- blad nr 13
- 5-9-2009
- auteur R. Wisman
- Mijn leerling & ik
Cathelijne & Lisa
Het was pas het tweede jaar dat juf Cathelijne Thomas, nu directeur van de Zuidwester in Haarlem, werkte bij basisschool de Wissel in Uitgeest. Lisa Templon, kind van een Nederlandse moeder en een Amerikaanse vader, stroomde na de zomervakantie in bij groep 5. “Mijn moeder had heimwee.”
Juf Cathelijne vond Lisa een “lekker kind”, vertelt ze. “Lief. Expressief: ze praatte – vergeleken met de meeste Nederlanders – een beetje overdreven. Met handgebaren. Typisch Amerikaans, zeg maar.” Ze paste echter goed in de groep. Lisa, lachend: “Ik zag er heel raar uit.”
“O ja?” Dat herinnert de oud-juf zich niet. “Op de eerste dag moest iedereen lachen, omdat ik sokken in mijn sandalen droeg. Waar ik woonde, had iedereen dat.”
Lisa sprak redelijk Nederlands, maar lezen en schrijven kon ze alleen in het Engels. “De kinderen dachten dat ik heel goed Nederlands kon, maar ik begreep de helft niet. Ik kon me redden, maar wist niet wanneer ik ‘de’ of ‘het’ moest gebruiken. Of neem het woord ‘suiker’. Ik kon het wel lezen, maar spontaan opschrijven lukte niet. Daarnaast had ik een heel erge kak ‘r’. Nog steeds wel een beetje trouwens.”
Juf Cathelijne maakte een plan om Lisa op hetzelfde niveau te krijgen als de rest. Zij voerde het zelf uit in haar vrije tijd. “Het aanvragen van ondersteuning duurt lang en het is dan de vraag of het gaat zoals jij dat wilt. Dan kan ik het beter zelf doen.”
Als de school uitging, bleef Lisa zitten om samen met de juf de stof voor de volgende dag door te nemen, zodat ze wist waar het over ging. Woorden alvast herkende. Cathelijne: “Ik probeerde dat wel gezellig te maken. Na een lange schooldag deden we eerst een pauze buiten met wat lekkers te eten en te drinken.”
Ze begonnen met taal, niveau groep 3. “We zijn bij het begin begonnen. De klanken. ‘Au’ was een nieuwe klank. De ‘sch’ kende ze niet. Dat hebben we in sneltreinvaart gedaan.”
Daarna kwamen de ‘begrijpend lezen’-kaarten aan bod. “Ze moest het niet alleen verklanken, maar ook weten waar het over ging.”
De taaldoelstellingen die ze stelde, toetste ze om de drie, vier weken aan een pi-dictee. Elke maand schreef Lisa een column in de schoolkrant over haar ervaringen in Nederland en Amerika. “Thanksgiving, Martin Luther King Day. Maar ook over de schoolbus waar ik aan gewend was, terwijl je hier gewoon naar school kunt lopen.”
Cathalijne: “Die teksten verbeterde ik bewust niet, zodat ze zelf de verandering zou zien. In het begin waren het relatief korte zinnen met wat spelfouten.”
Blokletters
Lisa: “Wat ik heel lastig vond, was het netjes aan elkaar schrijven. In de VS mocht je alles in blokletters doen.” Cathelijne, lachend: “Ik vond dat je alles snel en soepel oppikte.”
Dat dat niet zo was, bleek uit het wekelijkse gesprek met Lisa’s moeder. “Haar ouders waren heel betrokken en we namen elke week door hoe het ging. Ik zei dat ik zo blij was dat het zo lekker ging en dat het huiswerk ook echt gemaakt werd. Nou, zeiden ze, het kost ons bloed, zweet en tranen.”
Lisa: “Mijn boosheid uitte ik thuis. Ik was zomaar in een ander cultuur gedropt en sommige dingen die ik in Amerika al goed kon, moest ik afleren om mij vervolgens een nieuw systeem eigen te maken.”
Klokkijken was een ramp. Was het ineens ‘half negen’, terwijl ze half past eight gewend was. “Alle cijfers staan hier andersom. Drieëntwintig in plaats van twentythree.”
Ook rekenen vond ze lastig. “De methode Rekenrijk heb ik vervloekt. Ik zette getallen in rijtjes onder elkaar, maar dat mocht niet meer. Evenals breuken tegen elkaar wegstrepen. Ik snapte er niks van op jullie manier en kon daar best boos om zijn. Ik wil niet meer, riep ik dan.” Cathelijne: “Ach, kippetje, zei ik dan.”
Lisa: “Wat een geduld moet jij gehad hebben!” Haar oud-juf barst in lachen uit. Lisa: “Ik weet nog dat jij altijd koffie dronk. Dat vond ik cool. Jij was ook heel energiek. Ik voelde me wel klein naast jou.”
“Ja”, reageert de juf verbaasd.
Lisa is op haar beurt verbaasd dat Cathelijne haar als leerling onthouden heeft. “Ik ben niet iemand om te onthouden. Geen typisch lievelingetje of zo.”
“Je bent veel te bescheiden”, reageert haar juf. “Je dacht wel vaker dat je het niet kon, terwijl je nu nota bene op het atheneum zit!”
Aan het eind van groep 5 wilde Cathelijne dat Lisa ten minste avi-niveau 5 of 6 zou halen. Wat bleek: ze zat op 7. Een bovengemiddelde prestatie. De juf liet de hele klas ervoor opstaan en applaudisseren, herinnert Lisa zich. “Dat was gaaf. Ik voelde me super speciaal toen. Op mijn achtste vond ik het allemaal heel normaal wat de juf voor mij deed. Nu realiseer ik me dat ik heel dankbaar mag zijn dat iemand zoveel tijd en aandacht in mij heeft gestoken.”