mening: juist graag wel of juist niet.
Bij de vraag wel of niet rouleren, speelt ook de grootte van de school een rol. Een grote school biedt nou eenmaal meer mogelijkheden om te ruilen en te veranderen dan een kleine.
Tot slot hanteren vrijwel alle scholen het principe dat een leerkracht minimaal twee en liever nog drie of vier jaar dezelfde groep heeft, om er goed in te groeien. Zo wist Van der Zwet van de Godelindeschool dit jaar vrijwel zeker dat ze opnieuw groep 8 zou krijgen, dat deed ze immers nog maar een jaar.
Gemor
Zolang de leerkrachten één van hun voorkeuren krijgen, levert ‘de stoelendans’ zelden grote problemen op. Maar het kan ook anders. Op een kleine dorpsschool in Noord-Holland leidde de formatie dit jaar tot emotionele taferelen. De directeur wil daarom voor de rust in de school liever anoniem blijven. Ze is nu anderhalf jaar directeur en besloot dit jaar heel bewust zelf ‘het plaatje’ te maken. “Ik wilde geen discussie in een vergadering om te voorkomen dat degenen met de grootste mond het voor het zeggen zouden krijgen en de overigen niets meer durfden te zeggen.” Zestien leerkrachten had ze te verdelen over acht groepen. Een ingewikkelde klus, vond ze. “Er zijn wel twintig versies geweest voor de definitieve.”
Toch, ondanks die zorgvuldigheid, leidde haar autoritaire aanpak bij een enkeling tot gemor of erger. “Het is hier heftig geweest”, zegt ze. “Smijten met deuren, huilen, de bond bellen, dreigen met opstappen.” Want ook al kreeg vrijwel iedereen zijn eerste of tweede keus, in haar plaatje waren meer veranderingen dan in de jaren ervoor. Niet zo gek, want leerkrachten die al tien jaar of langer voor dezelfde groep stonden, waren op de school geen uitzondering. Bovendien was het eindresultaat ‘slikken of stikken’. “Ik gaf iemand een week om na te denken, dan gingen we weer om de tafel. Maar het was niet onderhandelbaar.”
“Er is altijd wel wat gemopper, je kan nooit iedereen tevreden stellen”, zegt Van der Zwet. Ze vond het fijn dat ze dit jaar mee mocht denken. “Het haalt een beetje de spanning uit de lucht.” Het ‘formatiespel’ was lastiger dan van tevoren gedacht, zegt ze. “Het moeilijkste is als te veel mensen hetzelfde willen.” Uiteindelijk ging het maken van het plaatje in haar groepje ‘redelijk vanzelf’, maar helemaal rond kregen ze het niet.
Het mogen meepuzzelen maakt volgens haar dat leerkrachten het makkelijker accepteren als ze niet hun eerste of tweede keus krijgen. “Je weet nu hoe lastig het is en waar de knelpunten zitten.”