- blad nr 13
- 5-9-2009
- auteur T. van Haperen
- Column
Zomerkolder
Zie hier een eeuwenoude onderwijsheid: de zomervakantie is goed voor leraren en leerlingen. Zeven weken niet naar school maakt gretig. En dus zijn mijn leerlingen in september stukken slimmer, bijdehanter en aardiger dan in juli. Net als in elke andere relatie, is ook die tussen de leraar en zijn leerlingen enkel productief als zij elkaar af en toe een tijd niet zien. Opnieuw beginnen staat nu eenmaal voor nieuwe kansen en nieuwe energie.
Een ervaringsgegeven dat nergens ter discussie staat, behalve in Nederland. Onze onderwijspolitici hebben namelijk na de mislukte vernieuwingen en het vastgelopen reorganiseren van de jaren negentig een nieuwe agendapunt: langere schooldagen en kortere vakanties. De achterliggende gedachte luidt: meer lessen betekent meer leren.
Het masterplan begint met zomerscholen voor achterstandsleerlingen en beleeft een definitieve doorbraak in 2011, als het voortgezet onderwijs een vakantieweek inlevert. En daar zal het niet bij blijven. In de Volkskrant legt staatssecretaris Sharon Dijksma uit waarom. ‘De huidige schooltijden en de lange zomervakantie stammen uit een agrarische tijd van voor de industriële revolutie, toen kinderen meewerkten op het land en hun ouders in de zomer hielpen met het binnenhalen van de oogst.’ Nu is de maïsoogst in september, die van aardappelen in april en gaan kinderen sinds mensenheugenis in die maanden naar school, maar wat maakt het uit? Uitbreiding van de lescapaciteit is de nieuwe Haagse operatie en ook bij deze vernieuwing klinkt de legitimerende riedel als vanouds: de samenleving verandert, het onderwijs moet mee, leraren zijn conservatieve klootviolen… Luister daar nooit naar! NRC Handelsblad voorziet het deuntje met een hoofdredactioneel commentaar van venijn. Letterlijk: ‘Onderwijzers kunnen lyrisch zijn over de bevredigende inhoud van hun baan; het contact met jonge mensen omschrijven ze als onvergelijkelijk. Maar die vrije zomer, die verder geen enkel beroep kent, beschouwen veel leerkrachten als het geëigende privilege dat de zwaarte, het veronderstelde geringe prestige en de matige betaling van hun werk verzoet.’
Dit gedram van journalisten en politici maakt het verweer van honderdduizend leraren kansloos. Argumenten als ‘geen land heeft kortere zomervakanties dan wij’ en ‘Finland haalt met 75 procent van de lestijd een hoger rendement’ kunnen nog zo waar zijn, ze worden weggehoond. De zomerkolder slaat toe, raast ongeremd verder. Over tien jaar is de Nederlandse school in de maanden juli en augustus open. De docentenbaan is dan een kantoorbaan met een aantal vrij opneembare vakantiedagen. Iedereen die met dezelfde werktijd elders meer kan verdienen, vertrekt. Kinderen krijgen les van de achterblijvers, hangen tijdens hun lange schooldagen verveeld in de banken en leren… niks!