- blad nr 13
- 5-9-2009
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Emoties lopen hoog op door bevolkingskrimp
Één kleuter in de poppenhoek
In het Drentse Elp liepen de emoties hoog op over het wel of niet sluiten van de laatste basisschool, de L.A. Roessinghschool. Het bestuur van de Stichting Openbaar Basisonderwijs Midden-Drenthe verzocht de gemeenteraad Midden-Drenthe in april om, gezien de forse terugloop van leerlingen, in augustus de school te mogen sluiten. Dat verzoek werd geweigerd, ondermeer omdat veel ouders tegen waren. Nu zijn er nog maar zeventien leerlingen over, de enige kleuter in groep 1 moet zijn fruithapje alleen eten. Roelof Huisman, algemeen directeur van de stichting, vindt het vervelend dat het allemaal zo gelopen is. “Wij hebben een tijd lang extra geïnvesteerd in de school, om meer ouders te trekken. Dat had geen effect, dan is het op een gegeven moment op. Ik begrijp de angst van ouders dat als de school sluit er helemaal niets meer overblijft in het dorp, maar dat is op dit moment het probleem van het platteland.” In Drenthe neemt het aantal 0 tot 14-jarigen tot 2015 met 10 procent af, in sommige gemeenten daalt het zelfs met een kwart. Voor besturen zijn piepkleine scholen een kostbare zaak, ze krijgen van de overheid wel een extra toeslag, maar die dekt de kosten niet*. Leerlingen kosten bijna drie maal zoveel als op een school van gemiddelde omvang. Toch vindt Huisman dat je niet alleen naar het geld moet kijken. “Het gaat om de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen op zo’n kleine school en of je nog wel genoeg kwaliteit kan bieden. Als je alleen in een groep zit is het onmogelijk om samen te werken. De gemeenteraad heeft onze expertise naast zich neergelegd. Een school sluiten ligt nu eenmaal gevoelig bij de kiezers. De PvdA wilde niet eens met ons praten, op de peildatum van 1 oktober zat de school nog op 31 kinderen, dus formeel hoefde het nog niet.” Huisman verwijt de gemeente geen enkel beleid te hebben als het gaat om de leegloop. “De gemeente wilde onze school handhaven terwijl er 3,5 kilometer verderop een brede basisschool wordt opgezet voor 650 leerlingen. Waar ben je dan mee bezig?” Of een kleine school nog kan voortbestaan hangt volgens hem af van het evenwicht. “Het is maatwerk, als je nog maar één kleuter in groep 1 hebt en vervolgens pas weer in groep 4 drie leerlingen, dan is het verband zoek.”
Import
Annette Pool, directeur van twee scholen waaronder de L.A. Roessingh, voelt zich soms net een kameleon. “Aan de ene kant is het geweldig voor het dorp dat de school er nog één jaar is, aan de andere kant zie ik veel nadelen. Ik ben nog gaan praten met de ouders van onze enige kleuter. Of ze zich wel realiseerden dat hun kind alleen in de poppenhoek moest spelen. Het oude team is vorig schooljaar opgestapt omdat ze niet langer op deze manier wilden werken, terwijl ze wel getraind waren in het werken met verschillende niveaus. We hebben nu drie leerkrachten die dus gemiddeld ieder zes leerlingen hebben. Je bent heel kwetsbaar, als er iemand ziek is, moet ik een vervanger hebben die groep 5,6,7,8 alleen doet. Organisatorisch moet je heel sterk zijn, met z’n vieren draai je overal voor op, je bent niet gauw klaar, het moet echt een roeping zijn. Als we gaan schoolzwemmen moet er één leerkracht achterblijven voor één leerling.” De strijd om de school heeft voor een tweedeling gezorgd onder de 350 inwoners, weet Pool. De import, mensen die vanuit het Westen in Elp zijn komen wonen, vond dat de grens was bereikt. Degenen die hier opgroeiden zeiden dat zij vroeger ook op die kleine school zaten. Maar dan zeg ik dat de huidige eisen anders zijn dan vroeger. Je moet bijvoorbeeld voorkomen dat het een gezellige huiskamer wordt.” Het verbaast haar dat er niemand is geweest die het personeel vroeg wat zij er eigenlijk van vonden. “Kinderen moeten leren, straks gaan ze naar het voortgezet onderwijs. Die overgang wordt nu wel heel groot, die scholen zijn juist in de provincie weer enorm met wel duizend leerlingen.”
Huisman van de Stichting Openbaar Basisonderwijs Midden-Drenthe heeft bij staatssecretaris Sharon Dijksma een pilot aangevraagd om op het platteland onderwijsteams te mogen maken die verantwoordelijk zijn voor een aantal scholen. “Wij hebben zestien basisscholen waaronder kleine scholen. Als je clusters maakt kun je bijvoorbeeld taken als IT-beheer met elkaar delen. Dat verlicht de werkdruk. In Groningen en Friesland willen ze dit ook gaan doen. We hebben alleen nog geen reactie gehad op onze aanvraag.” De staatssecretaris is wel bezig met een wet om kleine scholen (23 leerlingen) met perspectief op groei, een kans te bieden.
Omgekeerde bevolkingspiramide
In Zuid-Limburg, Groningen en Zeeland zijn ze al een beetje gewend aan het idee. Heel veel scholen sloten daar hun deuren al. In de Achterhoek is de boodschap nog niet overal doorgedrongen. “De onwetendheid is groot”, zegt schoolbestuurder Henk van der Esch. “Collega’s elders blijken totaal niet op de hoogte te zijn. Directeuren zijn nog steeds prognoses aan het maken voor nieuwbouw over vijftien jaar zonder de krimp te voorzien.” Hij weet zelf eigenlijk ook pas sinds anderhalf jaar dat hij heel anders naar de toekomst moet kijken. Van der Esch is bestuurder van de Orchidee Scholengroep voor voortgezet onderwijs met zes scholengemeenschappen in de Achterhoek. In het basisonderwijs in de Achterhoek is er op veel scholen nu al een vacaturestop. In het voortgezet onderwijs zullen de eerste tekenen van krimp zich over vijf jaar aandienen. “Het begint met minder brugklassen, maar ten slotte krijgen we, net als de besturen nu in Limburg, te maken met een aanzienlijke daling van het aantal leerlingen. In 2030 zal het aantal brugklassers met een kwart geslonken zijn.” Dat vooruitzicht is even wennen, daarom is Van der Esch nu nog vooral bezig mensen bewust te maken van het feit dat het zo is en dat het ook niet terug te draaien valt. Volgens het Kenniscentrum Bevolkingsdaling en Beleid krijgt maar liefst 60 procent van de gemeenten in Nederland te maken met een omgekeerde bevolkingspiramide. In de Achterhoek heeft bijna elke gemeente één school voor voortgezet onderwijs. Door de bevolkingsdaling wordt een deel daarvan in hun voortbestaan bedreigd. “Een brede scholengemeenschap met vijf of zes beroepsgerichte afdelingen is niet te bekostigen als het aantal leerlingen terugloopt naar duizend. Een beroepsgerichte leerweg waar een kwart van de leerlingen wegvalt, moet algauw opgeheven worden.” Van der Esch vreest daarom voor het verdwijnen van technisch onderwijs in een groot gebied.
Scholen zijn een belangrijke voorziening voor de gemeenschap. Als ook de basisscholen in de dorpen moeten sluiten, zullen gezinnen met jonge kinderen zich er niet meer vestigen. Dan ontstaan er, net als in Frankrijk, spookdorpen en -wijken. Van der Esch denkt dat lapmiddelen niet helpen, zoals pogingen om mensen uit de Randstad te verleiden om in de Achterhoek te gaan wonen. “Dat hebben ze in Frankrijk ook geprobeerd, daar is het ook niet gelukt.” Op zich vindt hij het geen ramp als een dichtbevolkt land als Nederland op een gegeven moment minder inwoners telt. “Je kunt ook van de nood een deugd maken door, zoals dat in Limburg gebeurde, parken in wijken aan te leggen in plaats van nieuwe huizen te bouwen. Wij zijn niet bang of boos, maar er moet wel nu al gekeken worden naar de gevolgen van de krimp.”
Averechts
Grootste zorg voor de krimpregio’s is het overeind houden van de noodzakelijke onderwijsvoorzieningen. De door het kabinet bedachte fusietoets heeft daarop een averechtse uitwerking. Van der Esch denkt dat het krimpscenario op het ministerie nog niet erg is doorgedrongen. “Ik vrees dat ze bij het ministerie bijvoorbeeld nog niet doorhebben dat er in de Achterhoek al een vacaturestop gaande is op veel basisscholen.” Dat er geen vertegenwoordiging was van het ministerie van Onderwijs op de eerste landelijke ‘Krimptop’, vindt hij een teken aan de wand. Van der Esch: “Wij zouden dat niet moeten pikken.”
De fusietoets is niet goed, want als er één ding is die de zaak kan redden dan is dat wel samenwerking en zo nodig ook fusie. “Daar moeten wij het van hebben. De politiek is kortzichtig bezig. Zij gaan af op het sentiment dat ontstaat wanneer een school opgeheven moet worden of moet fuseren. Natuurlijk is dat niet leuk, maar vaak is er geen andere weg. Het College Rolduc in Limburg is daar een voorbeeld van. Doordat de overheid ingreep is een fusie twee jaar getraineerd, terwijl er niet meer leerlingen kwamen. Nu is de fusie er toch, maar met een aanzienlijk vertraging. Ik zou tegen de overheid willen zeggen: Neem ons serieus. Wij kunnen realistisch tegen die krimp aankijken, maar we zullen steun nodig hebben. Minister Eberhard van der Laan heeft het wel begrepen, die zei dat het platteland indertijd veel heeft bijgedragen aan de ondersteuning voor achterstandswijken in de Randstad. Nu is er voor ons steun nodig, bijvoorbeeld om onze gebouwen te blijven houden. Die worden te groot.” Van der Esch is ook niet blij met de berichtgeving van de AOb dat er scholen zijn met grote reserves. “Dat zal voor sommigen gelden, maar ik heb ze niet. Onze reserves zitten deels in de schoolgebouwen en er staat weinig geld op de bank. Nu moeten wij onze reserves juist aanspreken, omdat ook Financiën ervan uitgaat dat schoolbesturen teveel geld hebben.”
Zootje
Terwijl men in de Randstad zit te springen om personeel, worden de vacatures in de krimpregio steeds schaarser. Toch verwacht Van der Esch nog niet zo snel grote werkloosheid onder docenten. “De vergrijzing levert volgens mij genoeg banen op. Voorlopig kampen wij nog met tekorten.” In Zuid-Limburg liep de vergrijzing niet gelijk op met de ontgroening. Al in 2008 moesten bonden en werkgevers daar om de tafel gaan zitten om te praten over het boventallige personeel. Rayonbestuurder van de AOb, Albert Krist, is achteraf erg blij dat er een sociaal plan zonder gedwongen ontslagen uit de bus kwam. “Bij de Stichting voortgezet onderwijs Parkstad Limburg zagen ze al snel in dat ze nu overtollig personeel hadden, maar dat ze over een tijdje eerstegraders nodig zouden hebben voor allerlei vakken. Voor het boventallige personeel, 35 fte van de 750 fte, werd een scholingsplan afgesproken. Bij het Carbooncollege in Zuid-Limburg hebben we dit jaar hetzelfde gedaan. Daar hebben ze met het boventallig personeel (40 fte’s van de 400 fte’s) een vliegende brigade gemaakt plus een scholingsplan. Dat kost natuurlijk geld, maar vlak voor mijn vakantie hoorde ik al dat de vacaturestop bij beide werkgevers is opgeheven, dus deze investeringen zijn niet voor niets geweest.” Krist verbaast zich vaak over de afwezigheid van formatieplannen. “Het is vaak een zootje. Er wordt nog veel te kortzichtig gehandeld. Directeuren gedragen zich soms net als kinderen die voor het eerst zakgeld krijgen. Als er 0,1 vacature is moet die direct opgevuld, terwijl er misschien het volgend jaar weer minder leerlingen zijn, dan staat er wel weer iemand op de loonlijst. Besturen weten vaak niet hoe de zaken ervoor staan. Terwijl, wanneer je meerjarige formatieplannen maakt, je wel op tijd kunt sturen.”
{noot}
*)Basisscholen met minder dan 145 leerlingen ontvangen een toeslag, zodat ze ten minste twee groepen kunnen formeren.
{kader bij plaatje kaart}
Verwachte bevolkingsdaling gemeenten tussen 2009 en 2015
In de regio’s Zuid-Limburg, Oost-Groningen en Zeeuws-Vlaanderen is er nu al sprake van krimp. Van de 441 gemeenten krijgen 267 vroeg of laat te maken met bevolkingsdaling. Dat geldt ook voor enkele gemeenten in de Randstad. Ook als het aantal inwoners voorlopig niet krimpt, kan het aanbod van leerlingen al wel dalen, zoals in Winterswijk. In Flevoland is de groei het sterkst.
(Bron: CBS, bewerking door het Kenniscentrum voor Bevolkingsdaling en Beleid)
{fotobijschrift}
@B1:Op de L.A. Roessinghschool in het Drenste Elp zijn nog maar zeventien leerlingen over. Toch mag de school van de gemeenteraad Midden-Drenthe niet dicht.
{citaatjes}
@C1:‘Als we gaan schoolzwemmen moet er één leerkracht achterblijven voor één leerling’
@C1:‘Scholen zijn nog steeds prognoses aan het maken voor nieuwbouw over vijftien jaar zonder de krimp te voorzien’
@C1:‘Directeuren gedragen zich soms net als kinderen die voor het eerst zakgeld krijgen’