• blad nr 13
  • 5-9-2009
  • auteur L. Douma 
  • Redactioneel

Alexander Pechtold scoort onder AOb-leden 

In het onderwijs zijn we achteruit gehold

D66-voorman Alexander Pechtold scoort in het onderwijs. Uit een peiling onder AOb-leden, eerder dit jaar, bleek dat de aanhang van D66 bijna even groot is als die van de PvdA. Misschien niet verwonderlijk, want Pechtold zet fors in op onderwijs. “Als ik de komende tijd – zelfs tijdens de crisis – ergens nog een euro vandaan kan peuteren, gaat die naar onderwijs.” Aan de andere kant is de fractieleider ook voor het verhogen van de aow-leeftijd en wil hij de huidige cao’s ter discussie stellen - zaken waar vakbondsleden nu niet bepaald warm voor lopen.

Het is oud nieuws. D66 werd bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen vrijwel weggevaagd. Onder onderwijspersoneel raakte de partij meer dan de helft van haar aanhang kwijt. De meeste onderwijswerknemers die voorheen op de sociaalliberalen stemden, kozen in 2006 voor de PvdA, een partij die traditiegetrouw groot is onder vakbondsleden.
Van de zes zetels bleven er in 2006 slechts drie over voor D66. Alexander Pechtold vergelijkt zijn partij met de mavo. “Een ijzersterk merk”, noemt hij dat onderwijstype. “De mavo groeit weer in populariteit. Ik denk dat de leerling die meer met het hoofd en minder met de handen wil, ook makkelijker vanaf de mavo kan opstromen naar havo en later naar het hbo. En dus ben ik blij dat we de mavo nooit hebben afgeschaft. Er zijn meer ijzersterkte merken die de afgelopen veertig jaar wel eens wegzakten, maar daarna net zo hard weer terugkwamen. Denk maar aan de partij die ik vertegenwoordig.”
Want D66 is terug. In ieder geval onder onderwijspersoneel. De 5 miljard die de sociaalliberalen in het verkiezingsprogramma van 2006 voor onderwijs uittrokken, was niet voldoende om onderwijzers te lokken. De nieuwe lijsttrekker van D66, Pechtold, kon de kiezers destijds ook niet verleiden. Zijn optreden van de afgelopen drie jaren lijkt dat ten goede te hebben gekeerd. Vorig jaar al bleek uit een peiling onder AOb-leden dat D66 8 procent van de stemmen kreeg, een groei van 3 procent ten opzichte van 2006. Dit jaar krijgt de partij maar liefst 20 procent van de stemmen.
Over die 5 miljard die D66 in 2006 voor deze en de komende kabinetsperiode in het vooruitzicht stelde, zegt Pechtold nu: “Het Centraal Planbureau had dat doorgerekend en goedgekeurd. Maar laten we eerlijk zijn: hadden wij nu geregeerd, dan had ik met mijn handen in het haar gezeten. In crisistijd hadden wij die belofte niet waar kunnen maken. Dat neemt niet weg dat ik als ik de komende tijd ergens nog een euro vandaan kan peuteren, die euro uitgeef aan onderwijs.”
Wat Pechtold betreft heeft de overheid een grote taak in het onderwijs. “Op heel veel vlakken zou de overheid zich wel wat terughoudender mogen opstellen. Op het gebied van veiligheid bijvoorbeeld heeft de overheid een taak, maar dat neemt niet weg dat er altijd dingen mis zullen gaan. Wat integratie betreft vind ik zelfs dat de overheid nauwelijks een taak heeft. Cultuur en religie kun je nauwelijks forceren. Wel kun je omstandigheden veranderen, sociaaleconomische omstandigheden bijvoorbeeld. Ik zie in onderwijs een manier om tot integratie te komen, tot emancipatie en tot zelfbewustzijn. Als ik nou íéts moet benoemen waarin de overheid volgens mij een belangrijke rol speelt, is dat in de kwaliteit van onderwijs en kennis.”
Over die onderwijskwaliteit maakt hij zich ernstig zorgen. “In 2006 zeiden we dat we op allerlei onderwijsgebieden in de top vijf wilden staan. Uit de Kennisinvesteringsagenda bleek dat we toen bij rekenen Europees op de zesde plaats stonden, bij natuurkundeonderwijs stonden we op een tiende plaats en voor lezen stonden we op nummer twee. Waar staan we nu? Die zesde plek is een negende geworden, die tiende een zeventiende en die tweede plek een twaalfde. We zijn dus achteruit gehold. En dat wil men maar niet erkennen in Nederland. Een land dat dit soort cijfers niet serieus neemt, trekt een gevaarlijke wissel op de toekomst.”

Revolutionair
Wat moet er volgens u gebeuren?
“Goed onderwijs begint al op het consultatiebureau. Nog voordat de geboorte heeft plaatsgevonden kun je - als je de moeder ziet - inschatten of iemand een taalachterstand krijgt. Daar moet je dan direct mee aan de slag. Ik wil af van het idee dat onderwijs iets is dat zich in de kindertijd en adolescentie afspeelt. Laatst las ik dat ze in Oostenrijk tot het jaar voor de pensioengerechtigde leeftijd – net als in Nederland 65 – een taak zien voor de overheid om te investeren in herscholen en bijscholen. Dat is wel mijn ideaal.”
Een ander ideaal is de lerarensalarissen opkrikken.
“Ik maak me zorgen om het lerarentekort. Ik vind dat het ministerie zich rijk rekent nu de aanmeldingen voor lerarenopleidingen stijgen. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de zekerheid van een overheidsbaan ten tijde van crisis. Maar daar kun je geen meerjarig onderwijsbeleid op voeren. Als je nu kijkt naar de leeftijdsopbouw van het lerarenkorps, schrik je je helemaal rot. Je moet het lerarenberoep aantrekkelijker maken. Maatschappelijk gezien moet je het beroep dusdanig belangrijk vinden dat je uit twee lerarensalarissen een hypotheek zou kunnen financieren. Nu is dat niet altijd het geval. En dus wil ik dat die salarissen collectief omhooggaan. Maar ik vind dat prestatie en schaarste zeker ook een rol moeten spelen. Een paar jaar geleden was het zo dat er in heel Nederland twee aanmeldingen waren voor de lerarenopleiding natuurkunde. Een leraar natuurkunde verdient nu 40 procent minder dan een oud-studiegenoot in het bedrijfsleven. Die 40 procent kun je echt niet wegpoetsen door te zeggen dat de vakanties in het onderwijs zo fijn zijn.”
Betekent dat het einde van de cao?
“Misschien van het collectivisme. Ik vind een cao wel een prettige verworvenheid. Maar het collectief bindende aspect is iets dat al langere tijd onder druk staat.”
Net als de aow-leeftijd. U wilt die leeftijd verhogen naar 67 jaar. Hoe ziet u dat voor zich: een 66-jarige leraar voor een klas vol pubers.
“Zou het uitmaken of iemand 64 of 66 is? Een aow-leeftijd is een indicator van vanaf waar je het verantwoordelijk vindt om staatspensioenen uit te gaan keren. Ik vind het verantwoordelijk om die leeftijd in 24 jaar tijd met twee jaar te verhogen. Omdat wij steeds vitaler worden, maar ook omdat onze onderhoudskosten, de gezondheidskosten, groeien. Bovendien denk ik dat werken ook na je 65ste interessant blijft als je het combineert met een leven lang leren. Ook moet je oudere werknemers arrangementen aanbieden waardoor ze meer vrije tijd krijgen, zoals die er nu ook al zijn. Maar dan moet je wel naar salarissen kijken. Nu is het zo dat iemand van 56 niet meer aan het werk komt omdat hij te duur is en ook nog eens recht heeft op extra vrije dagen. En dus moeten we volgens mij overwegen het loongebouw na een bepaalde leeftijd af te zwakken of zelfs af te toppen. Een revolutionaire gedachte, die ook geen partijstandpunt is. Maar wat mij betreft wordt dat dé spannende discussie van komend decennium.”

Tweede carričre
Mensen met een fysiek zwaar beroep kunnen wat u betreft op latere leeftijd conciërge of vmbo-leraar worden, zei u in een interview. Zijn dat geen zware beroepen?
“Altijd met je knieën in het zand is wat anders dan voor de klas staan. Het ene is fysiek zwaar, het andere vooral mentaal. Het gaat mij erom dat mensen zichzelf kunnen blijven ontwikkelen. Een stratenmaker houdt het niet tot zijn 65ste vol, laat staan tot zijn 67ste. Ik zou willen dat iemand die al op zijn zestiende is begonnen als stratenmaker zich op zijn 40ste, 45ste kan laten omscholen. Het beroep van conciërge is typisch een beroep waarvoor je geen twintig hoeft te zijn; iemand die in de tweede fase van zijn carričre zit kan dat beroep ook makkelijk aan. En een vmbo-leraar is veelal ook iemand die uit de praktijk komt. Eerst zit je zelf met je knieën in het zand, vervolgens word je misschien voorman en dan is het nog maar een kleine stap naar leraar. In de tweede fase van je carričre heb je meer ervaring en straal je meer rust en gezag uit. Zaken die belangrijk zijn in het onderwijs.”
Als die 20 procent van de AOb-leden echt op u gaat stemmen volgend jaar, wat gaat u dan voor ze doen?
“Er is ooit een Engels rapport geweest dat letterlijk stelde dat onderwijsinvesteringen het hoogste rendement opleveren. Wanneer je in onderwijs investeert, betaalt zich dat dubbel en dwars terug. Wat mij betreft vertaalt zich dat heel concreet naar een conciërge op elke basisschool, maar ook naar een leven lang leren. Ik wil af van het gebruiken van onderwijsgeld voor inkomensbeleid en ideologische speeltjes, zoals de gratis schoolboeken en de maatschappelijke stage. Initiatieven waaraan wel een half miljard verspeeld wordt! We gaan nu met de supermarkten praten over de maatschappelijke stage. Jongeren vullen straks op zaterdag betaald vakken en op woensdag onbetaald, omdat zij zogenaamd een maatschappelijke stage lopen. Soms denk ik echt dat we een beetje van het juiste pad af zijn.”

{kadertje}

CV

Alexander Pechtold werd 16 december 1965 geboren te Delft. Na zijn gymnasium studeerde hij een blauwe maandag rechten. Pechtold: “Na drie maanden was het wel duidelijk dat die opleiding niet aansloot op mijn gevoel van rechtvaardigheid. In die tijd was het een beetje zoals nu – een periode van grote werkloosheid – dus kon je maar beter gaan studeren wat je echt wilde. Want het maakte niet uit: werkloos werd je toch wel. Dan liever werkloos in iets dat je echt leuk vindt.” Werkloos werd Pechtold niet. Al tijdens zijn studie kunstgeschiedenis ging hij aan het werk als veilingmeester. In 1994 werd hij gemeenteraadslid in Leiden, daarna wethouder en in 2003 burgemeester van Wageningen. Hij kreeg landelijke bekendheid toen hij in 2005 Thom de Graaf opvolgde als minister voor bestuurlijke vernieuwing in het tweede kabinet-Balkenende. In 2006 werd hij na een pittige strijd met Lousewies van der Laan lijsttrekker van D66. Pechtold is getrouwd en heeft twee kinderen van vijf en zes.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.